Tweederangsrechtbank

Is organisatieverandering wel het juiste middel om beter te presteren? Deze vraag stelde het Tweede-Kamerlid Griffith (VVD) vorig jaar rond deze tijd in een debat over het openbaar ministerie. Het was een goede vraag, maar minister Donner (Justitie, CDA) wuifde hem weg. Het ging slechts om een ,,houtskoolschets'' die toen ter sprake kwam, vooral bedoeld om iets te bedenken voor de kleine parketten. Want die zijn kwetsbaar, voegde Donner er later aan toe. De bewindsman verzekerde dat de hoofdstructuur van het openbaar ministerie onaangetast zou blijven en dat de verhoudingen tussen het OM en zijn `ketenpartners' in het oog zouden worden gehouden.

Nu komt de aap uit de mouw. De houtskoolschets is wel degelijk de opmaat tot een drastische verandering van het openbaar ministerie, zo blijkt uit plannen waarmee het college van procureurs-generaal onlangs heeft ingestemd. Het aantal arrondissementsparketten – het aanspreekpunt voor de rechtbanken, maar ook voor het lokaal bestuur – moet worden teruggebracht van negentien tot tien. Daarnaast komen er nieuwe regioparketten, die ook al niet aan een bepaald gerecht zijn gebonden. Dat geldt ook voor nieuwe gespecialiseerde parketten voor bijvoorbeeld milieucriminaliteit. Voor zogeheten `bulkzaken' als winkeldiefstal en verkeersovertredingen komt er een standaardformulier.

Verschil maken in de strafrechtspleging tussen `confectie' en `maatwerk' is een ontwikkeling die al langer gaande is. Het klinkt aardig, tot men er als individuele burger mee te maken krijgt. Dan is iedere zaak bijzonder. Het concentreren van parketten in een kleiner aantal gemeenten vergroot de afstand van het OM tot de burgemeesters – partners in het gezag over de politie – en verslapt de band met de gerechten. Toch rekent het openbaar ministerie zichzelf nadrukkelijk, net als de zittende magistratuur, tot de rechterlijke macht. Op zichzelf ligt het in de rede dat het OM de schaarse kennis over notoir lastige strafrechtsonderwerpen als milieu en fraudes wil bundelen. Maar het risico is dat het OM gaat `forum shoppen' door zelf het gerecht uit te kiezen waar het denkt de meeste kans op succes te hebben.

Specialisatie en concentratie bij het openbaar ministerie vergroten de toch al aanzienlijke druk op de héle rechterlijke organisatie om deze voorbeelden te volgen. Er wordt al openlijk gewaarschuwd tegen het ontstaan van tweederangsrechtbanken, nog los van de aandrang de behandeling van steeds meer zaken over te laten aan een alleenzittende rechter (unus) in plaats van drie rechters die elkaar kunnen controleren. Deze ogenschijnlijk simpele oplossing voor filevorming in de rechtszaal ,,raakt het rechterlijk beleid in het hart'', zei de procureur-generaal bij de Hoge Raad Ten Kate bij zijn afscheid drie jaar geleden.

,,Radicale veranderingen in de schaalgrootte van de gerechten kunnen in de cultuur van de organisatie meer kapotmaken dan ons lief is'', waarschuwde hoogleraar en rechter M. Loth in zijn voorbeschouwing voor de jaarvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Toch werd uitgerekend daar de radicale blauwdruk voor het openbaar ministerie gepresenteerd. Het is een teken dat de grens van de vrijheid van de onafhankelijke rechter steeds meer wordt verlegd zonder dat deze daar veel invloed op heeft.