Hof oordeelt over ondermaats vissen met de Franse slag

Wat te doen met een EU-land dat afspraken stelselmatig niet nakomt? Frankrijk is het eerste EU-lid dat een dwangsom plus een boete riskeert.

De term `sabotage' viel gisteren nog net niet. Maar de manier waarop Frankrijk Europese afspraken op het gebied van de visserij aan zijn laars lapt, komt er volgens advocaat-generaal L.A. Geelhoed bij het Europees Hof van Justitie in Luxemburg wel dicht in de buurt.

Geelhoed spreekt in zijn voorlopige aanklacht van een ,,bijna twee decennia durend structureel verzuim van de Franse Republiek'', die hij beschouwt ,,als een bijzonder ernstige inbreuk op haar verplichtingen'' in EU-verband.

Daarom is volgens Geelhoed een forse financiële schrobbering op zijn plaats. Alleen een dwangsom is niet genoeg om de Fransen bij de Europese les te houden. Daar bovenop hebben ze bij wijze van ,,afschrikkende werking'' een flinke boete (forfaitaire som) verdiend, vindt Geelhoed.

Het is voor het eerst in de geschiedenis van de Europese Unie dat een lidstaat zo'n dubbele sanctie boven het hoofd hangt. Vanwege dit novum en de mogelijk verstrekkende juridische gevolgen, besloot het hof alle betrokken partijen gisteren nog een keer te horen.

De inzet is hoog: welke vuist kan de Europese Commissie maken tegen notoire dwarsliggers? Al in de jaren tachtig constateerden de Brusselse inspecteurs dat er van alles mis was met de manier waarop Frankrijk de vangst en de aanvoer van vis controleerde. De Commissie legde de zaak in 1988 voor aan het Luxemburgse hof, dat in 1991 concludeerde dat Frankrijk had ,,nagelaten te zorgen voor passende controle op de naleving'' van Europese visserij-afspraken.

Meestal is een dergelijke reprimande van het hoogste rechtscollege van de Europese Unie voldoende. Ook Parijs beloofde beterschap, maar handelde er in de ogen van Brussel niet naar.

Er volgden elf jaar van touwtrekken. Steevast beweerde Frankrijk dat het zijn uiterste best deed om zijn visserijsector te disciplineren. En keer op keer constateerden de EU-inspecteurs misstanden, met name wat betreft de aanvoer en verkoop van ondermaatse vis, in het bijzonder heek. In verschillende regio's bleek er zelfs een clandestiene markt voor te bestaan, merlichon friture (bakheek) als delicatesse.

Twee jaar geleden was de maat voor de Europese Commissie vol. Ze stapte opnieuw naar het Europees Hof omdat Frankrijk gemaakte afspraken stelselmatig niet zou nakomen. Om de duimschroeven aan te draaien stelde de Commissie het hof voor om Frankrijk een dwangsom op te leggen voor het geval men nog langer in gebreke zou blijven. De Commissie leek 316.500 euro boete per dag een afdoende stok achter de deur.

Advocaat-generaal Geelhoed dacht er anders over. Toen hij het dossier had bestudeerd en alle juridische ins en outs had afgewogen, adviseerde hij het hof dit voorjaar om Frankrijk behalve een dwangsom ook een boete op te leggen. De dwangsom (57,8 miljoen euro per half jaar zo lang de nalatigheid nog voortduurt) als stok achter de deur, en de boete (115,5 miljoen euro) wegens het ,,structurele en langdurige karakter'' van het Franse verzuim, waardoor vermoedelijk ook de `eigen' visserijbranche is bevoordeeld ten koste van de Europese visserijbelangen.

Zonder aparte boete zou Frankrijk volgens Geelhoed de dans kunnen ontspringen door vlak voor de deadline van de dwangsom alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Het ,,bijna twee decennia durende structurele verzuim'' zou dan zonder enige sanctie blijven. Onaanvaardbaar, vindt Geelhoed. Een lidstaat die fundamentele verplichtingen niet nakomt en toch vrijuit gaat ,,brengt de effectiviteit en geloofwaardigheid van de communautaire rechtsorde in gevaar''.

Zesentwintig juristen – drie van de Europese Commissie, drie namens Frankrijk en twintig namens zestien andere EU-landen – kwamen gisteren naar Luxemburg om hun oordeel te vellen over Geelhoeds advies over de dubbele sanctie. Met uitzondering van de drie juristen van de Commissie zagen ze er weinig tot niets in. Tot degenen die er weinig in zagen behoorde ook Nederland. Bij de groep die er niets in zag liep – bijna vanzelfsprekend – Frankrijk voorop.

Drie bezwaren voerden de boventoon. In de eerste plaats liet de tekst van het EU-verdrag volgens veel lidstaten een dubele sanctie niet toe. Daarnaast wezen veel experts erop dat de Commissie zelf niet om een dubbele sanctie had verzocht. Daardoor zou er voor het hof minder speelruimte zijn bij de straftoemeting. En ten slotte vonden veel lidstaten dat de Franse verdediging was benadeeld doordat de dubbele sanctie pas in het laatste stadium van de procedure aan de orde was gekomen.

Hoe deze juridische krachtmeting over een tegenstribbelende lidstaat afloopt, is niet te voorspellen. Eerst moet advocaat-generaal Geelhoed nu zijn definitieve advies (voorzien voor 18 november) formuleren. Daarna beslist het hof, vermoedelijk begin volgend jaar, of diens nieuwe wapen van de dubbele sanctie mag worden ingezet tegen de Franse slag in visserijzaken.