Muiters doden chef-staf in Bissau

Muitende soldaten in Guinee-Bissau hebben gisteren de chef-strijdkrachten en de nationale legerwoordvoerder vermoord en een aantal belangrijke gebouwen in de hoofdstad bezet. Wat de opstandige militairen beogen, is niet duidelijk.

Volgens premier Carlos Gomes Junior is de muiterij het werk van 500 soldaten die juist zijn teruggekomen uit Liberia waar ze deelnamen aan een vredesmissie van de Verenigde Naties. De VN betalen aan landen die bijdragen aan een vredesmacht een vergoeding van circa 1.000 dollar per maand per militair.

De muitende soldaten beschuldigen de chef-staf ervan het grootste deel van dat geld in zijn zak te hebben gestoken. Ze zouden maar enkele maanden soldij hebben gehad terwijl ze negen maanden in Liberia zijn geweest.

Premier Carlos Gomes Junior verwierp de beschuldiging dat de regering zich ten koste van de soldaten heeft verrijkt. Hij zei te hopen dat de crisis met onderhandelingen kan worden opgelost. Overleg tussen opstandelingen, regering en parlement werd gisteren na enkele uren afgebroken, maar zou vandaag weer worden hervat. Premier Gomez Junior verklaarde dat ,,we natuurlijk geen eisen kunnen inwilligen zolang de loop van een geweer op ons is gericht''. Troepen die trouw bleven aan de regering bewaakten gisteren de kruispunten van wegen van de stad naar het vliegveld.

De muiterij begon gistermorgen in alle vroegte toen ontevreden militairen een van de belangrijkste militaire gebouwen in de hoofdstad Bissau bezetten. De opstandige militairen lieten het centrum van Bissau ongemoeid. Ze trokken zich gisteravond terug in de barakken. Wel hielden ze vanmorgen nog het hoofdkwartier van het leger en het ministerie van Defensie bezet. Volgens Portugese diplomaten bleef het vanmorgen rustig in Bissau.

De vermoorde chef-staf, generaal Verissimo Seabry, leidde vorig jaar september een staatsgreep waarbij geen bloed vloeide. Hij riep zichzelf uit tot president maar droeg de macht uiteindelijk snel over aan een burgerbewind. In maart van dit jaar koos de bevolking een nieuwe regering.

Het leger is in Guinee-Bissau al jaren een bron van instabiliteit. De militairen verjoegen diverse presidenten tijdens de burgeroorlog van 1998 en 1999. Een militaire couppoging in 2001 werd door loyalistische troepen neergeslagen. Een rechtszaak tegen acht officieren die de rebellie drie jaar geleden zouden zijn begonnen, zou gisteren beginnen maar moest worden uitgesteld.

Guinee-Bissau telt zo'n anderhalf miljoen bewoners en geldt als een van de armste landen van de wereld met een bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking van 180 dollar per jaar. Het kleine staatje aan de Golf van Guinee werd in 1974 onafhankelijk van Portugal na een jarenlange vrijheidsstrijd.