Tweehonderd keer naar de dokter en de no-claim is op

Houdt een bijdrage van 1,25 euro een ziekenfondsverzekerde af van bezoek aan de huisarts of niet? De Kamer debatteert morgen met minister Hoogervorst over de invoering van de no-claim.

Een eenvoudige, elegante en zeker ook administratief aantrekkelijke vorm van een eigen risico – zo ziet minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) de no-claimregeling voor degenen die gebruik maken van de diensten van onder meer huisarts, apotheek, medisch specialist of fysiotherapeut. Hij introduceerde het dit voorjaar als alternatief voor het eigen risico in het ziekenfonds.

De no-claim heeft bovendien als voordeel dat de burger niet op voorhand op hoge kosten (de omvang van het eigen risico) wordt gejaagd als hij medische hulp vraagt. De oplossing brengt ook het uiteindelijke oogmerk van het eigen risico, het vergroten van de eigen verantwoordelijkheid van de burger, niet in gevaar.

Hoogervorst kwam met het voorstel voor de regeling nadat in het regeerakkoord was vastgelegd dat ook in het ziekenfonds, zoals de meeste andere ziektekostenverzekeringen al kennen, een eigen risico van tweehonderd euro zou worden ingevoerd. Eind vorig jaar werd dit bedrag verhoogd tot 250 euro als compensatie voor het schrappen van `medicijnknaak' door de Tweede Kamer. Door de invoering van het eigen risico zouden de collectieve uitgaven circa 1,5 miljard euro minder stijgen, zo werd verwacht.

Bij een eigen risico komen de eerste 250 euro direct voor eigen rekening, pas als hij dit bedrag heeft besteed mag het ziekenfonds de andere declaraties gaan vergoeden, iets wat met name voor de laagstbetaalden mogelijk een probleem kan zijn.

Hoogervorst maakt van de `straf' een `beloning – zij het dat deze uiteindelijk toch gewoon door de ziektekostenverzekerden zelf wordt betaald. De ziekenfondspremie gaat immers (in 2005) maximaal 63 euro (ruim 5 euro per maand) omhoog om de no-claim te kunnen financieren. Verzekerden kunnen die premie weer terugverdienen door weinig gebruik te maken van het zorgaanbod: wie onder de 250 euro blijft krijgt het verschil aan het einde van het jaar terug. En dat is een `positieve prikkel', zo meent Hoogervorst in de toelichting op het wetsontwerp dat de invoering ervan mogelijk moet maken. De Kamer debatteert er morgen over.

,,Met een no-claimteruggaaf krijgt de verzekerde immers geld uitgekeerd, bij een eigen risico moet de verzekerde betalen.'' Hoogervorst erkent wel dat daarmee waarschijnlijk het zuiniger gebruik van de zorg wat minder stimuleert dan wanneer hij de consument direct met de rekening confronteert, maar dat bezwaar neemt hij voor lief.

Het voorstel stuit op bezwaar bij de patiëntenverenigingen – want die zijn tegen elke vorm van eigen risico of eigen bijdrage. Dat geldt in feite ook voor de kleine `linkse' partijen. In de rest van de Kamer stuit de oplossing van Hoogervorst nauwelijks op bezwaar. Dat wil zeggen: tegen de vormgeving ervan.

De discussie in de afgelopen maanden spitste zich toe op de vraag of de huisartsenhulp nu wel of niet onder de no-claim zou moeten vallen (waarbij de minister heeft voorgesteld een kwart van de consultskosten onder de no-claim te laten vallen). Waar huisartsen klagen over veel onnodige consulten was het hun vakbond LHV die zich vanaf het begin om `principiële' redenen tegen het voorstel verzet: de toegang tot de huisarts moet drempelloos blijven om te voorkomen dat mensen te laat diens hulp inroepen, zo meent de LHV. Maar sinds jaar en dag kennen de 600.000 verzekerden bij de verplichte ambtenarenverzekering (de IZA-verzekering) een eigen risico waarvan de hoogte door het inkomen wordt bepaald. Tot dat eigen risico worden nadrukkelijk de kosten van de huisarts gerekend. Er zijn geen signalen dat deze verzekerden zich daardoor te laat bij hun huisarts melden.

Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer (PvdA, D66, ChristenUnie, SGP, GroenLinks, SP en CDA) verzet zich eveneens tegen het opnemen van de huisartsenhulp in de no-claim. Daarbij is de opstelling van het CDA opmerkelijk. Want terwijl de oud-huisarts Buijs zich als woorvoerder voor het CDA breed maakt voor de `drempelloze' toegang, in het voetspoor van de LHV, werd dit voorjaar in de Eerste Kamer door zijn partij nog eens nadrukkelijk gepleit voor de IZA-aanpak, inclusief huisarts. Net zoals overigens Buijs' voorgangers er voor pleitten de nieuwe basisverzekering in een IZA-vorm te gieten.

Overigens kampt Hoogervorst niet alleen met weerstand in de Kamer. Hij wil de maatregel al op 1 januari laten ingaan, maar er zijn praktische bezwaren. Om het huisartsenbezoek te verrekenen is verandering van de financiering voor ziekenfondspatiënten noodzakelijk.

Al enkele jaren geleden was besloten af te stappen van het systeem dat de huisarts voor elke ingeschreven ziekenfondspatiënt een vaste jaarlijkse vergoeding krijgt, ongeacht het gebruik dat van zijn diensten wordt gemaakt. Er wordt gewerkt aan de uitwerking van een advies dat voorziet in een combinatie van een (lagere) vaste vergoeding met een bedrag per verrichting. Maar verzekeraars en LHV zijn het tot dusver grondig oneens over de uitwerking ervan. Inmiddels heeft het landelijke tarievenbureau CTG al wel besloten een eerste stap in die richting te zetten. Het adviseert de minister in 2005 het tarief voor een consult op 5 euro vast te stellen, wat neerkomt op een `drempel' van 1,25 euro voor de no-claim. Na tweehonderd bezoeken aan de huisarts is de no-claim dus verspeeld.

De invoering van dit tarief vergt een ingrijpende aanpassing van de toch al wankele computersystemen bij de huisartsen. Het CTG waarschuwt de minister dan ook: invoering van de no-claim voor de huisarts op 1 januari kan, maar er zitten grote risico's aan die snelle uitvoering. Uitstel tot 1 januari 2006 ligt voor de hand, want dan moet de nieuwe zorgverzekeringswet ingaan. Die wet kent een vrijwillig eigen risico van maximaal vijfhonderd euro, al dan niet in de vorm van een no-claim. Uitstel slaat een gat van tachtig miljoen euro in de dekking van zorguitgaven, maar Hoogervorst kan vijftig miljoen euro besparen op de uitgaven voor huisartsenhulp, het bedrag dat hij uit de opbrengst van de no-claim hiervoor had gereserveerd.