Los, alles moet los

Sap-vasten, stresscounseling, rebirthing – het aanbod van alternatieve therapieën is groot. In een serie praktijktesten vandaag tai chi, een les in onthaasten.

Het tapijt voelt zacht aan het veert onder mijn kousenvoeten. Door het raam van de kleine sobere kamer valt het zonlicht in volle glorie binnen. Buiten in een Amsterdamse straat is het geroezemoes van buren en voorbijgangers. Mijn leraar staat tegenover me, in een ontspannen houding: benen iets uit elkaar, knieën lichtjes gebogen. Hij vraagt me zijn voorbeeld te volgen en legt iets uit over de oefeningen die we gaan doen, over de oorsprong, de zin en het doel. Evenwicht, harmonie, concentratie, beheersing, coördinatie, energie, blokkades, doorstroming en ontspanning zijn de trefwoorden.

Intussen zoek ik op verzoek van mijn leraar naar mijn favoriete stand. Mijn héle voet moet ik op het tapijt voelen rusten. Dus wankel ik, de ene keer met mijn tenen drukkend, vervolgens met mijn hiel, dan met mijn middenvoet. Ik druk, pers zowat met de kracht van mijn onderbenen, knieën en bovenbenen mijn voeten in het tapijt. Spanning! Ik moet óntspannen, mijn benen ontspannen en mijn voeten laten rusten, zodat ze simpelweg staan. Ik moet ademhalen, mijn bekken kantelen, mijn chi (energiepunt onder mijn navel) als het zwaartepunt van mijn lichaam zoeken.

Moeten geeft spanning, ik kom niet `in' mijn voeten. Mijn leraar vraagt me wat rond te slenteren (,,alsof je op vakantie bent''). Nu kan ik wel loslaten, en ook als ik weer stilsta. De spanning is zomaar uit m'n benen verdwenen.

Ik sta nu ontspannen. Nu moeten mijn heupen wiegen, mijn schouders wentelen, mijn nek moet kunnen draaien, mijn lichaam kunnen zwaaien als een rietstengel in de wind. Los, alles moet los. Mijn spieren moeten ontspannen, mijn handen moeten wapperen wanneer ik met mijn armen fladder, mijn hoofd moet in de wolken zijn. Dat kost moeite. Alles tegelijk doen is onmogelijk, zonder er over na te denken, te corrigeren, de spanningen en pijntjes te voelen. Ik voel mijn hele lijf, op alle plekken voel ik iets. Ik voel me onzeker, wankel.

Hij vraagt mij me groot te maken en dan in te ademen. Zo groot en breed mogelijk, met wijd gespreide armen. En me dan klein maken, diep door mijn knieën en uitademen. En al die tijd op mijn hele voeten blijven rusten. Het is moeilijk, maar langzaam voel ik evenwicht en beheersing in mijn bewegingen komen. Heel langzaam verlies ik mijn ongeduld en rusteloosheid, ik voel de rust komen.

Tai chi, dat is wat ik doe. Het bestaal al eeuwen. Anderhalve eeuw geleden verkreeg het pas echt grote populariteit in China doordat ene Yang Lu Chang er zo goed mee kon vechten. In de praktijk van het gevecht gaat het om de wijze waarop je reageert op de tegenstander, zijn energie kan lezen en beantwoorden. Die reactiewijze leer je langzaam aan. Zoals een musicus een snelle passage langzaam en zorgvuldig instudeert, om dan pas het tempo op te voeren. Zo wordt het lichaam in de langzame bewegingen, waarin je alles kunt voelen, vertrouwd gemaakt met een manier van reageren.

De gunstige werking op lichaam en geest was oorspronkelijk een bijeffect, maar is steeds meer een doel op zich. Door elkaar tegenwerkende spieren te ontspannen komt er een betere doorbloeding van het hele lichaam. Weerstand tegen ziektes wordt zo opgebouwd. Door stevig en ontspannen te staan, zoals een poes, wordt het gevoel van onafhankelijkheid en vertrouwen vergroot. Activiteiten als golfen, dansen, schaatsen en meer gaan daardoor veel beter.

Ad Lakerveld, mijn leraar, doet het voor. Op golvende Chinese klanken beweegt hij in slow motion zijn hoofd, schouders, rug, bekken, armen, handen, benen als één geheel in vreemde bochten, zonder zijn evenwicht te verliezen. Het is betoverend, zo soepel en harmonieus hij beweegt.

Dan ik. Ik moet me van het ene been op het andere verplaatsen, héél langzaam, de energie van het ene been in het andere laten stromen. Een vol been leeg laten worden, een leeg been vol. ,,Voel het stromen.'' Het lukt!

Dan de oefening in evenwicht. Ik moet blijven staan, terwijl Lakerveld me naar voor en naar achter duwt, van links naar rechts, zonder dat ik wankel, een voet verplaats of omval. ,,Laat het los, ontspan, sta.'' Ik verzet me en doe een stap achteruit. Ik probeer hetzelfde bij hem. Hij geeft mee, zónder verzet, en blijft in balans. Mijn energie stroomt in hem, hij laat het komen en gaan, zonder weerstand. Het is een vreemde, mooie sensatie.

Als bewegingen (te) snel gaan, voelen ze hard. Als ze langzaam gaan, voelen ze zachter. Bij tai chi gaan de bewegingen heel langzaam. Zeker niet te langzaam voor haastige en ongeduldige mensen zoals ik, zo blijkt. Snel is hard en sluit af, langzaam is zacht en opent nieuwe inzichten.

Over twee weken: rebirthing