Engelenkoren klinken in hel Van Vlijmen

`Laat varen alle hoop, gij die hier intreedt', klinkt aan het begin van Jan van Vlijmens cantate Inferno (1991-1993). Dit werk is gebaseerd op teksten uit het gelijknamige deel van Dantes Divina Commedia. Maar hoe de welwillende luisteraar ook probeert, echt ellendig en uitzichtloos wordt het nergens. In de hel van Van Vlijmen klinken namelijk de schoonste engelenkoren. Weliswaar met aangrijpende treurzangen, waarin Van Vlijmens voorliefde voor renaissancemuziek veelvuldig resoneert, maar telkens met meer verdriet en berusting dan straf of ellende.

Van Vlijmen gelooft niet in een hiernamaals, zei hij vorige week in de Volkskrant. In deze lezing van Dantes Inferno verkeert hij dan ook meer aan deze dan aan gene zijde. In de partituur citeert hij Mulisch: `De hemel was onmogelijk, alleen de hel bestond eventueel.' De hel is een eventualiteit, een idee van een achterblijver die zich probeert voor te stellen hoe immens het leed van anderen moet zijn geweest. In het geval van Mulisch en Van Vlijmen is dat het leed van de slachtoffers van Auschwitz, een hel op aarde. Het is niet de ellende zelf, maar het besef van de onvoorstelbaarheid ervan, die in dit werk droevig maar toch schitterend doorklinkt.

Van Vlijmen had zich van zijn imposante werk geen betere uitvoering kunnen wensen. De in vier klankgroepen onderverdeelde instrumentalisten speelden uitstekend en vooral het koor, in drie groepen verdeeld, was bijzonder sterk.

Voor het concert werd aangekondigd dat een nieuwe stichting voortaan jaarlijks de Jan van Vlijmenprijs zal uitreiken, een compositieopdracht met een honorarium van 10.000 euro. Tussen de talloze redenen die werden genoemd om de naam Van Vlijmen aan de prijs te verbinden viel de belangrijkste bijna weg: Van Vlijmen is een uitstekende componist.

Na de pauze was het ineens lachen geblazen met Ligeti's' Scènes en tussenspelen uit Le Grand Macabre (1974). Toen zijn opera geen succes leek te worden, maakte Ligeti deze samenvatting in highlights, die op zijn verzoek gisteren voor het laatst werd uitgevoerd. Ondanks de concertante uitvoering acteerde tenor Brian Galliford als Piet the Pot heerlijk overdreven, precies zoals het hoort in dit absurde verhaal over een mislukte Apocalyps. Bas-bariton David Wilson-Johnson was sterk als Nekrotzar, die zijn plicht om het einde der tijden te brengen verzaakt omdat hij dronken wordt. De draaierige roes van zijn dronkenschap werd nergens zo goed verklankt als hier.

Concert: Asko Ensemble, Schönberg Ensemble en Capella Amsterdam o.l.v. Stefan Asbury. Werken van Van Vlijmen en Ligeti. Gehoord: 5/10 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 6/10 20 uur VPRO.