Ziekte in Gaza zaak van leven en dood

De Israëlische strijd tegen de intifadah heeft voor Palestijnse zieken in de Gazastrook als effect dat zij niet naar Israël kunnen voor noodzakelijke behandeling.

In de betonnen jungle van Jabalya, het grootste en dichtstbevolkte vluchtelingenkamp bij Gaza-stad, groeien gezondheidsproblemen snel uit tot kwesties van leven of dood. Fatimah al-Ajrami, een 54-jarige Bedoeïnenvrouw, heeft kanker. Behandelbare borstkanker, tenminste als de ziekenhuizen van de Gazastrook met 1,4 miljoen Palestijnen zouden beschikken over bestralingsapparatuur. Of als er tussen het huis van Fatimah in oostelijk Jabalya en de beste ziekenhuizen in Israël geen 200 tanks tellende legermacht, jonge, doodnerveuze soldaten, een gesloten grenspost en een grote dosis onwil geposteerd ligt.

Bleekjes en moe vertelt Fatimah dat in het Shifa-ziekenhuis in Gaza-stad een borst met een knobbeltje is weggenomen. Voor 17 bestralingsbehandelingen zou zij vervolgens naar het 80 kilometer noordelijk gelegen Tel Aviv moeten, naar de radiologie-afdeling van het Tel Hashomer-ziekenhuis. ,,Ik heb die tocht met heel veel moeite drie keer gemaakt, maar nu komen we Jabalya niet eens uit, laat staan dat we bij de grenspost Erez worden doorgelaten'', vertelt zij. ,,Ik voel me beroerd, ik kan niets tillen, ik kan niet werken en soms zelfs niet eens lopen. Het is een week geleden dat we hebben geslapen, iedere nacht wordt hier vlakbij gevochten'', zucht Fatimah.

Met de cultus van de gewapende strijd en de wereld van bloed en wraak wil Fatimah niets van doen hebben. Haar ouders werden in 1948 uit Beersheva verdreven en haar vader liep in de oorlog van 1967 op een mijn. ,,Ik haat wapens, ik haat de oorlog en we doen ook alles om hen tegen te houden'', zegt zij wijzend naar haar neefjes. Op de vraag wat hij wil worden, zegt de 11-jarige Ahmed ,,strijder'' om die uitspraak onder de strenge blik van zijn tante snel te corrigeren tot ,,ingenieur''. Buiten, op straat is het stil, iedereen blijft binnen. De Israëlische tanks zijn erg dichtbij.

Fatimah is niet de enige met zo'n probleem. ,,De drie keer dat we naar Tel Aviv gingen, reisden wij met z'n dertigen in twee ambulances naar Erez, allemaal vrouwen die voor bestraling naar het Tel-Hashomer moesten. En er is nog een groep'', zegt zij.

Dr Mohammed Khalifa, oncoloog van het Shifa-ziekenhuis, wordt dagelijks geconfronteerd met het machteloze gevoel te weinig te kunnen doen voor vrouwen als Fatimah. ,,De Israëliërs weigeren toestemming te geven voor de doorvoer via hun havens en grensposten van radiologische apparatuur. Zij schijnen te vrezen dat wij er wapens van zullen maken. Kernwapens of zo? Wat het probleem is, wordt niet duidelijk verteld.'' Alle in- en uitvoer loopt via Israël. ,,Ik verwijs daarom dagelijks tien patiënten door naar Tel Aviv, omdat wij niet over alle noodzakelijke behandelingsmogelijkheden mogen beschikken''.

Khalifa, wiens wachtkamer volzit met vrouwen met borst- en baarmoederhalskanker heeft zelf in Tel Aviv gestudeerd, spreekt vloeiend Hebreeuws en kent alle oncologen en radiologen van het Tel-Hashomer. ,,Zij willen wel helpen, maar kunnen niets doen.'' Patiënten van hem zijn gestorven als gevolg van de militaire invasies, de voortdurende grensblokkades en andere reisbeperkingen. Het gaat niet alleen om borstkankerpatiënten, maar ook om gecompliceerde hersentumoroperaties, beenmergtransplantaties en open-hartoperaties. Volgens het pas gepubliceerde jaarrapport van het Palestijnse ministerie van Gezondheidszorg moeten jaarlijks ongeveer 12.000 kanker- en hartpatiënten worden doorverwezen naar `het buitenland': de meesten gaan naar Egypte, of via Egypte naar Jordanië. Vijftien procent wordt doorverwezen naar ziekenhuizen in Tel Aviv en Jeruzalem. Maar de grensposten zijn onneembare barrières.

,,Egypte? Jordanië? Dat kan ik niet betalen. Mijn moeder en ik leven van de bijstand. We krijgen 1.200 shekel per drie maanden van de Verenigde Naties en van het ministerie van Sociale Zaken. Hoe moet ik naar Egypte reizen?'' vraagt Fatimah. Omgerekend komt de financiële steun neer op 220 euro per kwartaal, in combinatie met de voedselbonnen net genoeg om in Jabalya te overleven.

Overigens, als zij het geld wél zou hebben dan zou haar een zware reis wachten. De grenspost naar Egypte, bij het zuidelijk gelegen Rafah, is zeker zo problematisch als Erez. Afgelopen zomer hebben daar honderden Palestijnen gebivakkeerd, die wegens de spanningen niet werden doorgelaten. ,,Drie van mijn patiënten'', zegt Khalifa, ,,zijn daar gestorven.'' Een cijfer dat bij de VN bevestigd wordt.

Een paar angstwekkend stille straten van zand, steen en afval verderop woont de familie van de werkloze elektricien Ahmed Batbiel, sinds het begin van de operatie `Dagen van Boetedoening' verstoken van stroom en water. Ahmed kan vanuit de ontvangstkamer de tanks zien. Zijn zoons, een student van 18, twee middelbare scholieren van 16 en 14, mogen ook overdag de stalen deur niet uit. Zij zouden immers met ,,strijders'' verward kunnen worden. De jongens, door gebrek aan stroom van computer en televisie afgesneden, vervelen zich stierlijk.

Ahmed maakt zich vooral zorgen over de 8-jarige Ibtisam, zijn ,,bloem''. De cardioloog in het kamphospitaal heeft geconstateerd dat haar hartkleppen niet goed werken en er problemen zijn met de bloedcirculatie. De hartkleppen zouden vervangen moeten worden, maar die operatie kan niet in de Gazastrook uitgevoerd worden. ,,Tot nu is toestemming voor een reis naar het Haddassah ziekenhuis in Jeruzalem geweigerd. Gewoon geweigerd, zonder enige reden.'' Hij hoopt nu dat bezoekende Europese of Arabische specialisten zijn dochter kunnen helpen. De vraag wanneer dat gebeurt, beantwoordt hij met een schouderophalen. En ook voor hem is een reis naar Egypte financieel geen optie. Ibtisam, een pienter kind, de beste van haar klas.