Het gaat goed, maar de Turken zijn er nog niet

Mede onder druk van de EU werd Turkije de afgelopen jaren een ander land. Maar hoe ver is de fluwelen revolutie voortgeschreden?

Heeft Mevlüt Çetinkaya een boodschap voor Europa? Even kijkt de directeur van de Koerdische taalschool in de Istanbulse wijk Aksaray om zich heen. Aan tafeltjes vullen aanstaande leerlingen ongestoord testformulieren in om te kijken hoe goed hun Koerdisch is. Tien jaar geleden zou de Turkse politie ongetwijfeld de taalschool zijn binnengevallen en alle leerlingen hebben opgepakt. Maar mede onder druk van de Europese Unie heeft Turkije ingestemd met privé-taalscholen om Koerdisch te onderwijzen.

Voor Çetinkaya is het niet genoeg. ,,De Europese Unie zou zwart op wit moeten zetten dat Turkije geen lid wordt voordat het het Koerdische probleem helemaal heeft opgelost'', zegt hij uiteindelijk. ,,Dat zou ik willen.''

Vandaag komt de Europese Commissie met het cruciale rapport over Turkije en wellicht zal geen andere groep in Turkije het rapport zo nauwkeurig lezen als de Koerden. Meer dan wie ook in Turkije hebben zij immers geprofiteerd van de veranderingen die de afgelopen jaren in Turkije zijn doorgevoerd. Naast taalscholen is er inmiddels ook een uur per week televisie-uitzendingen in het Koerdisch. Maar Çetinkaya ziet dat allemaal als een begin en hoopt dat er nog veel meer gaat komen. En dus hoopt hij dat het rapport van de Commissie positief maar tegelijkertijd ook kritisch zal zijn. Zo zou Koerdisch op alle scholen in het basis- en voortgezet onderwijs een vak moeten zijn. Ook wil hij dat Koerden politiek actief kunnen zijn in hun eigen taal. Dat hoeft niet per se in de vorm van een eigen partij te zijn. Het zou al fantastisch zijn als bij bijeenkomsten van bestaande partijen politici een toespraak in het Koerdisch zouden kunnen houden. Çetinkaya's conclusie is duidelijk: het gaat goed, maar Turkije is er nog lang niet.

Pikant genoeg ligt die conclusie waarschijnlijk niet zo heel erg ver af van wat de Europese Commissie vandaag in haar rapport zal zeggen. De afgelopen weken heeft de Europees Commissaris voor de Uitbreiding, Verheugen, al duidelijk laten voelen dat de Commissie zal aanbevelen onderhandelingen met Turkije te beginnen. Evident is evenzeer dat dit positieve advies wordt omkleed met `mitsen' en `maren'.

Naar die voorwaarden zal de aandacht vandaag vooral uitgaan. De afgelopen jaren is immers een ding duidelijk geworden, en dat is dat Turkije het best reageert op een juiste combinatie van aanmoedigingen en waarschuwingen. Bij alleen kritiek kruipt Turkije verongelijkt in zijn schulp, maar bij alleen aanmoedigingen dreigt het hervormingsproces in het slop te raken.

Geen terrein dat dit beter bewijst dan het heikele dossier van de mensenrechten. Onder druk van de Europese Unie heeft Turkije de doodstraf afgeschaft en zijn bijvoorbeeld de wetten tegen martelen aangescherpt.

Hoezeer de sfeer in Turkije op dit punt inmiddels is veranderd, bleek onlangs weer tijdens de tentoonstelling `Wil je luisteren naar mijn verhaal?'. De tentoonstelling, die in een groot aantal steden in Turkije een groot succes was en binnenkort naar Istanbul komt, vertelt het verhaal van een aantal `gewone' Turken wier mensenrechten werden geschonden. Zo komt een travestiet aan het woord en een moeder wier zoon verdween tijdens de staatsgreep van 1980. Anno 2004 aarzelen zij niet met naam, toenaam en foto aan de expositie mee te doen. Twintig jaar geleden hadden ze dat niet gedurfd, en als ze het gedaan hadden zouden ze waarschijnlijk 's nachts zijn opgehaald. Maar nu kan het. De Europese Commissie kan die vooruitgang niet negeren. Maar evenzeer weet zij, zoals zoveel Turken, dat nog niet alle Turkse politieagenten het nieuwe tijdperk zijn binnengetreden en dat op sommige politiebureaus nog flink wordt gemept. En dus blijft om vooruitgang te blijven garanderen ook hier een combinatie van lof en kritiek van belang.

Het is de zeer de vraag of veel Turken die gedachtegang van de Commissie zullen volgen. Vorige week al werden velen wantrouwend, toen een rapport uitlekte in Brussel waarin werd gesteld dat de onderhandelingen met Turkije lang zullen duren en dat een speciale procedure (die waarschijnlijk aanmoediging met dreiging combineert) noodzakelijk is om vooruitgang te garanderen. ,,Gaat Europa ons nemen?'', is een vraag die buitenlanders elke dag te horen krijgen. Vaker dan niet is de vraag retorisch: jullie nemen ons toch niet, volgt het antwoord direct, alleen maar omdat wij moslim zijn.

Groot probleem daarbij is dat de meeste Turken nauwelijks op de hoogte zijn van het zogeheten acquis communautaire – de tienduizenden pagina's wetgeving die Turkije moet overnemen voordat het ooit eens kan aanschuiven in Brussel. In het algemeen is de kennis in Turkije van Europa uiterst beperkt: Turken zien Europa als een fijne club waar je, als je eenmaal binnen bent, weg kunt zakken in een comfortabele fauteuil. Seda Domaniç hoopt echter dat dat binnenkort gaat veranderen. Dominiç is directeur van het kersverse informatiecentrum van de Europese Unie dat sinds januari 2004 geopend is bij het Taksimplein. Ook al functioneert het centrum pas een paar maanden, nu al merkt Domaniç dat de gemiddeld 700 vragen die per maand binnenkomen, steeds specificieker worden. ,,De eerste maanden kregen we vragen als: wat gaat er gebeuren als Turkije lid wordt van de Unie?'' Maar inmiddels is dat stadium gepasseerd: in het centrum zit een boekhouder nu financiële programma's van de Unie te bestuderen voor het midden- en kleinbedrijf. Studenten vragen vaak, aldus Domaniç, of Turkse diploma's in Europa worden erkend. En zelfs wilde iemand onlangs weten of lidmaatschap van de Unie gevolgen heeft voor ouderschapsverlof in Turkije. ,,Veel mensen denken dat Europa alles regelt'', aldus Domaniç, ,,Ze komen hier zelfs als ze problemen hebben met hun visa.''

Europa regelt natuurlijk niet alles – maar het rapport van de Commissie zal wel in hoge mate de toekomst van dit land bepalen. Als om al te veel prematuur enthousiasme de kop in te drukken, was de boodschap van het bezoek van premier Erdogan aan Duitsland dat de uiteindelijke onderhandelingen met Europa wel tot 2019 zouden kunnen duren. Turkse televisiekanalen brachten het jaartal 2019 met grote letters in beeld, als om het volk te waarschuwen dat als de slag van vandaag gewonnen is, de oorlog om een plaatsje aan de tafel in Brussel nog niet klaar is. Na vandaag blijkt of de gemiddelde Turk die boodschap heeft begrepen.