De schijn van eenheid

In een rede die secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie Jaap de Hoop Scheffer op 5 juli in Den Haag hield, zei hij dat er na de top in Istanbul, die de week tevoren had plaatsgevonden, een new momentum (een nieuw elan) in de transatlantische veiligheidssamenwerking was gekomen.

Ach, hoe vaak hebben wij die uitdrukking niet gehoord bij gelegenheden dat er juist algemeen getwijfeld werd aan de levensvatbaarheid van een organisatie of beweging! Het is dikwijls een kwestie van zichzelf moed inspreken, soms tegen beter weten in.

Nu had die top weliswaar in beginsel besloten dat de NAVO de training van een nieuw Iraaks leger op zich zou nemen. Over de details moesten de bondgenoten het nog eens worden. Welnu, dat laatste heeft bijna drie maanden geduurd. Als dát het bewijs van een ,,nieuw elan'' is, zou je bijna begrip krijgen voor de opvatting van Rumsfeld dat er met de NAVO niet te werken valt.

En dan blijkt, na die drie maanden, nog dat in elk geval drie grote Europese bondgenoten, Frankrijk, Duitsland en Spanje, geen mensen zullen leveren aan de militaire missie die zich met de training van de Irakezen gaat bezighouden. Wat is er van de militaire integratie binnen de NAVO (waar Frankrijk trouwens al sinds 1966 niet aan meedoet) overgebleven?

De Hoop Scheffers rede stond afgedrukt in het laatste nummer van Atlantisch Perspectief, en de ironie van het geval wil dat zij daarin voorafgegaan werd door een artikel van dr. J.W. Honig, senior lecturer in the department of War Studies at King's College te Londen. Dat artikel komt tot vierkant andere conclusies dan De Hoop Scheffer. Zo kunnen de lezers hun keus maken.

Honig spreekt de vrees uit dat de top van Istanbul in plaats van een ,,nieuw elan'', juist ,,een ommekeer in de houdingen ten opzichte van de NAVO aan weerszijden van de Atlantische Oceaan'' heeft laten zien. En daarbij legt hij nu eens de schuld niet bij de Amerikanen, maar bij de Europeanen.

Zijn redenering kan als volgt worden samengevat: Europa's veiligheid is na de Koude Oorlog niet meer in het geding. De NAVO is daarom voor de Europeanen niet meer een kwestie van noodzaak, maar van keus geworden. Irak en Afghanistan vallen, volgens hem, niet onder die noodzaak, al zullen afzonderlijke landen (maar niet om redenen van eigen veiligheid) misschien troepen naar die oorlogstonelen sturen.

Dat zal onder een president Kerry niet anders zijn. Die heeft al aangekondigd dat hij een sterker beroep op de Europese bondgenoten zal doen om hem uit het Iraakse moeras te halen. Dezen zullen het weliswaar veel moeilijker vinden hem af te wijzen dan ze Bush deden, maar afwijzen zullen ze hem. Hun kiezers zullen niet het soort oorlog aanvaarden dat in Irak en Afghanistan nodig is. Dat zullen ze zelfs niet doen als dit ten koste van de NAVO gaat.

Tot een soortgelijke conclusie komt een redacteur van de Frankfurter Allgemeine na deelneming aan een Amerikaans-Duits colloquium in Berlijn, waarover hij in zijn krant van 17 september bericht. Hij acht de prognose niet gewaagd dat de alliantie op weg is te ,,degenereren'' tot een ,,optionele manifestatie (Veranstaltung)'', ongeschikt om de uitdagingen te beantwoorden uit een gebied waarvan het Westen, alleen al vanwege de olie, afhankelijk is.

Toevallig – of, in diepere zin, helemaal niet toevallig sluiten daarbij enkele bijdragen goed aan op het colloquium over Europese normen en waarden dat vorige maand in Den Haag gehouden werd. Enige deelnemers en deze keer is het zeker geen toeval dat zij uit Amerika en Engeland kwamen wezen erop dat het Europa's ambitie eigenlijk alleen maar is om een soft power te zijn.

Volgens de Britse diplomaat Robert Cooper wordt de gemeenschappelijke ervaring van de Europeanen goeddeels bepaald door de twee wereldoorlogen van de vorige eeuw. Die leidt tot de conclusie: dat nooit weer! En zo heeft de EU macht door recht vervangen.

Of heeft zij alleen maar macht afgezworen? Immers, bij een recente peiling antwoordde op de vraag of het in sommige omstandigheden nodig was oorlog te voeren teneinde recht te verkrijgen, 55 procent van de Amerikaanse ondervraagden met ja, en slechts 12 procent van de Duitsers en Fransen.

Hoe dit ook zij – soft power is misschien heel mooi als Europees doel denk aan het ,,civiele Europa'' van het kabinetDenUyl, een conceptie bedacht door de tegenwoordige minister Brinkhorst – maar, zo zei Cooper, mensen vinden het over 't algemeen moeilijk zich ermee te identificeren. Inderdaad, zulke identificaties zijn meestal, in een eeuwenlang proces, door oorlogen en burgeroorlogen (hard power) tot stand gekomen.

Een andere deelnemer aan dat Haagse colloquium, de Amerikaanse jurist Joseph Weiler, schreef hieraan het verzet van de openbare mening in grote delen van Europa tegen de oorlog in Irak toe – vaak tegen hun eigen regeringen in. Die collectieve herinnering aan eigen gewelddadig verleden onderscheidt de Europeanen van de Amerikanen. De Amerikaanse reactie op 11 september 2001 was kenmerkend voor de schok van de ,,eerste keer''.

Zo manifesteert zich, ondanks eenheid van zeer algemene waarden (zoals vrijheid, democratie), de kloof tussen Amerika en Europa als een bijna existentieel gegeven, waartoe allerlei grote en kleine ergernissen over en weer herleid kunnen worden. Laten we dus medegevoel hebben voor de mans wiens taak het is althans de schijn van transatlantische eenheid op te houden. Sterkeren zijn aan minder zware taken bezweken.