Handelsruzie EU-VS laait weer op

Een handelsruzie tussen Europa en de Verenigde Staten hoeft geen grote gevolgen te hebben voor de transatlantische betrekkingen, maar het dossier Boeing-Airbus ligt politiek gevoelig.

Brussel had geen bedenktijd nodig om Washington met gelijke munt terug te betalen in het conflict rond de vliegtuigbouwers Airbus-Boeing. Nog geen uur nadat de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Zoellick had aangekondigd dat er een klacht naar de Wereldhandelsorganisatie (WTO) gaat over Europese subsidies aan Airbus, kwam eurocommissaris Lamy (Handel) met zijn antwoord.

Lamy toonde zich gisteren in een verklaring opmerkelijk cynisch over de stap van Washington. Volgens hem is het ,,duidelijk een poging de aandacht af te leiden van de zelf veroorzaakte neergang van Boeing''. Het Europese Airbus heeft inmiddels ongeveer de helft van de markt voor burgervliegtuigen in handen.

Een dozijn handelsconflicten tussen de EU en de VS leidde de laatste jaren niet tot een verslechtering in de transatlantische betrekkingen. Ook niet toen de EU begin dit jaar van de WTO toestemming kreeg 4 miljard dollar aan Amerikaanse goederen met een strafheffing te treffen wegens illegale fiscale exportsteun. Het conflict over Airbus en Boeing lijkt door het publicitair gevoelige en prestigieuze karakter van de vliegtuigindustrie explosiever.

De kwestie laaide in augustus in alle hevigheid op door uitlatingen van president George Bush. Hij dreigde tijdens een bezoek aan Seattle – een belangrijke productielocatie voor Boeing – met een WTO-klacht. Volgens Brussel was het dreigement van Bush ingegeven door verkiezingskoorts. De VS maakten duidelijk het bilaterale akkoord uit 1992 over overheidssteun voor vliegtuigbouwers te willen openbreken. Volgens Amerikaanse functionarissen moest er een eind komen aan de subsidiëring van Airbus. De Europese Unie had zich eerder al bereid getoond tot aanpassing van het akkoord, maar dan zouden ook alle Amerikaanse subsidies op tafel moeten komen.

De vraag is wat Washington met zijn klacht bij de WTO wint. Want de Europese Commissie is er zeker van een ijzersterke zaak te hebben. In Brussel denkt men dat het Washington er om te doen is te voorkomen dat Airbus met nieuwe ontwikkelingssubsidies de concurrentie zal aangaan met Boeings Dreamliner 7E7, een middelgroot en zuinig vliegtuig voor de lange afstand dat in 2008 op de markt komt. Maar de Europese tegenklacht bij de WTO spitst zich juist toe op miljardensubsidies voor deze 7E7. Het gaat volgens Brussel om 3,2 miljard dollar steun van de staat Washington, die volgens Brussel ,,illegaal'' is. Daarbovenop komt nog 1,6 miljard dollar van Japan, dat een belangrijke partner is bij de ontwikkeling van de 7E7.

Het bilaterale akkoord van 1992 staat alleen indirecte Amerikaanse steun aan Boeing toe via militaire programma's of opdrachten van ruimtevaartorganisatie NASA van maximaal 3 procent van de omzet in burgervliegtuigen. De EU mag eenderde bijdragen in de ontwikkelingskosten voor nieuwe Airbussen via rentedragende leningen van maximaal zeventien jaar. Volgens de VS leiden de leningen tot oneerlijke concurrentie, omdat terugbetaling alleen is vereist als daadwerkelijk vliegtuigen worden verkocht. Brussel riposteert dat van de acht Airbus-projecten sinds begin jaren negentig slechts drie programma's overheidssteun kregen. Van de 15 miljard euro aan leningen is volgens een woordvoerster tot nu toe 6,5 miljard euro terugbetaald. Volgens cijfers van de Europese Commissie ontving Boeing sinds 1992 zo'n 23 miljard dollar aan directe en indirecte subsidies, waarvan niets hoeft te worden terugbetaald. De steun was in 2002 en 2003 drie keer zo hoog als het akkoord van 1992 toestaat.

In de ogen van de Europese Commissie is het ,,echte probleem'' van Boeing een gebrek aan concurrentiekracht. Zo investeerde Boeing volgens haar tussen 2001 en 2003 slechts 2,8 miljard dollar in zijn divisie burgervliegtuigen. Dat is veel minder dan de 9,4 miljard dollar van Airbus. De Europese Commissie lijkt in feite aan te geven dat Airbus de overheidssteun in tegenstelling tot Boeing niet echt nodig heeft, wat nog meer vragen oproept over de logica van de Amerikaanse stap naar de WTO. De naderende presidentsverkiezingen blijven over als motief. Misschien loopt het na 2 november toch nog met een sisser af.