Carel Fabritius

Op 12 oktober 1654 ontploft in Delft het kruitmagazijn ` 't Secreet van Hollandt'. Bijna een derde van de stad wordt vernield, er vallen honderden doden. Onder hen de schilder Carel Fabritius. De getuigenissen van zijn leven en werken zijn opvallend summier. De meeste bronnen baseren zich op Van Bleyswijcks verslag uit 1667, waarin Fabritius o.a. tot `den grootsten Constenaar (...) die Delleft oyt of Holland heeft gehad' wordt genoemd. Waarop die roem is gebaseerd wordt niet erg duidelijk. Ook werden Carels doeken nog wel eens voor een Rembrandt, zijn leermeester, aangezien. Des te opmerkelijker dus dat het Mauritshuis er nu in is geslaagd een overzicht van het werk van Fabritius te presenteren: een òeuvre' van twaalf schilderijen. Natuurlijk wijt het Mauritshuis die geringe omvang van Fabritius' oeuvre aan die desastreuze atelierontploffing, maar toch verklaart die knal niet alles. Fabritius mag dan jong gestorven zijn, met zijn 32 jaar heeft hij zeker tien jaar als schilder gewerkt. Zijn bekendste werk is Het Puttertje, dat door z'n eenvoud, z'n subtiele, bijna terloopse gebruik van perspectivische perfectie naar de toeschouwer blijft lonken. Nog meer lef toont Fabritius in het Portret van Abraham de Potter. In tegenstelling tot Rembrandt, die zijn geportretteerden meestal tegen een donkere achtergrond zet om ze als lichtbeschenen volumes naar voren te laten komen, schroomt Fabritius niet om De Potter te omgeven met een dunne, lichtgrijze waas. Het effect daarvan is subliem. Indrukwekkend zijn ook de zelfportretten. Al die twaalf werken doen verlangen naar wat Fabritius gedaan zou hebben als hij langer had geleefd, of vooral: naar de ontbrekende delen van zijn oeuvre.

Carel Fabritius, de jonge meester t/m 9 jan Mauritshuis, Korte Vijverberg 8, Den Haag. Di- za, 10-17u, zo 11-17u.