Turkije al lang in de wachtkamer van de EU

Het voorwaardelijke groene licht dat Turkije vandaag van de Europese Commissie heeft gekregen, luidt waarschijnlijk het begin in van een lange Turkse mars door duizenden pagina's EU-regels.

Turkije zit al geruime tijd in de wachtkamer van de Europese Unie. Sommigen beweren zelfs al vanaf 1963, toen het zogenoemde associatie-verdrag in werking trad.

Turkije vroeg eind jaren tachtig, nadat het militaire bewind had plaatsgemaakt voor een burgerregering, officieel het lidmaatschap van de Europese Unie aan. Formeel kreeg Turkije de status van kandidaat-lid op de Europese top van december 1999 in Helsinki. Dat hield in dat Turkije de politieke, economische en monetaire doelstellingen van de EU onderschreef. Bijna twee jaar geleden, in december 2002, bevestigden de Europese regeringsleiders de Turkse kandidatuur op hun top in Kopenhagen.

Bij diezelfde gelegenheid stelden de EU-leiders Ankara ook een datum in het vooruitzicht waarop zij zouden beslissen over de vraag of concrete onderhandelingen over toetreding zouden kunnen beginnen. Die datum werd de decembertop van 2004, onder Nederlands voorzitterschap.

Toetreding tot de Europese Unie verloopt in vele etappes. De laatste twee zijn: de start van de onderhandelingen en de uiteindelijke toetreding. Voor beide fasen gelden voorwaarden.

De voorwaarden voor de start van onderhandelingen heten de `Kopenhagen-criteria', genoemd naar de Deense hoofdstad waar ze in december 1993 werden opgesteld. Toen hadden de regeringsleiders met name de landen in Midden- en Oost-Europa in het vizier, waarvan de meeste inmiddels bij de EU zijn gekomen.

De Kopenhagen-criteria vallen in drieën uiteen. Kandidaat-lidstaten moeten stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden waarborgen. Verder moeten ze beschikken over een markteconomie die het hoofd kan bieden aan de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de EU. En ten slotte moeten ze competente administratieve en juridische apparaten hebben om de EU-regels over te nemen en te handhaven.

De Europese Commissie oordeelt vandaag voorwaardelijk positief over de vraag of Turkije aan deze criteria voldoet. Als de regeringsleiders dit oordeel in december overnemen, dan betekent dit dat de concrete onderhandelingen over de Turkse toetreding binnen afzienbare tijd kunnen beginnen.

In die onderhandelingen staat het zogenoemde acquis communautaire centraal. Dat behelst het totale overname-pakket aan Europese spelregels, dat momenteel zo'n 85.000 pagina's beslaat. Het is onderverdeeld in 31 hoofdstukken, zoals vrij verkeer van goederen, onderwijs, mededingingsbeleid, belastingen en sociaal beleid. Jaarlijks worden de vorderingen beoordeeld en tijdens deze transformatie verleent Brussel zowel technische als financiële hulp.

Met de tien landen die in mei tot de EU toetraden duurden de onderhandelingen tussen de vier en zes jaar. Met Turkije zullen ze naar verwachting meer tijd in beslag nemen. Rekening wordt gehouden met tien (de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder) tot vijftien jaar (de Turkse premier Erdogan).

Het is niet moeilijk te voorspellen wat de lastigste `hoofdstukken' zullen worden: vrij verkeer van personen, landbouw en regiosteun. Daarnaast kan met vrij grote zekerheid worden aangenomen dat interne markt, milieu en minderhedenbeleid ingewikkelde en tijdrovende besprekingen zullen opleveren. Ook met de jongste lichting toetreders zijn op tal van deelterreinen overgangsbepalingen overeengekomen, die het acquis een zekere flexibiliteit verschaffen.

In verschillende landen zijn de afgelopen tijd – met het naderbij komen van een beslissing over de eventuele start van onderhandelingen – stemmen opgegaan om de Turkse toetreding te onderwerpen aan een referendum. Zo liet de Franse president Jacques Chirac eind vorige week weten voorstander te zijn van zo'n volksraadpleging.

Zo'n referendum zou dan aan de orde komen als de definitieve beslissing over toetreding van Turkije tot de Europese Unie moet worden genomen. Dat wil zeggen na afronding van de onderhandelingen en beoordeling van het onderhandelingsresultaat door de regeringsleiders die dan aan het hoofd van de Europese Unie staan.