Twee kinderen mag weer in Shanghai

In Shanghai mogen echtparen van wie man en vrouw allebei enig kind zijn twee kinderen krijgen. De autoriteiten willen zo voorkomen dat de stad te veel vergrijst.

Lu Yinyin is 22 jaar, en ze heeft geen broers of zussen. Dat is meer regel dan uitzondering voor Shanghainese jongeren van haar leeftijd, want in 1979 voerde China de maatregel door dat gezinnen nog maar één kind mochten krijgen. Die maatregel werd ingegeven door het besef dat China anders met een ongekende bevolkingsexplosie te maken zou krijgen. Mao Zedong, die niets moest hebben van demografen, had het vóór die tijd juist `revolutionair' en daarmee zeer wenselijk geacht dat er zoveel mogelijk nieuwe communisten op de wereld werden gezet.

Dat werd in 1979 opeens radicaal anders, en ook Lu's vriend, de 23-jarige Zhu Wei, weet niet wat het is om met een broer of zus op te groeien. Hij mist dat overigens niet: in je eentje krijg je heerlijk alle aandacht en je ouders kunnen niet het ene kind boven het andere voortrekken. Of je er eenzaam en asociaal van wordt? ,,Dat ligt maar net aan het specifieke gezin waarin je bent opgegroeid'', relativeert Zhu. Toch wil hij net als zijn vriendin later zelf liever wel meer kinderen. ,,Als we genoeg verdienen, dan nemen we er het liefst twee.'' Zhu en Lu zijn het daar roerend over eens.

Sinds april mogen ze dat ook weer van de gemeente Shanghai. Omdat er de laatste elf jaar sprake is van een negatieve bevolkingsgroei onder de permanente bevolking van de stad, heeft Shanghai besloten dat mensen die allebei enig kind zijn, samen wel twee kinderen mogen krijgen. Ook wordt de beloning afgeschaft die werd toegekend aan echtparen die helemaal geen kinderen namen.

Shanghai wil met deze maatregelen voorkomen dat de stad te veel vergrijst. In 2003 stonden er 57.000 geboorten tegenover 100.700 sterfgevallen, en daarmee was er sprake van een negatieve bevolkingsgroei, zo blijkt uit cijfers van de gemeente Shanghai. Ook worden de gezinnen steeds kleiner. Waar een gemiddeld gezin in 1949 nog uit 4,9 mensen bestond, was dat in 2000 teruggelopen tot 2,8.

Dat komt niet alleen door het verbod op meer dan één kind. Het grootbrengen van een stadskind is in China door de zeer hoog opgelopen kosten voor goed onderwijs een kostbare zaak geworden, en stadsgezinnen besteden naar schatting zo'n 40 procent van hun totale inkomsten aan hun kind. Sommige mensen zien er daarom maar liever helemaal vanaf. Zeker vrouwen zien het krijgen van kinderen vaak als een hindernis voor hun carrière.

Gaat Zhu later ook zijn ouders onderhouden? ,,Natuurlijk ga ik die geld geven'', zegt Zhu bijna verontwaardigd. ,,Wat dacht je dan?'' Daarmee zullen Zhu en Lu later, als alles naar wens verloopt, de financiële zorg krijgen voor vier ouderen met een beperkt pensioen en voor twee dure kinderen. Bang zijn ze daar niet voor. ,,Shanghai wordt steeds welvarender, ik denk dat het ons wel gaat lukken'', zegt Zhu optimistisch. Volgend jaar studeert hij net als Lu af aan een van de technische universiteiten van de stad.

De bevolking van Shanghai mag dan vergrijzen, het aantal mensen in de stad neemt alleen maar toe. Geschat wordt dat er nu zo'n 20 miljoen mensen in de stadsprovincie wonen, maar niemand weet het precies. De welvarende metropool oefent een sterke aantrekkingskracht uit op China's boerenbevolking, die zich tijdelijk of permanent, geregistreerd of ongeregistreerd in de stad vestigt in de hoop mee te kunnen delen in de nieuwe welvaart die Shanghai zeer zichtbaar genereert. Hun aantal wordt geschat op zeker drie miljoen mensen.

Het is in de steden wel, maar op het platteland nooit goed gelukt om het één-kindbeleid ook werkelijk door te voeren. Het is de boeren al langer toegestaan om twee kinderen te krijgen als het eerste onverhoopt een meisje is, en veel plattelandskinderen vertellen dat ze één of vaak zelfs meer broers en zusjes hebben.

Vermoedelijk wil Shanghai met het nieuwe beleid ook voorkomen dat het evenwicht uit de stadsbevolking verdwijnt. Voor Shanghais toekomstige ontwikkeling is het vooral nuttig dat de stad kan beschikken over goed opgeleide, internationaal geörienteerde vakmensen en managers. Die vinden werk in de groeiende dienstensector, terwijl de fabrieken steeds meer naar buiten het te duur geworden Shanghai vertrekken.

De behoefte aan slecht opgeleide boeren, die nu nog veelal in de bouw en de eenvoudige dienstverlening werken, zal in de toekomst waarschijnlijk eerder af- dan toenemen. Maar juist de armere boeren krijgen veel kinderen, die steeds vaker naar de steden trekken. De boeren geloven nog steeds dat kinderen onmisbaar zijn als oudedagsvoorziening, en met veel kinderen vergroot je de kans dat in elk geval ééntje ervan later succes genoeg heeft om de hele familie uit de armoede te tillen.

Voor Lu en Zhu is armoede een vaag begrip geworden. Ze lijken meer op hun leeftijdsgenoten in Europa dan op de Chinese plattelandsbevolking. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Shanghai juist hen stimuleert om voor een nieuwe bevolkingsaanwas in de stad zorg te dragen.