Maak binnenstad aantrekkelijker

Eduard Bomhoff pleit er in zijn artikel `Loonmatiging leidt tot een sjofele natie' (Opiniepagina, 1 oktober) voor om niet te bezuinigen op loonkosten en daarmee de beoogde verbetering van de internationale concurrentiepositie te bereiken, maar te opteren voor kwaliteitsverbetering om zodoende in kwalitatieve zin de concurrentie aan te gaan. ,,We mogen dan wat duurder zijn, maar we hebben dan ook iets te bieden'' is zijn stelling. In zijn optiek is de concurrentie op kwaliteit een verstandiger inzet dan de concurrentie op kosten: die strijd verliezen we in de lagelonenlanden.

De woningmarkt in Nederland is verziekt door de extreem grote vraag en het extreem verarmde aanbod. Doordat Nederlandse steden (met name de vier grote steden) niet in staat zijn een voldoende interessant woonklimaat te bieden voor managers van bedrijven die steeds meer internationaal werken, ontstaat een verarming van de (binnen)steden. Het woonklimaat is er niet, omdat die woningen er niet zijn, er te weinig van zijn en daarmee dus veel te duur worden. Doordat dit ,,interessante woonklimaat'' in de steden dus niet ontstaat, omdat behalve managers álle goedverdienenden verspreid raken over kleinere steden in de omgeving, ontbreekt ook in die steden de concurrentie op inhoudelijkheid in plaats van op kosten die juist in de optiek van Bomhoff zo broodnodig is.

Als onderdeel van de oplossing ziet Bomhoff het sneller verkopen van huurwoningen die daarmee ruimte vrij maken voor een vrijere woningmarkt en zo de mogelijkheid biedt op inhoud (is: kwaliteit) te concurreren.

Waar Bomhoff in wezen voor pleit is de liberale woningmarkt: meer marktwerking is goed voor de ontwikkeling van die markt: vraag bevordert aanbod. Ik kan daar een eind in meegaan. Maar de vraag is waar het gros van die bewoners in goedkope woningen op relatief `dure' plekken naar toe zou moeten als de huren omhoog gaan. Dat is een wezenlijke vraag als je naar andere wereldsteden kijkt zoals Barcelona waar dat probleem groot is. Er ís niet een echt betaalbaar alternatief wegens de vraagmarkt in plaats van de aanbodmarkt. Maar voor de exercitie even afgezien van deze vraag, dan heeft Bomhoff natuurlijk groot gelijk: binnensteden worden pas écht interessant als er interessante mensen wonen die duur wonen kunnen betalen, waarna het voorzieningenpakket wordt afgestemd op de vraag van deze bewoners. Daar zit een logica in.

Ron Weerheijm maakt deel uit van Kenniskring TransUrban, Hogeschool Rotterdam