Tories op zoek naar herstel van vertrouwen

Michael Howard, leider van de Britse Conservatieven, deed gisteren op het partijcongres een wanhopige poging om de kiezersgunst te heroveren.

Voor Britse Tories moet hun jaarlijkse congres al een tijdje een masochistische ervaring zijn. In 1997 werd de Conservatieve Partij na achttien jaar regeren weggevaagd. In 2001 verloren ze opnieuw, trad partijleider William Hague af en werd het congres volledig overschaduwd door de terreuraanslagen van 11 september. IDS, zoals de nieuwe leider Iain Duncan Smith kortweg heette, stond een jaar later niet langer voor ideas, maar voor in deep shit. Met onnavolgbare zelfspot hielden de Tories de moed er in. Maar wéér een jaar later, in 2003, hoorde je op het congres het slijpen van de messen die kort daarna in IDS' rug werden gestoken.

Congressen moeten de partij een onderhoudsdosis optimisme te geven. Met pep talk van de top, repressief-tolerante debatten en grote hoeveelheden sandwiches, gefrituurde garnalen en gin-tonic. Maar sinds het aantreden van Tony Blair is het voor de Tories toch vooral wennen aan irrelevantie.

Hebben de Tories die zichzelf een eeuw `de natuurlijke regeringspartij' konden noemen, opnieuw reden voor zelfvertrouwen? Dat is deze week de vraag, nu de Tories onder Michael Howard, de vierde partijleider in zeven jaar, bijeen zijn in Bournemouth aan de Engelse zuidkust, met vermoedelijk minder dan een jaar tot de volgende parlementsverkiezingen, verwacht in het voorjaar van 2005.

Afgaand op een reeks opiniepeilingen moet het korte antwoord zijn: nee. Na twee etappes oppositie voeren, traditioneel het vitaalste moment van een Britse tegenpartij, staan de Tories er slechter voor dan in de zwartste dagen van `IDS'. Zeker, Tony Blair mag zijn derde regeertermijn al hebben opgeëist, maar hij heeft zwaar ingeboet aan vertrouwen, met name door `Irak'. En toch ziet een meerderheid van het land hem nog steeds als de beste premier, die bovendien het meest in tune is met wat het politieke midden vindt.

Daarentegen gelooft ruim driekwart van de Britten, en zelfs tweederde van de Tories, dat Howard, een keiharde minister van Binnenlandse Zaken onder Margaret Thatcher die nu aan een zachte make-over is begonnen, nooit premier zal worden. Met name vrouwen keren zich massaal van hem af. Als er nu verkiezingen zouden zijn, zou Labour fors moeten inleveren op de huidige zetelvoorsprong in het Lagerhuis, maar een regering-Howard lijkt vooralsnog kansloos.

Dat heeft vooral te maken met het dilemma van de partij, zegt Patrick Dunleavy, hoogleraar politicologie aan de London School of Economics (LSE). De UK Independence Party (UKIP) kaapte bij de laatste Europese verkiezingen in juni maar liefst de helft van de Tory-stemmen en haalde bij tussentijdse verkiezingen in Hartlepool vorige week de Tories zelfs in door ,,een helder alternatief te bieden'': Britse terugtrekking uit de Europese Unie, een keihard asielbeleid en focus op law and order.

Die kiezers terugwinnen is een eerste prioriteit, maar de ruk naar rechts mag niet al te opzichtig zijn om geen kiezers weg te jagen voor wie modernisering van zorg en onderwijs prioriteit hebben, en om te voorkomen dat de partij opnieuw splijt. Dat heeft de mislukte Tory-campagne van 2001 bewezen. Naar links schuiven, wat een deel van zijn partijgenoten wil, kan ook moeilijk, want Tony Blair houdt al zeven jaar het centrum bezet.

In zijn eerste speech als partijleider deed Howard gisteren een poging te laten zien hoe hij uit zijn lastige parket hoopt te ontsnappen: de komende campagne moet allereerst het vertrouwen herstellen van kiezers die gedesillusioneerd zijn geraakt in politici en de politiek, Tories incluis, zei hij. ,,Politici lijken in een andere wereld te leven, waar beloftes worden geschonden zodra ze zijn gedaan, waar met cijfers wordt geknoeid en waar geen straf staat op fouten'', aldus Howard. ,,Wat mensen van hun politici willen is dat ze verantwoording afleggen en een beetje bescheidenheid.''

Om de nieuwe geloofwaardigheid te onderstrepen zette Howard een ,,tijdschema voor actie'' uiteen: een reeks beloftes die zijn ministers binnen dagen, weken en maanden na een Tory-overwinning zouden nakomen, op straffe van ontslag. En zoals voorspeld boog Howard daarbij fors naar rechts, begeleid door de oer-Engelse klanken van Elgars Nimrod, maar zonder de ronkende taal van sommige voorgangers.

Met het oog op het UKIP-gevaar krijgen `Europa' en law and order prioriteit. ,,Op dag één zullen we een datum bekend maken voor een referendum over de constitutie'', aldus Howard, die beloofde ,,macht van Brussel terug te halen''. Hij kreeg juist gisteren een hart onder de riem gestoken, nadat de hoofdsponsor van de UKIP, de zakenman Paul Sykes, bekend maakte de partij niet langer te steunen. En bij het bestrijden van de misdaad ,,gaan de handschoenen uit'', beloofde Howard, zonder verder details te geven. De rest van zijn strategie vatte hij even algemeen samen: ,,Discipline op school, meer politie, schonere ziekenhuizen, lagere belastingen, beheerste immigratie.''

De nadruk op één centrale boodschap – herstel van vertrouwen bij gewone Britten – en het idee voor een timetable (plus een nieuw logo van een gespierde arm met een fakkel) zijn het werk van reclame-goeroe Maurice – tegenwoordig Lord – Saatchi, die Thatcher aan drie overwinningen hielp. Dat succes kan hij herhalen, zei hij eerder deze week. In 103 kieskringen zou de huidige dunne Labour-meerderheid (van de 659) volgens hem nu naar de Tories gaan, niet genoeg voor een overwinning, wel voor een hung parliament, waar de regering zo'n kleine meerderheid heeft dat ze vrijwel machteloos is. Mori, een landelijke peiler met een precieze reputatie, houdt het overigens op hooguit 40 zetels die Labour aan de Tories zou verliezen.

,,De plannen zijn goed, denk ik na elke partijconferentie'', zegt Sue Catling, Tory-kandidaat voor een district in Yorkshire. ,,Het klinkt goed in een zaal vol Tories, maar elke keer blijkt even later dat onze taal totaal niet past bij wat moderne Britten voelen.'' Vorig jaar gaven de Tories voor het eerst toe dat het land ze nog steeds als de ,,nasty party'' beschouwt. Door het mijden van ronkende taal en een nieuw soort nederigheid (die overigens sterk deed denken aan Blairs toon van een week eerder) probeert Howard dat imago nu op te krikken. Maar in hoeverre dat aanslaat bij de `gewone burgers' die beide partijen op de korrel hebben, zal pas blijken als de campagnes echt beginnen.