Onderzoekers Europa-mythe passen voor `pokkenwerk'

De EU beïnvloedt wetgeving in de lidstaten. Maar hoe sterk? Daarover is veel gezegd en geschreven, maar weinig onderzocht. ,,Natuurlijk doet de echoput zijn werk.''

,,We moeten Europa eerlijk en fair representeren'', zei staatsecretaris Atzo Nicolaï (Europese Zaken, VVD)) gisteren. ,,We moeten verkeerde beelden, leugens en mythen bestrijden'', stelde hij aan het eind van de bijeenkomst met zijn vierentwintig collega's uit de Europese Unie in een groot Amsterdams hotel. De bijeenkomst was gewijd aan de vraag hoe de communicatie over de Europese Unie kan worden verbeterd.

De laatste week bleek de beeldvorming over Europa opnieuw hoogst actueel. Het beeld dat meer dan de helft van de nationale wet- en regelgeving uit Brussel komt en dat de afgelopen jaren als vanzelfsprekend door politici, in overheidsstukken, door kranten (ook NRC Handelsblad) en voorlichters is uitgedragen, kan op z'n minst van kanttekeningen worden voorzien.

Kort na elkaar verschenen conclusies van twee wetenschappelijke onderzoeken, eerst van de Groningse en Nijmeegse onderzoekers Herwijer en De Jong, daarna van de Utrechtse onderzoekers Bovens en Yesilkagit.

De twee onderzoeken kwamen, na toepassing van verschillende methodieken, uit op lagere percentages. ,,De stelling dat meer dan 50 procent op het conto van de Europese Unie moet worden geschreven, wordt niet ondersteund'', schreven Herwijer en De Jong. ,,[..] een ruime meerderheid van alle regels in ons land is gewoon van eigen bodem'', concludeerden Bovens en Yesilkagit maandag in deze krant. Hun conclusies sluiten aan bij onder meer Duitse en Amerikaanse bevindingen die op respectievelijk eenderde en eenvijfde van het totaal aan nationale wet- en regelgeving uitkwamen.

De twee genoemde Nederlandse onderzoeken waren de eerste wetenschappelijke pogingen van bestuurskundigen om het Europees aandeel in de nationale wet- en regelgeving te onderbouwen. Staatssecretaris Nicolaï, die tot voor kort uitging van 60 procent Europees aandeel, baseerde zich onder meer op een inventarisatie uit 2002 bij alle departementen door dezelfde departementen in Den Haag.

Hoe kon het beeld van een Europees aandeel in de nationale wet- en regelgeving van vijftig procent of hoger, ontstaan? ,,Natuurlijk doet de echoput bij dit soort dingen z'n werk'', zegt Nico Wegter, voorlichter van de Europese Commissie in Nederland, in een terugblik. ,,Zelf zal ik daar ongetwijfeld ook wel eens aan hebben bijgedragen, hoewel ik me altijd verre heb gehouden van precieze percentages.'' Op de bodem van die echoput ligt volgens hem de uitspraak van Jacques Delors, toenmalig voorzitter van de Europese Commissie, die in 1985 zei dat 80 procent van de economische wetgeving van een EU-lidstaat en Europese oorsprong had. ,,Die uitspraak is een eigen leven gaan leiden'', aldus de voorlichter van de Europese Commissie.

,,Ik geloof nog steeds dat het Europees aandeel meer is dan 50 procent, maar dat is wel een geloof, want precies weet ik het natuurlijk ook niet'', zegt Eppo Jansen, oud-voorlichter voor het Europees Parlement in Nederland.

,,Een jaar of veertien geleden ging ik uit van ongeveer 25 procent, en dat percentage stel je in de loop der jaren bij op grond van wat je her en der van gezaghebbende mensen hoort en leest. Bovendien is het een heel lastig onderwerp, want wat reken je precies mee in dat Europees aandeel? Ook de Nederlandse bezuinigingen als gevolg van de drie-procentsnorm van het Stabiliteitspact?'' zegt Jansen.

Hoe het hoge Europese aandeel in officiële overheidsinformatie een eigen leven kan gaan leiden, bleek onlangs uit een rapport van de Algemene Rekenkamer. ,,Meer dan de helft (50 à 60 procent) van de regelgeving die tegenwoordig in Nederland tot stand komt, is het gevolg van Europees beleid'', stelde de Rekenkamer begin september in het rapport Aandacht voor financiële gevolgen van Europees beleid.

Als bron hiervan werd verwezen naar de Circulaire Inspectie der Rijksfinanciën (IRF) 2002-00018 C van 11 november 2002. Inderdaad komt daarin datzelfde percentage voor, maar dit wordt niet verder onderbouwd, zegt een woordvoerder van het ministerie van Financiën. ,,Het was conform de traditie van die tijd'', zegt hij.

Dat hoge percentages een eigen leven konden gaan leiden, lijkt mede te wijten aan het lange tijd uitblijven van wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp.

Jacques Pelkmans, Europa-expert van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, geeft daarvoor een aantal verklaringen. ,,Zulk onderzoek is duur'', zegt hij. ,,Je moet er heel veel regelgeving voor onderzoeken en dan nog ben je niet klaar. Het is een ongelooflijk pokkenwerk.''

Een andere verklaring hangt hiermee samen. Pelkmans: ,,Dit type onderzoek staat in academische kring in betrekkelijk laag aanzien. Het komt in de praktijk neer op veel tellen en inventariseren. Daar gaan voor wetenschappers nu eenmaal weinig prikkels uit.''

De stilte in wetenschappelijke hoek lijkt inmiddels voorbij. Eind vorige week heeft staatssecretaris Nicolaï nader onderzoek aangekondigd. Hij vindt dat het onderzoek van Herwijer en De Jong te veel lacunes bevat om op hun bevindingen af te gaan.

Bovendien acht hij goed onderzoek van groot belang omdat het bijvoorbeeld iets kan zeggen over de bewegingsvrijheid van nationale politici als de Europese Constitutie eenmaal in werking is getreden. De ontwerp-Grondwet voorziet immers voor meer onderwerpen in besluitvorming bij meerderheid van stemmen. De kans dat Nederland in Europa wordt overstemd kan dan groter worden.