Oppositie kritisch over rol minister

Een meerderheid in de Tweede Kamer neemt genoegen met de uitleg van minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) over haar rol in een fraude-affaire van de Technische Hogeschool Rijswijk.

Dat bleek vandaag tijdens een spoeddebat in de Tweede Kamer. De minister was van april 1999 tot juni 2002 bestuurslid van de de Stichting Katholiek Hoger Beroepsonderwijs Zuid-Holland, waar de hogeschool onder viel. Van der Hoeven, toen nog lid van de Tweede Kamer, zei vandaag dat zij er destijds geen weet van had dat tijdens haar periode als bestuurslid een eerder verboden opleiding opnieuw werd gestart.

Aanleiding voor het debat waren vorige week vrijgekomen notulen van bestuursvergaderingen uit 2002. PvdA-Kamerlid Tichelaar citeerde vanmorgen bovendien uit de jaarverslagen van de Technische Hogeschool Rijswijk. In het jaarverslag over 2001, dat ook door het stichtingsbestuur is ondertekend, staat dat ,,in september 2001 de kopcursus ICT-Consultancy op post-hbo-niveau van start [is] gegaan''. Dit was een eenjarige cursus, bedoeld voor mensen die al een opleiding aan een andere school hadden voltooid.

Deze constructie werd in 1997 nog door het ministerie van Landbouw verboden. In een eerder debat had Van der Hoeven in de Kamer gezegd dat onder haar bestuursperiode geen enkele frauduleuze handeling is verricht. Zij zou pas in april 2002 op de hoogte zijn gebracht van misstanden op de hogeschool en daarop geschokt hebben gereageerd. Volgens een in april van dit jaar gespresenteerd fraude-onderzoek heeft de hogeschool tussen 1998 en 2003 circa 2,3 miljoen euro ten onrechte hebben ontvangen.

Uit de jaarverslagen zou volgens de linkse oppositiepartijen en de LPF blijken dat Van der Hoeven waarschijnlijk wel degelijk wist van overtredingen onder haar verantwoordelijkheid. Van der Hoeven zei vanmorgen dat de bewuste opleiding door de toenmalige voorzitter van het College van Bestuur was opgestart. Het stichtingsbestuur is hier buiten gehouden.

De minister gaf wel toe dat zij de Kamer niet over de opleiding heeft geïnformeerd, terwijl dat wel had gemoeten. Op details wilde zij niet ingaan, omdat de zaak onder de rechter is. De inmiddels ontslagen voorzitter bestrijdt namelijk dat hij zonder een beslisssing van het bestuur een gewraakte opleiding is begonnen. Tot het moment dat er een uitspraak is, wil de oppositie het vertrouwen in de minister niet opzeggen. PvdA-Kamerlid Tichelaar benadrukte dat de twijfels over de rol van Van der Hoeven in de fraudezaak niet zijn weggenomen. Voor de coalitiepartijen, ChristenUnie en SGP heeft de minister alle twijfel weggenomen.