Frankfurter Allgemeine Zeitung

Met haar aanbeveling aan de staatshoofden en regeringsleiders om te besluiten de onderhandelingen over de toetreding van Turkije te openen, heeft de Commissie een historisch, maar misschien ook noodlottig besluit genomen. Hiermee maakt de EU zich op voor een uitbreiding tot buiten de geografische grenzen van Europa. Dat zal het in de toekomst moeilijker maken om verzoeken om lid te mogen worden, af te wijzen – bijvoorbeeld uit Noord-Afrika of het Midden-Oosten, of van nog andere kandidaten uit het voormalige sovjet-rijk in Oost-Europa, tot de Kaukasus aan toe, misschien zelfs van Rusland zelf.

Dat de EU daarmee boven haar macht zou grijpen – economisch, politiek, cultureel – ligt voor de hand. Met de gisteren waarschijnlijk geworden toetreding van Turkije zou het historische project Europa, zoals het in de jaren '50 van de twintigste eeuw als consequentie van de Europese zelfvernietiging in twee wereldoorlogen is begonnen, ten einde lopen. Je kunt dit wensen, je kunt het voor onvermijdelijk houden, omdat ook de tweedeling van de wereld in vijandige blokken ten einde is. Maar dan zou de Europese bevolking ook eerlijk moeten worden verteld: het gaat niet om een `uitbreiding' maar om een transformatie van de EU.

Daarbij zijn de economische problemen die de poging een land als Turkije in de EU te integreren meebrengt, nog het gemakkelijkst te bevatten, want die laten zich in cijfers uitdrukken, laten zich begrijpen als risico's, als kansen. Veel ingrijpender zijn de culturele gevolgen. In de relatie met Turkije ontbreekt het `wij'-gevoel dat de Europeanen zelfs nog hadden wanneer zij met elkaar in oorlog waren. Maar dat besef van bij elkaar te horen is wél een vereiste om het schuiven met geldbedragen dat de materiële kern van de EU uitmaakt, als legitiem te doen aanvaarden – niet altijd zonder morren, maar toch.

Wanneer aan het historische gevoel, het besef een door het lot verbonden gemeenschap te zijn, de grondslag wordt ontnomen, is er ook geen grondslag meer voor politieke solidariteit: de idee van de EU als speler op het wereldtoneel – die nu al aanmatigend klinkt – wordt definitief tot hersenschim; de ontwikkeling naar een in het gunstigste geval hechter verknoopte `Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking' die zich tot buiten het Europese continent uitstrekt, zou dan te voorzien zijn. De toetreding van Turkije zou het Europese Huis dat wij kennen, vernietigen. In plaats daarvan zijn geopolitieke dromen en geschiedfilosofische hersenspinsels over een `brug naar de islamitische wereld' in de aanbieding.