Oprisping OM over strafzaak is ongepast

Op 1 oktober publiceerde deze krant een brief van de persadvocaat-generaal in het hofparket Den Haag. Deze betrof geen algemeenheid maar de concrete strafzaken tegen Feyenoord en haar voorzitter, die nog zoals dat zo fraai heet `onder de rechter' zijn. Tegen deze achtergrond is de oprisping van het openbaar ministerie zowel opmerkelijk als ongepast. De discussie behoort in zo'n geval immers in de rechtszaal te worden gevoerd; niet via de media. Dat geldt voor de planning, maar meer nog voor de waarheidsvinding.

Niettemin lijkt de advocaatgeneraal een poging te doen het verslag van de rechtszitting van 22 september jl. al te bekritiseren voordat dit formeel is uitgebracht. Dat vraagt om een weerwoord (nolens volens).

Kennelijk zit het de pers-AG hoog dat de door haar collega opgeroepen getuigen à charge nu juist bevestigden wat Feyenoord en haar voorzitter altijd hebben verkondigd: niet Feyenoord heeft Vidmar een afkoopsom (of tekengeld) betaald, maar Standard Luik dan wel de voetbalmakelaar. Zo hebben de journalisten dit ter zitting blijkbaar ook verstaan en begrepen. Zo ook heeft NRC Handelsblad dit op 23 september correct verslagen.

De gedachte dat het hier slechts zou gaan om de visie van de verdediging, braaf opgetekend door de krant, is uit de lucht gegrepen. Maar erger nog suggereert zij dat de verdediging van (de raadsman van) Feyenoord de pers een onjuiste voorstelling van zaken zou hebben gegeven. Volstrekte onzin. Een eenvoudig telefoontje van de pers-AG had hierover opheldering kunnen verschaffen. Voor de duidelijkheid: de verdediging heeft na de zitting geen enkel interview aan de schrijvende pers gegeven. Die was eenvoudig ter plekke.

À propos: het feit dat de zitting pas op 2 maart a.s. kan worden hervat ligt niet zozeer aan de (inderdaad) overvolle agenda's van de verdediging alswel aan de ondeugdelijke en ontijdige oproeping van getuigen (onder wie Vidmar) door de AG. Hier past dus een publieke hand in de eigen boezem.