Fouten in luchtruim niet altijd gemeld

Luchtverkeersleiders melden niet alle voorvallen en fouten op het gebied van veiligheid. Daardoor leert de luchtverkeersleiding onvoldoende van de eigen fouten en kunnen dezelfde fouten bij herhaling optreden.

Dat concludeert de Algemene Rekenkamer in een onderzoek naar het toezicht op Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). De Rekenkamer heeft geen aanwijzigingen dat de veiligheid van het luchtruim hierdoor in het geding zou zijn.

Oorzaak van het niet melden van voorvallen of incidenten is de gebrekkige bescherming van melders. ,,Luchtverkeersleiders vrezen dat ze door eigen medewerking strafrechtelijk vervolgd worden'', aldus de Rekenkamer.

Het draagvlak onder luchtverkeersleiders om mee te werken aan een intern systeem van onderzoek naar voorvallen is afgenomen, constateert de Rekenkamer, na een slepende rechtszaak tegen drie luchtverkeersleiders die betrokken waren bij het zogenoemde Delta-incident op 10 december 1998, toen twee Boeings op Schiphol elkaar dreigden te kruisen op de Kaagbaan. De rechtbank achtte een overtreding bewezen, maar legde geen straffen op.

In de praktijk melden luchtverkeersleiders wél voorvallen die het gevolg zijn van ,,weeffouten'' in organisatie, procedures of communicatie, ,,maar meestal niet de voorvallen die zijn terug te voeren op het eigen tekortschieten om welke reden dan ook'', aldus de Rekenkamer. Op meldingen die intern wél worden gedaan, volgt doorgaans een gedegen intern onderzoek. Maar met de aanbevelingen wordt weinig gedaan.

Luchtverkeersleiding bevestigt tegenover de Rekenkamer de onvolledige meldingen, maar stelt dat het het aantal meldingen nu weer stijgt. Staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat) werkt aan rechtsbescherming van melders bij voorvallen die niet door opzet of grove nalatigheid zijn veroorzaakt.

Volgens de Rekenkamer schiet het toezicht van het rijk op LVNL, een zelfstandig bestuursorgaaan, tekort. Het rapport is vandaag aangeboden aan de Tweede Kamer.