Zoektocht van 1 miljard dollar

De Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft in april 2003 na de invasie in Irak de Iraq Survey Group (ISG) ingesteld, die in juni met inspecties begon. De groep telde tussen 1.200 en 1.600 man uit de Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk en Australië, de drie gangmakers van de oorlogscoalitie.

Vooral op last van het Witte Huis zocht de ISG naar chemische, biologische en nucleaire wapens. Daarmee zette de ISG het werk voort, dat de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties moesten afbreken door de oorlog. De aanwezigheid van massavernietigingswapens was de belangrijkste rechtvaardiging voor de regering-Bush om Irak binnen te vallen en Saddam Hussein af te zetten.

De ISG telde onder anderen 100 wapenexperts, vijftig inlichtingenspecialisten, 33 ondervragers en meer dan 200 Arabische linguïsten. Velen van hen waren ex-VN-inspecteurs. De teamleden onderzochten honderden lokaties, spraken vele wetenschappers en medewerkers van de wapenindustrie in Irak, en doorploegden massa's documenten. Teamleider was eerst de Amerikaanse oud-VN-inspecteur David Kay. Hij oordeelde diverse keren niet te geloven dat Irak sinds de Golfoorlog van 1991 op grote schaal chemische of biologische wapens had geproduceerd. Kay werd in januari van dit jaar opgevolgd door Charles Duelfer, `tweede man' onder Richard Butler bij het vroegere VN-wapeninspectieteam UNSCOM, voorloper van het latere UNMOVIC. De kosten van de zoektocht lopen op tot een miljard dollar.