`Dood zijn was prettiger'

De Hongaarse schrijver Péter Nádas had zijn eigen toon al gevonden in zijn vroegste werk. `Mijn generatie is getekend door de afwezigheid van vaders.'

,,Als schrijver had ik me al langere tijd beziggehouden met de begrippen dood en eeuwigheid, maar als je het dan aan den lijve meemaakt, is dat wel een vreemd toeval. Het verbaasde me vooral dat ik in mijn dood hetzelfde heb beleefd als wat ik erover had gelezen.''

Aan het woord is Péter Nádas (1942), schrijver en fotograaf, die in 1993 een hartinfarct kreeg en drieënhalve minuut lang geen hartslag meer had. Over deze `bijna-doodervaring' is nu net in vertaling De eigen dood verschenen, een van de aanleidingen voor zijn bezoek aan Nederland. Daarin schrijft hij over zijn bijna-dood op een afstandelijke, fotografisch registrerende toon, terwijl hij de gebeurtenissen tegelijk ironisch probeert te analyseren. Daarbij lijkt hij soms bijna een moderne mysticus.

Nádas: ,,De verwoording van mijn ervaring komt niet overeen met die van mystici, maar ik denk dat het om hetzelfde gaat. Ik heb het niet over de Maagd of Christus, maar over het einde van het geboortekanaal. Licht. De chronologie van de tijd houdt op, geboorte en dood schuiven in elkaar. Al met al een prettige ervaring. Vóór ik doodging, was mijn grootste zorg nog: wie gaat de proeven van mijn nieuwe boek corrigeren? Maar in mijn dood maakte ik me nergens meer druk om. De herinneringen gingen op in een alles omvattend bewustzijn. Alles wat ik in mijn leven had geleerd, was er tegelijk en viel niet uiteen in delen, in afzonderlijke personen. Je overstijgt jezelf en ziet andere verbanden dan `ik' of `hij'. De medische wetenschap heeft me teruggesleept in het leven hier, maar – al hoor je zoiets niet te zeggen, want het leven is heilig – toch was doodgaan veel aangenamer dan leven. Het heeft me zeker vijf jaar gekost om weer te wennen aan de toevalligheden van deze wereld en de weerloosheid van de mens.''

Al leeft hij tegenwoordig teruggetrokken in een klein dorpje, Nádas heeft de draad toch weer opgepakt. In het kader van het Hongaars cultureel festival `Hongarije aan zee' stelde hij als gastconservator in het Fotomuseum Den Haag de expositie Zielsverwant. Hongaarse fotografen 1914-2003 samen. En naast De eigen dood is er nu onder de titel Minotaurus ook een novellebundel uit de beginjaren van zijn schrijverschap verschenen. Uit deze bundel krijg je de indruk dat Nádas op de klassieke manier, werkend van korte naar steeds langere stukken, zijn schrijverschap heeft opgebouwd. Toch is dat maar ten dele waar: zijn eerste boek, De bijbel uit 1962, nu ook opgenomen in deze verzamelbundel, kan men ook als een korte roman beschouwen. Belangrijker is dat de hoofdthema's en structuren van Nádas' oeuvre zich er meteen in manifesteren, terwijl hij ook duidelijk teruggrijpt naar klassieken uit de Hongaarse literatuur.

De lezer volgt de gebeurtenissen door de naïeve blik van een eenzaam kind in een groot huis, begin jaren vijftig, de donkerste periode van het communisme. De ouders – beiden horen tot het hoge partijkader – zijn druk met hun leven in de weer in de onlangs grondig veranderde maatschappij. Hun angsten proberen ze voor het kind verborgen te houden. Grootmoeder zorgt voor het huishouden. Om haar te ontlasten, wordt een inwonend dienstmeisje in de arm genomen. Alle onderlinge relaties komen onder hoge spanning te staan. Het `communistische' dienstmeisje is overgeleverd aan de jaloezie van de grootmoeder en de emotionele en erotische driften van het op zichzelf teruggeworpen jongetje. Grootmoeder koestert een diepe haat tegen haar dochter, die deels is terug te voeren op een generatieconflict, maar die ook ideologische wortels heeft. De vader wordt beschuldigd van verduistering; hij is het slachtoffer van de nieuwe, `rechtvaardige' maatschappij waar beide ouders, recent nog vervolgd om hun joodse afkomst, bij gebrek aan iets beters heilig in geloven. Al had Nádas zijn hele leven geen woord meer op papier gezet, dan nog had hij zich op zijn twintigste met De bijbel een ereplaats in de literatuur verworven.

Nádas: ,,Dit is het eerste stuk – ik schrijf al vanaf mijn elfde – waarmee ik zelf tevreden was. Een afgerond, publicabel verhaal. Ik voelde dat ik iets onder woorden had gebracht dat me intrigeerde, al waren mijn tekortkomingen ook duidelijk. Niet alles kon ik de diepte geven die ik had gewenst, maar het was me gelukt om iets te beginnen en af te ronden in esthetische zin. Een vertrekpunt, een bewijs dat ik in staat was om, ondanks de beperkingen van de censuur, mijn verhalende geest de ruimte te geven. Het verscheen destijds niet onmiddellijk, ik wilde er eerst zeker van zijn dat ik ten minste nog één ander goed werk kon volbrengen.''

Een van de opvallendste kenmerken van het werk van Nádas en van zijn generatiegenoten is het ontbreken van de vaderfiguur. ,,Ik heb in dat hiaat een belangrijk thema gevonden, namelijk dat onze generatie niet door de oedipale band wordt bepaald, maar juist door de afwezigheid van de vader. Wij hadden onze ouders in de oorlog verloren, ofwel in de fysieke zin van het woord, ofwel geestelijk. Als ze er nog waren, dan waren het wrakken, slachtoffers, die zich op de achtergrond hielden. Waarom, dat begreep je op dat moment nog niet – pas de jeugdbewegingen van '68 maakten duidelijk dat de oorlog in heel Europa zulke diepe wonden had geslagen en dat ze bij onze ouders nooit zouden helen.

,,Voor mij bleef als enige mogelijkheid over om terug te grijpen naar de vorige generatie: die van de grootvader. In De bijbel is die nog zwijgzaam, maar in Einde van een familieroman wijdt hij zijn kleinzoon in het verleden in, buiten de vader om. Deze omweg, het vervangen van de ouders door de grootouders, bleek een belangrijke ontdekking. Bovendien hoopte ik, onbevangen als een kind, van alles te kunnen vertellen dat verre van naïef is. Natuurlijk kreeg de kinderlijke blik hierdoor wat meer volwassenheid, de blik begon heen en weer te schuiven tussen registreren en analyseren. Maar dit is een eigenschap die ik zelf heb – ik registreer zeer realistisch terwijl ik tegelijk ook analyseer. Al het talige werk komt pas daarna.''

In een ander verhaal uit de bundel, `Het lam', komt het probleem van het antisemitisme duidelijk naar voren. Rezsó Róth, een eenzame man die de kampen overleefde, wordt door zijn dorpsgenoten gehaat. Daar is geen bijzondere reden voor. Hij is anders. De kinderen van het plaatsje, ook hier van hun ouders losgeslagen en als gevolg daarvan stuurloos, perfectioneren hun pesterijen, tot Róth uiteindelijk vermoord wordt. In deze novelle staat de huiveringwekkende zin: `Toen ik volwassen was geworden, begreep ik dat ze [de volwassenen] evenzeer werktuigen van een systeem waren als wij kinderen en dat er geen macht was die dit systeem te boven kon gaan behalve iets van soortgelijke aard: een ander systeem.'

Hoe was het mogelijk dat deze zin in het Hongarije van toen gepubliceerd werd? Nádas: ,,Tja, hier kijkt de auteur als het ware boven de dictatuur uit en verwerpt het nieuwe systeem dat zo'n hetze evenzeer goedkeurt als het vorige. Het was niet mijn bedoeling om de twee systemen aan elkaar gelijk te stellen, want ze zijn niet gelijk. De kwestie intrigeerde me en ik hoopte dat die kinderlijke naïviteit me voor de censuur zou redden, maar dat gebeurde niet. Na de verschijning in 1969 kreeg ik een publicatieverbod van acht jaar.''

`Minotaurus', het titelverhaal uit 1970, feitelijk en ook chronologisch het slotstuk van deze bundel, lijkt zowel thematisch als stilistisch af te wijken van de rest. Nádas: ,,Het gaat erom dat dit stuk zich anders tot de realiteit verhoudt dan de andere novellen uit de bundel. Dat verhaal heeft een sterk muzikale structuur, waarin de verschillende niveaus van het leven samenkomen: politieke, psychologische, magische en mythische. De personen zijn tot het uiterste aan hun lot overgeleverd, ze zijn niet bij machte er ook maar iets tegen in te brengen. Maar het geheel kan ook worden gelezen als een doodgewone ruzie tussen kleinburgerlijke echtelieden met wat magische elementen. Twee mensen die elkaar voortdurend met leugens en alle soorten gemene streken treiteren, om de enige reden dat de één man is en de ander vrouw. En zo zullen ze voortgaan tot in de eeuwigheid.''

Minotaurus. Uit het Hongaars vertaald door Henry Kammer. Van Gennep, 334 blz. €24,90 De eigen dood. Uit het Hongaars vertaald door Rob Visser. Van Gennep, 64 blz. €9,90