Joods zonder dogma's

Een wekelijkse greep uit de kiosk. Vandaag Orange Juice, een nieuw magazine voor joodse jongeren.

Het Nieuw Israelietisch Weekblad dreigt ten onder te gaan aan een groeiende schuld en een afkalvend abonneebestand. Ook hier slaat de per generatie voortschrijdende ontlezing genadeloos toe. De huidige 5.200 abonnees werd onlangs in een alarmnummer te verstaan gegeven dat het blad zonder een wonder of weldoener de jaarwisseling niet haalt. Het sobere blad heeft sinds 1997 concurrentie van het Joods Journaal, een glossy uit de keuken van Miljonair-uitgever Yves Gijrath. Een groter contrast is niet mogelijk: de taaie, soms gepantserde artikelen van het NIW, die ook aanslaan bij de 20 procent steil-christelijke abonnees, tegenover de interviews met bekende joodse Nederlanders in het Joods Journaal.

Vorige week verscheen zowaar een nieuw magazine dat joodse jongeren, aldus het ten geleide, ,,een positief en geïnteresseerd beeld ten opzichte van hun jodendom'' wil geven. Orange Juice stelt zich zo breed mogelijk op: ,,Helaas kenmerkt onze gemeenschap zich te vaak door een bekrompen hokjesgeest die religieus liberaal en orthodox, politiek links en rechts, cultureel Oriëntaals en West-Europees verdeelt.'' Het wil cultuur, religie, politiek en filosofie behandelen ,,zonder de lol uit het oog te verliezen''.

Toch blinken lang niet alle – naar de Talmoed-bladspiegel vormgegeven – pagina's uit in toegankelijkheid. Een stuk over het tijdsbegrip van de filosoof Levinas bevat zinnen als: ,,De tijd als nieuw begin maakt een radicale breuk met het verleden mogelijk.'' Er zijn acht pagina's nodig om uit te leggen dat de joodse aanhang voor de Republikeinen bij de komende Amerikaanse verkiezingen slechts marginaal zal toenemen.

Het blad leert voorts dat de vereenzelviging met popmuzikanten duidt op een verborgen verlangen ons met God te verbinden. Elders wordt gesteld dat een mens in elke levensfase een ander is. Maar `verjaring' komt in Gods woordenboek niet voor: ,,Hij schijnt een soort Hemelse videorecorder te bezitten waarop je hele leven is vastgelegd en die tijdens het oordeel wordt afgedraaid.'' Dogmatisch is dit blad niet, dat blijkt ook uit de reportage over joodse architectuur. Het doet er niet toe of de ontwerper van een joods gebouw wel of niet joods is, vinden joodse architecten, al strekt kennis van de joodse wetten en gebruiken tot aanbeveling.

Een anekdotische reportage vertelt van de `sjatnez-laboratoria' in grote orthodox-joodse gemeenschappen. Hier wordt kleding en ander huishoudelijk textiel onderzocht op de volgens de joodse wet verboden combinatie van wol en linnen. Wollen kragen op linnen pakken, pantoffels of truitjes tot hele bankstellen met mengweefsels, ze worden zonder pardon vervangen of weggegooid. Het blad bezocht zo'n sjatnez-tester in Antwerpen. Een Nederlandse sjatnez-controleur-in-opleiding vertelt dat een dergelijk specialisme in ons land tot voor kort niet rendabel was. Gezinnen gaven hun nieuwe spullen voor onderzoek mee aan de `sjocheet' (ritueel slachter) die wekelijks op Antwerpen reed – in de volksmond de `sjatnez-express'.

Orange Juice, verschijnt tweemaandelijks, €3 (introductieprijs)