Economie in Iran is vooral politiek

De economie in Iran is het strijdtoneel van een machtsstrijd tussen conservatieven, hervormers, machtige bazaarhandelaren en het leger. Maar 69 miljoen inwoners hebben wel behoefte aan diensten.

Iedere avond, als de zon achter het Alborz-gebergte in de rug van Teheran verdwijnt, gaan de lampen van de Imam Khomeini luchthaven aan. De gloednieuwe snelweg naar het internationale vliegveld is geel verlicht, net als de lampen van de landings- en startbanen. Er is 25 jaar gewerkt aan de opening, maar tot nu toe zijn er geen vluchten of passagiers.

De eerste vlucht die er feestelijk zou landen in mei is op het laatste moment uitgeweken naar het vliegveld van de stad Isfahan. De reden: de Iraanse revolutionaire garde had de landingsbanen met tanks bezet. Het Turkse bedrijf dat de luchthaven zou beheren, zou banden met Irans aartsvijand Israël hebben, zo lieten legerwoordvoerders weten. Dus werd de luchthaven alweer gesloten voordat die geopend was. Voorlopig wordt het oude vliegveld gebruikt, waar het (lucratieve) management door het leger wordt gedaan.

Welkom in Iran, waar economie een van de vele politieke strijdtonelen is, maar 69 miljoen inwoners behoefte hebben aan allerlei diensten en producten. Olie is de kurk waar Irans economie op drijft met een productie van bijna vier miljoen vaten per dag. De inkomsten hieruit vormen gemiddeld meer dan de helft van de 40 miljard dollar staatsinkomsten per jaar.

Een kwart eeuw na de revolutie is Irans vierjarenplaneconomie nog sterk in handen van het bewind dat verscheurd wordt door een interne machtsstrijd tussen conservatieven, hervormers, machtige bazaarhandelaren en het leger. Alle partijen hebben zich in de loop der jaren verschillende onderdelen van Irans lucratieve economie toegeëigend. Buitenlandse partijen die in Iran willen werken, zoals het Turkse Tepken-Afken-Vie, lopen altijd het risico om vermalen te worden in Irans politieke strijd.

Afgelopen weken zijn er twee historische beslissingen genomen die het voor buitenlanders moeilijker én makkelijker moeten maken in Iran zaken te doen. De eerste is het zoveelste obstakel voor handel met het buitenland. Het conservatieve parlement keurde onlangs een wet goed die hun vetorecht geeft over alle door de overheid afgesloten contracten met buitenlandse bedrijven.

Wegens de nieuwe wet moest de Iraanse hervormingsgezinde president Mohammad Khatami twee weken geleden op het laatste moment het tekenen van een contract Turkse telecomgigant Turkcell uitstellen. Het ging om een opdracht ter waarde van 3 miljard dollar om een tweede GSM-netwerk in Iran aan te leggen. Ook dit Turkse bedrijf wordt verdacht van banden met Israël. Maar er kunnen ook concurrentieoverwegingen meespelen. Een mobiele telefoonlijn van het staatstelecombedrijf kost 1.000 dollar.

Toch is er is geen totaal verbod op contracten met het buitenland. De Franse automaker Renault, die in Iran honderden miljoenen euro in een enorme autofabriek wil investeren, kreeg gisteren te horen dat het Iraanse parlement zijn plan heeft goedgekeurd om de goedkope Renault Logan lokaal te produceren.

Dat is opmerkelijk. Hoewel de Fransen een joint venture zijn aangegaan met lokale autofabrikant `Iran Khodro', worden met name lokale onderdelenproducenten angstig van de Fransen. Dat dit soort groepen machtig is in Iran werd duidelijk tijdens de bouw van een metrosysteem in de Iraanse hoofdstad. De bouw duurde jaren langer dan gepland omdat de invloedrijke auto-onderdelenmaffia inkomstenderving vreesde.

Er is meer goed nieuws voor buitenlandse investeerders. Tegen de stroom in besloot `De Raad ter Onderscheiding van het Goede', een soort opperste arbitragecommissie, dat de Iraanse economie radicaal geprivatiseerd moet worden. Vrijwel alles wat nu in handen van de staat is, behalve de olie en gasindustrie, gaat in de verkoop.

In het huis van de Iraanse top-econoom Fariborz Raisdana rinkelt de telefoon continu nadat dit nieuws bekend is geworden. Kranten en radiozenders willen zijn mening horen over het nieuwe plan. ,,Ik vrees dat er erg veel gevechten komen op verschillende fronten; banken, transport en verzekeringen'', denkt de econoom. Herhalingen van de debacles rond het vliegveld en Turkcell sluit hij niet uit. ,,Het gaat erom dat geen van de verschillende clans iets van hun bezit willen opgeven.''

Volgens Raisdana hebben Irans traditionele conservatieven veel economische macht en willen ze die slechts met een kleine groep delen. ,,Degenen die deze privatiseringswet hebben doorgedrukt, zijn pragmatischer. Zij zien in dat Iran alleen mee kan in de vaart der volkeren als de vrije markt een grotere rol krijgt'', denkt Raisdana.

Ondanks alle moeilijkheden zijn er Nederlandse bedrijven die al geruime tijd met Iran zakendoen. Behalve Shell en KLM werken er ook kleinere Nederlandse bedrijven in het land. In de lobby van het Esteghlal hotel in het noorden van Teheran nippen de mannen van industrieel automatiseringsbedrijf Omron uit Hoofddorp aan een alcoholvrij biertje. Het bedrijf, dat Japans is maar zijn hoofdkantoor voor Europa, Afrika en het Midden-Oosten vanuit Nederland runt, handelt in fabrieksautomatisering. Zakendoen met Iran is mogelijk, legt directeur Tony de Goeij uit. ,,Wij werken samen met een lokale partner, Paykar Bonyan, en dat gaat zeer goed'', zegt De Goeij.

Omron is sinds 1999 actief in Iran. Volgens De Goeij en zijn collega's gaat de Iraanse economie de goede richting op. ,,Het is alleen maar beter geworden, al vindt onze lokale partner dat de verandering van een gesloten naar een open economie veel sneller zou moeten gaan.'' Toch zegt De Goeij dat Iran nog niet stabiel genoeg is voor grootscheepse investeringen. De problemen van de Turkse bedrijven zijn hem niet ontgaan. ,,Iran krijgt van ons een heel mooi cijfer, maar pas met iets meer zekerheid wordt het echt een geweldig land om te investeren.'' Omron heeft sinds kort zijn Iraanse partner een open krediet gegeven van enkele tonnen. ,,Maar een eigen vestiging zou ik hier nog niet durven openen'', zegt De Goeij. ,,Je weet hier nooit wat er morgen gaat gebeuren.''