Ethiopië vraagt Blair geroofde schatten terug

Ethiopië wil de cultuurschatten terug die de Britten 136 jaar geleden hebben gestolen. Het doet een beroep op bezoekende premier Blair.

Het is een zwarte bladzij in de geschiedenis van Ethiopië, en misschien ook wel van Groot-Brittannië. Britse troepen onder generaal Robert Napier, de latere Lord Napier of Maqdala, verpletterden in 1868 het leger van de Ethiopische koning Tewodros II. De staten waren niet eens in oorlog. Ze hadden een diplomatiek geschil omdat koning Tewodros Westerse diplomaten en missionarissen gevangen hield.

Bij de bevrijding van de gevangenen gingen de Britten rigoreus te werk. Ze vernietigden de hoofdstad Maqdala. Ze plunderden de burcht voordat ze die, met drieduizend huizen, platbrandden. Honderden van de meest waardevolle manuscripten en koninklijke of religieuze voorwerpen sleepten ze mee naar hun vaderland. Ethiopië probeert al ruim 130 jaar om die cultuurschatten terug te krijgen.

Wat er destijds in Maqdala is gebeurd, heeft Clements Markham, de historicus van de expeditie, nauwgezet beschreven. Voordat koning Tewordros door de Britten gevangen kon worden genomen, schoot hij zichzelf dood met een pistool dat hij nog van de Britse koningin Victoria cadeau gekregen had. De Britse soldaten verzamelden zich rond het lijk ,,en slaakten drie juichkreten alsof het om een dode vos ging, voordat ze aan zijn kleren begonnen te trekken tot ze scheurden en hij naakt was''.

Dat was het begin van de grote roofpartij die zich ook uitstrekte tot de nabijgelegen kerk van Madhane Alam (`de Redder van de Wereld'), een van de heiligste plaatsen van de Ethiopische orthodoxe christenen. Volgens journalist/ontdekkingsreiziger Henry Stanley, die er bij was, bestond de buit ondermeer uit ,,een oneindige verscheidenheid aan gouden, zilveren en koperen kruisen''.

Volgens de opvattingen van die tijd zag de Britse legerleiding geen kwaad in de plunderingen maar vond ze wel dat de buit eerlijk moest worden verdeeld. Daarom verzamelde ze alle geroofde spullen en vervoerde die op bijna 200 muilezels en 15 olifanten naar een nabijgelegen vlakte, waar de goederen werden geveild. Van de uiteindelijke opbrengst van 5.000 pond kregen alle manschappen een deel. De grootste koper op de veiling was de `archeoloog' van de expeditie Richard Holmes, later Sir Richard Holmes, die optrad namens het British Museum. Ook veel officieren kochten een souveniertje voor thuis.

Een lijstje van geroofde schatten: 355 perkamenten manuscripten waaronder rijk geïllustreerde bijbels, tien altaarschalen, twee kronen waarvan één 18 karaats en tweeënhalf kilo zwaar, miskelken, processiekruisen, een vroeg 16de eeuwse icoon van Christus en het persoonlijk amulet van de koning. Van vrijwel alle stukken is bekend waar ze zich bevinden: in de British Library, het British Museum, het Victoria & Albert Museum, het Museum of Mankind, het National Army Museum, allemaal in Londen. Ook de Britse vorstin bezit zes zeer zeldzame manuscripten.

Al enkele jaren na de roof probeerde de Ethiopische keizer Yohannes IV om twee van de meest waardevolle stukken terug te krijgen. In de eeuw die volgde gaven de Britten bij bijzondere gelegenheden – een bezoek van de toekomstige keizer Haile Selassie aan Londen in 1924, een staatsbezoek van koningin Elizabeth aan Ethiopië in 1965 - enkele stukken terug, zoals een van de twee kronen. Maar dat gebeurde altijd als gunst, niet omdat het rechtmatig Ethiopisch eigendom was, zegt de Britse dr. Richard Pankhurst. Hij is een van de drijvende krachten achter de Association for the Return of The Maqdala Ethiopian Treasures (AFROMET) die voor de teruggaaf van de cultuurschatten strijdt. De 77-jarige Brit, die al het grootste deel van zijn leven in Ethiopië woont, is een kleinzoon van de suffragette Emmeline Pankhurst (1858-1928) en een zoon van de suffragette en antifasciste Sylvia Pankhurst (1882-1960). Zijn moeder voerde in de jaren dertig actie tegen de Italiaanse bezetting van Ethiopië, schreef een gezaghebbend boek over de Ethiopische cultuur en kreeg in 1960 in Addis Abeba een staatsbegrafenis.

Volgens dr. Pankhurst was er volgens internationaal recht geen enkele rechtvaardiging voor de Britse plundering van de burcht en hebben de Britten heiligschennis gepleegd door de kerk van Medhane Alem leeg te roven. ,,Als Amerikanen en Britten hetzelfde in Irak zouden hebben gedaan, zou de hele wereld in opstand gekomen zijn.'' Pankhurst vindt dat ,,Afrika recht op zijn eigen erfgoed heeft''.

Het Ethiopisch parlement grijpt een bezoek van de Britse premier Blair aan Addis Abeba vandaag aan om de schatten terug te vragen. Groot-Brittannië heeft zich steeds verzet tegen een teruggaaf omdat daarvoor een stemming in het parlement zou zijn vereist en omdat het strijdig zou zijn met een wet uit 1753. Ook zouden de kunstschatten in Groot-Brittannië beter voor het nageslacht kunnen bewaard dan in het armlastige Ethiopië. Op de achtergrond speelt mee dat de Britten vrezen voor precedentwerking. De Britse musea liggen vol oorlogsbuit.