Natievorming Somalië lastig door clans

Somalië krijgt zondag voor het eerst sinds 1991 weer een echte president. De kans dat de veertiende poging om vrede te sluiten, slaagt, is ,,groter dan ooit''.

Somalië is het enige land ter wereld dat het al dertien jaar zonder centrale regering stelt, maar zondag krijgt het weer een president. Met de selectie van een staatshoofd loopt het twee jaar geleden in buurland Kenia begonnen vredesoverleg op zijn einde. Sinds 1991 mislukten dertien vredespogingen. ,,De kans dat het dit keer lukt is groter dan ooit'', voorspelt Bethwel Kiplagat die het vredesberaad voorzit.

,,We ruzieden, we vochten, we schreeuwden en we huilden, maar ten slotte besloten alle Somalische vertegenwoordigers te onderhandelen'', vat Kiplagat de slepende besprekingen samen. Namens het regionale samenwerkingsverband IGAD leidde deze Keniaanse diplomaat het overleg. Toen het overleg in oktober 2002 in Eldoret begon, moesten de diverse clans in aparte hotels worden ondergebracht: ze konden elkaar niet zien of luchten.

De zeer individualistisch ingestelde Somaliërs brachten met hun starre instelling de buitenlandse onderhandelaars soms tot waanzin. Krijgsheren liepen boos weg om snel een paar militaire aanvallen te doen in Somalië, in de hoop versterkt aan de onderhandelingstafel te kunnen terugkeren. Factieleiders gingen weg om raad te vragen bij hun broodheren in regionale hoofdsteden. Uiteindelijk zetten vrijwel alle krijgsheren, traditionele clanleiders en andere deelnemers aan de conferentie hun handtekeningen onder het akkoord. ,,Voor het eerst deden alle partijen mee'', zegt een waarnemer. ,,Daarom is er hoop.''

Somalië verzandde in 1991 nadat president Siad Barre door rebellen was verdreven in een burgeroorlog van clans en krijgsheren. Onder de vlag van de Verenigde Naties grepen Amerikaanse troepen in. De Somaliërs onthaalden hen aanvankelijk warm maar de Amerikanen slaagden er snel in hen tegen zich in het harnas te jagen. Een veldslag in oktober 1993 in Mogadishu werd een debacle toen niet alleen honderden burgers omkwamen maar ook achttien Amerikaanse soldaten. De Amerikanen verlieten het land en de VN gaven hun vredesmissie op. Sindsdien is Somalië aan zich zelf overgelaten.

Een Somaliër leeft voor zijn clan want hij bestaat bij de gratie van die clan. Hij kan moeiteloos uit het hoofd zijn vijfentwintig voorvaderen opnoemen. Een Somaliër kent iedereen van zijn uitgebreide familie bij naam en weet tot welke clan en sub- en subsubclan hij behoort. In moeilijke tijden valt hij terug op zijn groep, die voor hem zorgen zal. In de traditie van nomaden is hij zonder clanbescherming een outcast. Na 1993 had Somalië geen centraal gezag meer en iedere Somaliër kon alleen nog vertrouwen op zijn clan.

Het archaïsche clansysteem geeft het clanlid binnen zijn groep bescherming maar maakt natievorming uiterst moeilijk. De krijgsheren en clanleiders controleren hun gebieden maar besturen ze niet. Alleen in het noordwestelijke Somaliland, dat zich in 1991 van Somalië heeft afgescheiden, en het autonome Puntland werd een balans gevonden tussen krijgsheren, bestuurders en traditionele leiders. Elders namen de clan-tegenstellingen toe en versplinterden de legertjes van de krijgsheren in vele milities, sommige nauwelijks gevaarlijker dan straatbendes in Westerse binnensteden.

,,Ideologie speelde geen enkele rol bij de vredesbesprekingen'', vertelt bemiddelaar Kiplagat, ,,alleen de clanafkomst was van belang.'' Bij een eerdere vredespoging in 2000 in Djibouti mochten alleen clan- en andere burgerleiders meedoen. Weliswaar leidde dit akkoord tot de verkiezing van een president maar diens bestuur heeft nooit verder gereikt dan één stukje van de hoofdstad Mogadishu. Krijgsheren werkten hem tegen, gesteund door Ethiopië.

In Kenia deden zowel krijgsheren, clanleiders als burgergroepen mee, allen op clanbasis. En zij stelden in een voorlopige grondwet vast dat de zetels in het parlement en de posten in de regering evenredig worden verdeeld tussen de vier grootste clans de Darod, de Hawiye, de Digil Mirifle en de Dir, met de rest voor minderheidsgroepen.

Het 275 leden tellende parlement werd in augustus gekozen en de voorzitter vorige maand. Dit weekeinde wijzen de parlementariërs uit hun midden een president aan, die daarop een premier benoemt, die op zijn beurt een regering gaat vormen. Vóór het einde van het jaar, zo is de verwachting, zal de regering van Kenia naar Somalië verhuizen.

Daarna is er geen enkel scenario meer voorhanden. Op grote schaal wordt er allang niet meer gevochten in Somalië. Wat er werd opgebouwd, is het werk van de particuliere sector. Er bestaan geen overheidsstructuren meer, geen ministeries, geen ambtenaren, geen opleidingsinstituten, geen ordelijke ordetroepen, geen burgerlijke stand. Alles grondig afgebroken. De nieuwe regering beschikt vooralsnog niet over inkomsten.

Niet iedereen wenst de nieuwe regering succes. Geestelijke en traditionele leiders wonnen aan invloed in het regeringsloze tijdperk. In de hoofdstad Mogadishu delen islamitische rechtbanken vonnissen uit en dragen bij aan de veiligheid. Nieuwe Somalische ondernemers stichtten grote bedrijven, die ze laten beschermen door milities. Een regering die wel belasting heft maar geen veiligheid kan geven, schaadt hun belangen.

Ook buurlanden hebben niet allemaal baat bij vrede en een centraal gezag in Somalië. Vooral Ethiopië, maar ook Kenia, Libië, Djibouti, Saoedi-Arabië, Jemen en Egypte hebben in het verleden bijgedragen aan oorlog of het mislukken van vredesakkoorden. ,,Een nieuwe president dient met al die in- en externe belangengroepen rekening te houden'', besluit Kiplagat. Maar hij moet wel vastberaden en krachtdadig zijn.''.