Kamer stelt eisen aan contract NS

De Tweede Kamer wil dat minister Peijs en staatssecretaris Schultz-Van Haegen (Verkeer) opnieuw met de NS gaan onderhandelen over de vergunning voor het gebruik van de belangrijkste spoorlijnen.

Dit bleek gisteren in een overleg met de Tweede-Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat. Alle fracties vinden het contract, concessie genoemd, onvoldoende uitgewerkt en te vrijblijvend voor NS. Het huidige overgangscontract tussen het ministerie van Verkeer en Waterstaat en NS loopt af op 1 januari 2005.

De minister verleent de vergunning om het hoofdnet te gebruiken aan NS voor de periode tot 2015. Met spoorbeheerder ProRail sluit zij een zelfde soort contract, maar dan voor onbepaalde tijd. Beide organisaties moeten de minister jaarlijks een plan voorleggen waarin zij hun voornemens voor de korte termijn concreet maken.

De Kamer vindt het onjuist dat NS en ProRail zelf kunnen bepalen aan welke `eisen' zij moeten voldoen. De minister moet dat vastleggen in de concessies. ,,Anders dreigt het spoor te worden uitgekleed'', waarschuwde PvdA-Kamerlid Dijksma.

De commissieleden maken zich zorgen over de beschikbaarheid van treinen buiten de spits en in de Randstad. De concessie geeft wel regels voor een minimum aantal ritten, maar in veel gevallen is dat minder dan de huidige praktijk. De toegankelijkheid van treinen en stations voor gehandicapten, de openingstijden van de fietsenstalling, het moet volgens de Kamerleden concreter en sneller worden afgedwongen. De contracten bieden volgens de commissie ook onvoldoende garantie dat NS vaker op tijd zal rijden en het aantal zitplaatsen gaat verhogen. Ook is er geen duidelijke koppeling tussen de geleverde kwaliteit en de toegestane prijsverhogingen.

Minister Peijs bleek verbolgen over de kritiek. Zij stelde dat de spoorbedrijven nu ,,vooral rust'' nodig hebben om hun zaken verder op orde te brengen en ,,hartstikke gek'' zouden worden van nieuwe beleidswijzigingen. Staatssecretaris Schultz bestreed de kritiek van de fracties dat in de concessie duidelijke eisen ontbraken over de groei van het aantal reizigers. Ze vond dit een irreële eis en wees er op dat ook in omringende landen het aantal treinreizigers niet toeneemt.

De Kamer vond ook de afspraken met het zelfstandige ProRail te vrijblijvend. VVD en GroenLinks vinden dat de spoorbeheerder een agentschap zou moeten worden, vergelijkbaar met Rijkswaterstaat. Het kabinet is echter van mening dat er voldoende instrumenten voor sturing zijn. Peijs noemde haar mogelijkheid om het management weg te sturen ,,toch echt de kortste weg naar Rome''.

Het voorstel van een ruime meerderheid om het management van NS en ProRail te korten op hun salarissen bij wanprestaties, kan volgens de bewindslieden worden behandeld door het ministerie van Financiën.