Kennis medische biotech gering

De Nederlandse burger moet beter worden geïnformeerd over de ontwikkelingen in de medische biotechnologie. Dat stelt staatssecretaris Ross van Volksgezondheid in een rapport dat gisteren gepresenteerd is

Volgens Ross is de burger onvoldoende op de hoogte van de snelle ontwikkelingen die zich in de medische biotechnologie voordoen. De mogelijkheden van genetische diagnostiek en screening breiden zich snel uit, er verschijnen nieuwe medicijnen en vaccins. Er is steeds meer onderzoek nodig naar gentherapie en het gebruik van stamcellen.

Discussies richten zich nu te zeer op de ethische grenzen, aldus Ross. Daardoor kan een te negatief beeld ontstaan van de medische biotechnologie, zoals dat in de landbouw is gebeurd met genetisch gemanipuleerde gewassen.

De staatssecretaris is er daarom van overuigd dat er meer aandacht moet komen voor de ,,overvloed aan toepassingen waarvoor al een breed draagvlak bestaat''. Zoals het gebruik van insuline door suikerpatiënten en groeihormoon bij ondergroeide mensen. Tegenwoordig maken genetisch gemanipuleerde bacteriën deze medicijnen.

In opdracht van het ministerie van VWS gaat het Erfo-centrum, een onderdeel van de Vereniging Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties, informatiemateriaal opstellen voor burgers, met name allochtonen. Het subsidiebedrag dat het centrum van het ministerie ontvangt, wordt daarvoor opgeschroefd van 150.000 naar 250.000 euro per jaar.

Ook wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat er lespakketten over medische biotechnologie komen voor scholieren. Het onderwerp moet bovendien meer aandacht krijgen in de opleiding tot huisarts en medisch specialist.

Staatssecretaris Ross wil ook laten onderzoeken of de genetische screening bij pasgeborenen kan worden uitgebreid. Ook komt er meer aandacht voor de toepassing van gentherapie, voor het gebruik van lichaamsmateriaal en voor de effecten van nieuwe ontwikkelingen op de zorg.