Le Monde

[...] Zonder twijfel zijn bij de diverse uitbreidingen die Europa sinds het Verdrag van Rome uit 1957 heeft meegemaakt, nooit eerder zoveel voorzorgen genomen alvorens een nieuw lid werd toegelaten [als in het geval van Turkije]. Nooit eerder waren zoveel ontsnappingsclausules voorzien. Voor het eerst houdt de Commissie rekening met de mogelijkheid dat de onderhandelingen kunnen mislukken.

De Turken worden dan ook niet als gewone kandidaten beschouwd. In alle lidstaten van de Europese Unie geeft hun kandidatuur aanleiding tot talloze debatten. De argumenten voor en tegen lopen door elkaar.

De tegenstanders van toetreding van Turkije zijn evengoed te vinden onder overtuigde Europeanen als onder de fanatiekste tegenstanders van Europa. Onder de voorstanders zijn evenveel Eurofielen als Eurofoben te vinden, waarbij de laatsten erop rekenen dat nóg een land erbij het hele idee van Europa als mogendheid de doodsteek zal geven.

Ook zijn in de loop van de jaren toezeggingen gedaan aan Turkse leiders en burgers. Het respecteren van de `Kopenhagen-criteria', dat van alle nieuwe leden wordt geëist, is hun voorgespiegeld als de voorwaarde voor toetreding tot de EU. Misschien hebben sommige huidige leden van de Unie wel stilletjes gehoopt dat Turkije er niet in zou slagen de hervormingen te realiseren die nodig waren om de westerse democratische normen te kunnen benaderen. Die hebben dan de wil van de Turkse elites – zowel wereldlijk als geestelijk – om door modernisering van hun land zijn Europese roeping uit te dragen, onderschat.

Er is nog een traject te gaan, maar de inspanningen die de afgelopen jaren onder een gematigde islamitische regering zijn verricht, konden niet onbeantwoord blijven. Als de Europese Unie noch een geografisch begrip is, noch – zoals oud-kanselier Kohl een jaar of wat geleden onhandig stelde – een `christelijke club', dan bestond er geen werkelijk obstakel meer om de onderhandelingen met Turkije te openen.

Wat rest is dat de `Turkse kwestie' ook, en vooral, een Europese kwestie is. Kan de Unie zich eindeloos blijven uitbreiden zonder dat zij haar ziel dreigt te verspelen? Waar liggen de grenzen? Zijn de uitbreidingen verenigbaar met een politieke unie? Is een samenwerkingsbeleid mogelijk dat niet uitmondt in toetreding?

Al deze vragen zijn niet nieuw, maar de Europese leiders hebben hardnekkig geweigerd ze onder ogen te zien. Met de kandidatuur van Turkije treden deze kwesties opnieuw op de voorgrond, en het zou wenselijk zijn dat ze in het middelpunt komen te staan van het debat dat op gang begint te komen, het debat dat in Frankrijk met een referendum zou moeten worden afgerond.

Als de Unie met meer dan dertig leden wil blijven functioneren, dient zij ingrijpende hervormingen te overwegen. De Europese Grondwet vormt slechts een schuchter eerste stapje in die richting.