Roemenië en de toetreding tot de EU: een luid `ja mits'

Roemenië, zegt de Europese Commissie, is in 2007 welkom in de EU. Maar het `mits' klinkt heel luid: er moet nog heel veel gebeuren.

Premier Adrian Nastase van Roemenië en zijn minister van Buitenlandse Zaken Mircea Geoana waren er dinsdag speciaal nog voor naar Brussel gevlogen. Laatste lobbywerk, laatste pluimen van gesprekspartners voor geleverde prestaties, laatste aanmoedigingen om toch vooral dóór te gaan, om dit jaar de onderhandelingen af te ronden en volgend jaar het toetredingsverdrag te kunnen tekenen. De hobbels op het nog af te leggen parcours richting EU bleven de afgelopen twee dagen even buiten beschouwing.

Roemenië, zo adviseert vandaag het jaarlijke overgangsrapport van de Europese Commissie, mag op 1 januari 2007 toetreden tot de Europese Unie – mits het doorgaat met hervormen. En dat is een heel luid mits: er kan nog veel misgaan, en er ligt daarbij ook een forse stok achter de deur in de vorm van de clausule dat de toetreding alsnog met een jaar kan worden opgeschort als de hervormingen haperen.

Ze zullen niet haperen, zo werden Nastase en Geoana de afgelopen dagen in Brussel niet moe te beweren. Geoana stelde zich zelfs persoonlijk garant – al moet hij, wil dat gebaar zin hebben, volgende maand met zijn sociaal-democraten wel de parlementsverkiezingen winnen en premier worden.

Roemenië neemt vandaag hoe dan ook één belangrijke horde: in het rapport van de Europese Commissie wordt Roemenië vandaag tot een functionerende markteconomie verklaard. Nog midden vorige maand struikelde de EU-vertegenwoordiger in Boekarest, Jonathan Scheele, nog even over dit thema, toen hij iets te zuinig vaststelde dat Roemenië nog geen markteconomie heeft die internationaal kan concurreren. Na protesten trok hij zijn opmerking in en bood hij excuses aan: Roemenië moet pas een internationaal competitieve markteconomie hebben op het moment waarop het toetreedt tot de EU – voorlopig volstaat het etiket functionerende markteconomie.

Er is meer lof: voor de macro-economische stabiliteit, de economische hervormingen, het bedwingen van de inflatie, de vastbeslotenheid van de Roemenen, de wetgeving die in overeenstemming is gebracht met de EU-normen. De hobbels die nog moeten worden genomen zijn echter ondanks de lof indrukwekkend.

Daar is allereerst de corruptie – diep verankerd in de samenleving, en wel op elk niveau en in elke sector. Transparency International, dè waakhond op dit gebied, acht Roemenië het meest corrupte land in de regio. De wetgeving deugt misschien, maar niemand houdt zich er aan. Twee ngo's klaagden vorige maand na een onderzoek dat tachtig procent van de overheidsinstellingen de wet negeert die functionarissen met een openbaar ambt verplicht hun bezit en dat van hun familieleden openbaar te maken, om belangenconflicten te vermijden. Verklaringen zijn niet of onvolledig ingevuld of met verouderde gegevens. Bovendien is de wet onvolledig, vol mazen en tegenstrijdigheden – ook dat is een verwijt dat de Roemenen vaker kan worden gemaakt, want wetten maken is één ding, maar ze uitvoeren en naleven en toezien op de naleving zijn iets anders. Er is een mooi instituut voor de bestrijding van geldwitwassen – tot september is in Roemenië 340 miljoen witgewassen – en het werk dat dat instituut verricht is ,,intens'', zo schrijft de Europese Commissie, maar het functioneert wel op zijn dooie eentje, zonder enige coördinatie met andere overheidsinstanties, in een soort luchtledig.

De corruptie speelt ook een rol bij andere verwijten aan Boekarest – bij het al te vaak hardhandige optreden van de politie, bij de zwakheid van het openbaar bestuur, bij de haperende onafhankelijkheid van de rechters, bij de haperende mediavrijheid, de rol van Roemenië als ,,land van oorsprong, transit en bestemming van mensensmokkel'', zoals de Commissie het formuleert. Roemenië komt volgens de critici 1500 fatsoenlijke rechters te kort. Het juridisch systeem moet dringend worden gemoderniseerd. En die nieuwe rechters èn 's lands politici moeten weten wat de onafhankelijkheid van de rechtspraak betekent.

De regering zelf moet transparanter worden, ook over het afleggen van verantwoording wat haar uitgaven betreft. Ze moet de staatssteun voor industrieën herzien. Ze moet eindelijk iets doen aan de vorig jaar zo'n twintig keer in de praktijk gebrachte gewoonte, kritische journalisten door een knokploeg het ziekenhuis in te laten slaan. En dan is er nog het probleem dat kritische kranten door buitenlandse eigenaars onder druk worden gezet om zich vriendelijker op te stellen tegenover de overheid die niet adverteert in kritische kranten – nog geen twee weken geleden stelde de onafhankelijke krant România Libera zich heftig teweer tegen die druk en stapte 's lands meest gerespecteerde commentator en hoofdredacteur, Cornel Nistorescu, zelfs op bij zijn krant Evenimentul Zilei. De druk was te groot geworden.