Jeugdzorg werkt alleen met hulp van ouders

Hebben gezinsvoogden en andere kinderbeschermers voor een effectieve aanpak van kindermishandeling meer of een betere samenwerking nodig met andere hulpverleners, instanties en kinderrechters of alweer een reorganisatie en nieuwe wetgeving, zoals kinderrechter C. de Groot stelt in NRC Handelsblad van van 29 september? Dit is geenszins het geval.

Aan de Universiteit van Amsterdam heb ik onderzoek gedaan naar kindermishandeling en veranderingen in de aanpak door de justitiële kinderbescherming en gezinsvoogdij op basis van ruim 200 dossiers van kinderen die in de periode 1960-1995 onder toezicht van de kinderrechter waren geplaatst. In de helft van de door mij onderzochte dossiers werd enige vorm van fysiek geweld in de opvoeding van de kinderen gerapporteerd. Net als in de publieke opinie maken kinderbeschermers in de recente periode meer ophef over gebruik van geweld in de opvoeding en tonen zij er minder begrip voor. Helaas laten zij ook een groeiende machteloosheid zien om op te treden tegen mishandelende ouders.

Wat opvalt in de recente dossiers is dat zij bij ernstige geweldpleging, zoals in de zaak van de driejarige Savanna, weinig doen. In gevallen waarin kinderen daadwerkelijk worden mishandeld, laten kinderbeschermers een grotere hulpeloosheid zien dan vroeger. Zij maken zich sneller zorgen, maar kunnen deze bezorgdheid lang niet altijd omzetten in daden. De afgelopen decennia is de positie van ouders ten opzichte van hulpverleners, kinderbeschermers en kinderrechters namelijk versterkt, en die sterkere positie verhindert een daadkrachtige aanpak van ernstige kindermishandeling. Voor een effectieve aanpak van kindermishandeling blijken de professionals de medewerking van cliënten nodig te hebben: van één van de ouders of van het kind. Bij zeer jonge kinderen zoals Savanna is dat moeilijker dan bij adolescenten. De kwaliteit van de zorg voor jeugdigen die echt hulp nodig hebben, staat en valt dus bij de kwaliteit van de interactie tussen de betrokken professionals en cliënten.