Blinde liefde Australië voor vastgoed

Economisch gaat het Australië voor de wind en daarover gaat de verkiezingsstrijd van komende zaterdag dus niet. Maar de schaduw van hogere rentes hangt boven de markt.

Economisch gezien hebben de Australiërs weinig reden om bij de parlementsverkiezingen van zaterdag de conservatieve regering van minister-president John Howard naar huis te sturen. Het klassieke Australische gevoel van fair go zal veel eerder als motief dienen. ,,Howard is acht jaar leider geweest. Veel van mijn landgenoten vinden dat het tijd is om iemand anders een kans te geven'', zegt econoom Tony Meer van de Deutsche Bank in Sydney over de strijd waarvan de winnaar volgens de peilingen nog onduidelijk is.

Australië heeft de afgelopen jaren een jaarlijkse economische groei gekend van rond de 2,5 procent, aldus de Wereldbank. Met een percentage van 5,5 bereikte de werkloosheid eerder dit jaar de laagste stand in twee decennia. Het land heeft de gevolgen van de hevige droogte van vorig jaar van zich afgeschud. Op de wereldmarkten zijn landbouw- en delfstofprijzen hoog, gunstig voor een netto-exporteur als Australië.

Het consumentenvertrouwen is dan ook groot. Klanten lijken niet uit de winkels weg te slaan. Centraal bij het economisch succes staan de relatief lage rentepercentages die de Australische vastgoedmarkt sinds 2000 in razende vaart hebben opgestuwd. Huizenbezitters kijken tevreden naar hun toegenomen welvaart en zijn daarom bereid meer te consumeren. En recente kopers hopen dat hun hoge schuld beheersbaar blijft met lage rente.

Minister-president Howard heeft gezegd dat die rentepercentages onder Labor gevaarlijk kunnen oplopen. Hij appelleert aan de vrees dat de socialistische partijen meer uitgeven dan verantwoord is. ,,Ik heb er geen bezwaar tegen wanneer de verkiezingen als een referendum over rentepercentages worden beschouwd'', verklaarde Howard afgelopen weekend. Prompt daarop ondertekende Labors leider Latham een belofte om opwaartse druk op de rentepercentages te voorkomen.

Toch kleeft juist aan Howards verkiezingsbeloften een hoger prijskaartje dan aan die van Labor. ,,Howard heeft maar één beleid, uitgeven en nog eens uitgeven. Het is de moeder van alle uitverkopen, allemaal gericht op een laatste poging om stemmen te kopen'', vertelde Latham vorige week.

De retoriek over een verantwoord uitgavenbeleid lijkt economisch gezien niet echt relevant. ,,Zowel de regeringscoalitie als de oppositie houdt vast aan een onafhankelijke centrale bank en het handhaven van een begrotingsoverschot. Het rentepercentagedebat daarover verdient in economische termen geen opwinding'', zegt Deutsche Bank-econoom Tony Meer. ,,De 6 miljoen Australische dollar (3,5 miljoen euro, red.) die premier Howard in drie jaar extra wil uitgeven, vormen maar 1 procent van de overheidsbegroting. Dankzij de sterke economie zullen de belastinginkomsten ook toenemen. Beide partijen zullen verantwoord economisch management toepassen. We zijn in Australië gezegend met twee gematigde grote partijen. Als ik een buitenlandse investeerder in de Australische economie zou zijn, dan zou ik meer betekenis hechten aan de groeiontwikkeling van de economie van de Verenigde Staten.''

Het enige fundamentele economische verschil tussen de conservatieve coalitie en Labor is de houding tegenover de vakbeweging. Vaststaat dat Labor de invloed van vakbonden wil vergroten. Dat zou de concurrentiekracht van kleinere industriële bedrijven kunnen aantasten.

Onder het achtjarige beleid van de conservatieve regering is de vakbondsrol sterk teruggedrongen. De conservatieve coalitie heeft al aangekondigd dat het het aanvechten van ontslag in de volgende regeringsperiode lastiger wil maken. Labor wil een terugkeer naar collectieve arbeidsovereenkomsten. Latham heeft dit voornemen getemperd met de wat cryptische opmerking dat ,,de rol van vakbonden zal afhangen van hun vermogen op de moderne werkplekken relevant te zijn''.

Wie de verkiezingen ook wint, hij moet volgens economische experts wel rekening houden met aanstaande nieuwe tegenwind. Het staat volgens de deskundigen wel vast dat de druk op rentepercentages wel degelijk zal oplopen. Dat heeft dan veel minder te maken met het niveau van de overheidsuitgaven dan met de bijna onbevredigbare vraag naar krediet van de Australische consument en zijn bijna blinde liefde voor onroerend goed. Het openstaande bedrag aan woninghypotheken in het land is in vier jaar verdubbeld. Eén op de zes huishoudens in Australië heeft nu in een woning geïnvesteerd waarin het gezin zelf niet woont. De ontwikkeling had plaats door de gretigheid om toch vooral te profiteren van de aanhoudende stijging van de huizenprijzen.

De Australische huurmarkt is echter verslapt. De koopprijzen voor appartementen in de grootste steden, Sydney en Melbourne, zijn dit jaar al scherp gedaald en veel speculanten lopen het risico binnenkort hun eigen geld te verliezen. Er wordt eveneens gevreesd dat zo'n daling binnenkort ook voor de traditionele vrijstaande gezinswoningen zal doorzetten. De vermindering van het consumentenvertrouwen als gevolg daarvan kan volgens experts het patroon van de al meer dan tien jaar durende stabiele groei van de Australische economie aantasten. De economische beloften van Howard en Latham hebben met die marktprocessen weinig te maken.