Vader Máxima moet mogelijk getuigen

Jorge Zorreguieta, de vader van prinses Máxima, is voor het eerst in zijn leven betrokken bij een rechtszaak wegens vermeende mensenrechtenschendingen. De nabestaanden van een vrouw die tijdens de laatste militaire dictatuur (1976-1983) werd ontvoerd, dienden gisteren een aanklacht in waarin ze Zorreguieta oproepen als getuige. Een federale rechter zal zich over het verzoek buigen.

Op 30 maart 1976, zes dagen na de staatsgreep waarbij de militaire junta van Jorge Videla de macht greep, werd de 36-jarige Marta Sierra in de hoofdstad Buenos Aires ontvoerd terwijl ze borstvoeding gaf aan haar zoontje van twee maanden oud. Hoogstwaarschijnlijk werd ze daarna direct vermoord.

Sierra werkte als biologe op het landbouwinstituut INTA dat volgens de advocaat van de nabestaanden onder het Secretariaat van Landbouw, Veeteelt en Visserij viel. De junta vroeg Zorreguieta de dag na de staatsgreep van 24 maart 1976 ondersecretaris te worden op dit secretariaat. Vijftien dagen na Sierra's verdwijning trad hij aan. In 1979 promoveerde hij tot staatssecretaris.

Het gisteren ingediende verzoek bevat nieuwe informatie over de gang van zaken na Sierra's `verdwijning'. De dag na haar ontvoering zou ze door het INTA ontslagen zijn en in een wachtgeldregeling zijn geplaatst, in het kader van de `antisubversieven-wet'. Haar kinderen willen hierover uitleg van de INTA-leidinggevenden, tot wie zij ook Zorreguieta rekenen.

De advocaat van de nabestaanden zegt dat Zorreguieta en andere hoge landbouwfunctionarissen niet zijn opgeroepen omdat ze beschuldigd worden van betrokkenheid bij de verdwijning van Sierra, maar vanwege ,,de totale desinteresse voor het lot van degenen die verdwenen bij het INTA''.

In de Argentijnse krant La Nación zegt Zorreguieta vandaag dat het INTA niet onder `zijn' secretariaat viel, maar onder het ministerie van Economische Zaken. ,,Ik kan niets verklaren, omdat ik niets weet. Nooit heb ik iets gemerkt, nooit heeft iemand mij iets verteld'', aldus Zorreguieta.

In de verklaring waarmee Zorreguieta zich op 2 april 2001 tot het Nederlandse volk richtte, wees hij erop dat zijn secretariaat ,,in tegenstelling tot [de situatie] elders, en hoe vreemd het misschien ook lijkt, een technische afdeling was die viel onder het ministerie van Economische Zaken''. De Rijksvoorlichtingsdienst geeft geen commentaar op wat de dienst ,,een privé-zaak van de heer Zorreguieta'' noemt.