Schrijven over een wereld zonder erbarmen

Elfriede Jelinek heeft vandaag de Nobelprijs voor Literatuur ontvangen. In eigen land is ze een omstreden auteur, omdat ze Oostenrijk in al haar boeken kastijdt en het beschrijft als een `rijk van de dood'.

De wereld van de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 1946) is er een zonder erbarmen. Dat blijkt uit bijna al haar boeken. Ze debuteerde op in 1967 op 21-jarige leeftijd met de poëziebundel Lisa's Schatten en werd beroemd met romans als Die Liebhaberinnen (1975), Die Ausgesperrten (1980) en de autobiografische roman roman Die Klavierspielerin (1983, vertaald in het Nederlands als De Pianiste), die in 2001 verfilmd werd door Michael Haneke.

In haar boeken wordt de lezer geconfronteerd met een geïsoleerde wereld vol geweld en onderwerping. Ook laat Jelinek zien hoe groot de invloed is van de entertainmentindustrie op het bewustzijn van de mens. In Lust (1989) laat Jelinek haar sociale analyse uitgroeien tot een fundamentele cultuurkritiek door seksueel geweld tegen vrouwen te beschrijven als een model voor onze huidige cultuur. Deze lijn zette ze voort in Gier. Ein Unterhaltungsroman (2000), een studie over de kille praktijk van de macht van de man. Jelinek is berucht om de genadeloze manier waarop ze Oostenrijk kastijdt en het land beschrijft als een rijk van de dood. In haar geboorteland is ze dan ook een hoogst controversiële figuur.

Elfriede Jelinek ontving in 1998 de Büchner-prijs voor haar hele oeuvre. Een Duitse prijs, geen Oostenrijkse. Jelinek en Oostenrijk verdragen elkaar niet zo goed. Hoonlachend vecht de schrijfster tegen haar land. Oostenrijk is volgens Jelinek een door en door autoritaire staat die elke vorm van eigenwijsheid bestraft. De kinderen krijgen van hun ouders gehoorzaamheid ingepeperd, en misschien is dat het lot van álle kinderen, want Jelineks sombere mens- en maatschappijbeeld is te grenzenloos voor het landje waarin zij vertoeft. Volgens haar is het sociale verkeer waar ook ter wereld gebaseerd op afhankelijkheidsrelaties waarin de heer de knecht voor zich laat werken. Die relaties behandelde ze het meest gedetailleerd in haar roman Die Klavierspielerin, die onder de titel De pianiste ook in Nederland afschuw en verontwaardiging wekte.

Elfriede Jelinek torst een verwoeste jeugd met zich mee. ,,Ik kom uit de hel'', zei ze in 1998 in een interview met deze krant. ,,Ik weet niet wat kind-zijn betekent. Met andere kinderen spelen? Nooit gedaan. Vanaf m'n zesde kreeg ik pianoles, vanaf m'n zevende vioolles en vanaf m'n dertiende orgelles. Op m'n veertiende ging ik al naar het conservatorium. Mijn moeder zag al helemaal voor zich hoe ik op de grote podia zou schitteren. Die druk, die druk, die druk! Uit wanhoop sloeg ik met m'n kop tegen de muur, een hele tijd achter elkaar.''

Jelinek heeft altijd gestreden voor de positie van de vrouw in de maatschappij en kunst. ,,Ik ken geen belangrijke kunstenaressen met kinderen. Moederschap wordt door de maatschappij gewaardeerd, vrouwelijk kunstenaarschap niet. Ook al krijg je complimenten, toch zit er altijd iets afkeurends in, want door de weigering kinderen te baren heb je een norm overschreden. [...] Heel af en toe schrijft een vrouw een oeuvre, iets groots, iets gevaarlijks, maar meestal blijft het bij een paar mooie kleine dingetjes. Mannen kunnen niet radicaal genoeg schrijven, dat heet dan `karaktervol' of `lekker agressief'. Maar als een vrouw zich radicaal uit, dan sneert men: 'Die moest eens een flinke beurt krijgen, daar zou ze van opknappen! [...] Vrouwen moeten mooi en zachtaardig zijn en ook mooi en zachtaardig schrijven. Ik probeer de dingen juist kil en hard en afstandelijk neer te zetten.''

Het werk van Elfriede Jelinek is in het Nederlands grotendeels verkrijgbaar. De kinderen van de doden verscheen bij Querido. Andere vertalingen, zoals De pianiste, Uitgesloten, Lust en Wolken.Thuis zijn uitgebracht door Van Gennep. Jelinek is de eerste Oostenrijkse schrijfster die de prijs krijgt.