Voor Turkije zit het venijn in de details (Gerectificeerd)

Turkije kan bij de Europese Unie, maar wel voorwaardelijk, oordeelde de Europese Commissie gisteren. Het advies biedt de regeringsleiders ruimte om op tijd te spelen.

,,Without delay', oftewel onverwijld zouden de onderhandelingen over het lidmaatschap van de Europese Unie beginnen. Dat was de worst die de Europese regeringsleiders kandidaat-lid Turkije in december 2002 voorhielden.

Voorwaarde was dat eind 2004 geconstateerd zou worden dat het land voldoende vorderingen had gemaakt met bescherming van de mensenrechten, respecteren van minderheden, bevordering van democratie en rechtsorde. Anders gezegd: zou voldoen aan de Kopenhagen-criteria, de lijst met eisen die de Europese Unie sinds 1993 stelt aan elk land dat zich bij de EU wil aansluiten.

De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie heeft gisteren haar oordeel geveld. In onderwijstermen: Turkije is over, maar dan wel voorwaardelijk. De echte onderhandelingen over het lidmaatschap kunnen, als het aan de Europese Commissie ligt, echt beginnen, maar dan wel geclausuleerd. Zo soepel als Europa de eigen regels hanteerde toen het ging om de recente uitbreiding met tien landen, voornamelijk in Midden- en Oost-Europa, zo streng worden de regels toegepast nu het Turkije betreft.

Toezeggingen dat veranderingen tot stand zullen worden gebracht, zijn niet meer voldoende. Resultaten moeten worden getoond. Dat geldt zowel voor het in overeenstemming brengen van de Turkse wetgeving met de Europese, het zogeheten acquis communautaire, als het in praktijk brengen van de Kopenhagen-criteria. En dat er nog een heleboel moet gebeuren, blijkt uit het 187 pagina's tellende rapportage van de Commissie.

Op tal van terreinen die zijn onderzocht luidt steevast de conclusie: er is vooruitgang geboekt, maar er dient nog veel te gebeuren. Aan de ene kant voldoende om een volgende stap op weg naar het EU-lidmaatschap te zetten, maar anderzijds onvoldoende voor een carte blanche. Sterker nog: mocht het hervormingsproces haperen dan behoudt de Europese Unie zich het recht voor het onderhandelingsproces onmiddellijk stop te zetten.

De Europese Commissie heeft gekozen voor een constructie die de politieke hoofdrolspelers de meeste manoeuvreerruimte verschaft. Politici die te maken hebben met steeds kritischer burgers ten aanzien van het Turkse lidmaatschap, zullen de mitsen en maren benadrukken. Aan de andere kant kan de Turkse premier Erdogan zeggen dat hij over de drempel is. Iedereen speelt op tijd. Het advies van de Europese Commissie biedt hiervoor ook alle ruimte.

Het is nu allereerst aan de regeringsleiders van de 25 lidstaten van de Europese Unie om op basis van het oordeel van het dagelijks bestuur van de Unie de volgende stap te zetten. Dat moet gebeuren op de Europese top van 17 juni die onder Nederlands voorzitterschap wordt gehouden.

Nu al is duidelijk dat de regeringsleiders de hoofdlijn van het advies van de Commissie onderschrijven. Diverse regeringsleiders hebben de afgelopen tijd al in het openbaar te kennen gegeven dat Turkije rijp is om de onderhandelingenover toetreding te beginnen.

Maar het venijn zit in de details. Het begint er al mee dat zal moeten worden aangegeven wanneer de onderhandelingen moeten beginnen. En dan blijkt in de politiek zelfs het woord `onverwijld' een rekbaar begrip te zijn. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, gaf begin vorige maand als voorzitter van de Europese Unie tegenover het Europees Parlement te kennen dat de onderhandelingen met Turkije ,,binnen enkele maanden' zouden moeten beginnen na het groene licht van de regeringsleiders in december. Inmiddels spreekt Bot, daarbij ongetwijfeld gesouffleerd door enkele grote EU-landen, over de ,,tweede helft van 2005'. Elke maand om Turkije tot weer een concessie te dwingen is er één. Een vuiltje dat er bijvoorbeeld nog altijd ligt is de kwestie-Cyprus.

Al helemaal niet zal er gesproken worden over een datum wanneer Turkije daadwerkelijk lid kan worden. De Duitse bondskanselier Gerhard Schöder zei vorige week tegen de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat een Turks lidmaatschap van de Unie niet voor 2015 een feit zal zijn. Het afgelopen weekeinde zei de Turkse premier Erdogan in Berlijn aan dat de onderhandelingen wat hem betreft wel vijftien jaar mochten duren. Dat zou betekenen dat Turkije in 2019 volledig lid van de EU wordt.

Dat volledige lidmaatschap van Turkije zal overigens ook worden genuanceerd. Reeds nu is duidelijk dat als Turkije uiteindelijk in de `Europese familie' zal zijn opgenomen, voor bepaalde terreinen overgangsregelingen van kracht worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het vrije verkeer van personen. In het advies van de Europese Commissie staat dat kan worden overwogen dit recht niet voor Turkije te laten gelden. Europees Commissaris Verheugen (Uitbreiding) gaf gisteren onomwonden toe dat deze clausule in het advies is opgenomen om de bevolking in vooral Duitsland en Frankrijk gerust te stellen. In die landen is de vrees voor een massale toestroom van Turkse immigranten het grootst.

Voorts zal de bestaande verdeelsleutel van de Europese landbouwsubsidies, waarmee jaarlijks tientallen miljarden zijn gemoeid, niet op Turkije worden toegepast. De omvangrijke Turkse landbouwsector (in 2003 goed voor 12,2 procent van het bruto binnenlands product) zal het met verhoudingsgewijs minder geld uit Brussel moeten doen dan de andere EU-landen. Hetzelfde geldt voor de Europese fondsen die projecten in achtergebleven regio's subsidiëren.

Maar de vraag blijft of dit de groeiende weerstand in Europa tegen een Turks lidmaatschap wegneemt. Die weerstand lijkt immers steeds meer een culturele lading te krijgen, namelijk dat Turkije als islamitisch land niet bij Europa hoort. Deze kritiek kan niet worden gepareerd met overgangsregelingen of uitzonderingsbepalingen.

De Europese regeringsleiders balanceren tussen de toezeggingen die in 1999 aan Turkije zijn gedaan toen het land kandidaat-lid werd en de eigen bevolkingen die zich door de besluitvorming overvallen voelen. In zo'n situatie rest maar één ding: zo lang mogelijk blijven praten waarbij alle opties open blijven. Dat is dan ook de kern van het langverwachte advies van de Europese Commissie. Op basis van dit rapport en de eerdere toezeggingen kunnen de regeringsleiders over ruim twee maanden haast niet anders dan besluiten de onderhandelingen met Turkije te openen.

De weg naar het volledig lidmaatschap van de Europese Unie is voor Turkije nu dan ook open. Maar langs die weg zijn vele vluchtstroken aangebracht. En vervolgens is er voor Turkije altijd de dreiging dat zich helemaal aan het einde van die lange weg toch nog een dichte slagboom bevindt. Er hoeft daar maar één regeringsleider in de EU `nee' te zeggen en Turkije komt er niet bij. Die kans is niet denkbeeldig aangezien er dan in diverse landen referanda over de Turkse toetreding zullen zijn.

Voorzitter Prodi van de Europese Commissie gaf gisteren een goed beeld van de situatie toen hij zei: ,,We zijn van goede wil, maar geen enkel resultaat is van te voren gegarandeerd.' Turkije heeft na het advies van Prodi's commissie uitzicht op het EU-lidmaatschap. Daarbij moet het begrip uitzicht vooral letterlijk worden genomen.

Rectificatie

Europese top

In het artikel Voor Turkije zit het venijn in de details (7 oktober, pagina 5) staat dat de volgende stap naar Turks lidmaatschap van de Europese Unie gezet moet worden op de Europese top van 17 juni. Die vergadering, onder Nederlands voorzitterschap, is op 17 december aanstaande.