Bezuinigingen gevaar voor doel sociale werkplaats

Veel sociale werkplaatsen krijgen de komende jaren financiële problemen door het afschaffen van subsidie en het verlagen van gemeentelijke inkomsten.

Ze zit wat voorovergebogen aan een lange houten tafel. Achter haar lijmen twee collega's gebruikte bijbels in elkaar. Elise Jliplz werkt sinds acht weken op de afdeling boekbinden van de sociale werkplaats in Den Haag. Eerder werkte ze bij een bakker, maar dat ging niet meer. Alleen het inbinden van kranten laat ze aan anderen over, ,,want die zijn te dun''.

Bij de sociale werkplaats van de Haeghe Groep werken meer dan 2.000 mensen met een lichamelijke, geestelijke of sociale handicap. Voordat ze hier aan de slag mogen, keurt een onafhankelijk bureau ze. Dat is niet altijd zo geweest. ,,Vóór 1998 deed de directeur de keuring zelf. Iemand die goed kon werken was natuurlijk mooi meegenomen.'' Volgens de huidige directeur van de Haeghe Groep, Henk van den Berg, glipte er daardoor nogal eens iemand door de keuring die niet thuishoorde in zo'n intensief begeleid programma.

In 1997 stonden nog ruim 23.000 mensen op de wachtlijst, in 2002 was dit gedaald tot 5.500. De laatste twee jaar is dat aantal weer gegroeid. Pieter Jan Biesheuvel, voorzitter van brancheorganisatie Cedris die de CAO-onderhandelingen voor alle sociale werkplaatsen voert, denkt dat de wachtlijsten weer zullen groeien ,,als de overheid vasthoudt aan het afschaffen van de SPAK''. De SPAK is een subsidie die werkgevers krijgen voor het aannemen van lager geschoold personeel. Deze subsidie wordt in termijnen afgeschaft en zal de werkplaatsen in 2005 60 miljoen en een jaar later 80 miljoen euro kosten. Volgens Cedris staat 80 miljoen euro voor 3.300 arbeidsplaatsen. Voor Biesheuvel is het een ,,vrij principieel conflict'' met de overheid, aangezien dit bedrag bij de invoering van de subsidie van de rijkstoelage afgehaald werd, en nu niet terugkomt.

Financieel gezien ziet het er voor de sociale werkplaatsen niet rooskleurig uit. Het rijk besteedt jaarlijks ruim 2 miljard euro aan de bijna 90.000 werknemers; een bedrag waarvan niet alle werkplaatsen rond kunnen komen. Waar het niet lukt, springen gemeenten bij, maar er wordt ook een beroep gedaan op de rentabiliteit van de werkplaatsen zelf.

Zakelijk gezien hebben de werkplaatsen dus meer aan goede, zelfstandige werkers dan aan gehandicapten die veel begeleiding nodig hebben. Om te voorkomen dat door dit mechanisme mensen in de werkplaatsen terechtkomen die ook zonder begeleiding bij een werkgever terechtkunnen, wil staatssecretaris Van Hoof (Werkgelegenheid, VVD) dat met ingang van volgend jaar het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) bepaalt of iemand voor een sociale werkplek in aanmerking komt of niet. Dit zou onafhankelijker zijn dan de huidige toetsingsbureaus.

Ook onder de mensen die wel in aanmerking komen voor een sociale werkplaats is veel expertise. Het zijn geen wasknijpers die op de betonvloeren gemaakt worden, maar chique stoelen en tafels voor gerenommeerde meubelzaken. In de lange fabriekshallen staan draaibanken, polijstmachines, hydraulische persen en computergestuurde frasemachines die in de lucht van metaal, lijm of hout door tientallen mensen worden bediend. Als je niet ziet dat het tempo soms wel erg laag ligt, sommige werknemers wat glazig uit hun ogen kijken en anderen een lichaamsdeel missen, zou je je in een gewone fabriek wanen. En wel in één met een erg ontspannen en vriendelijke sfeer.

Officieel is de sociale werkplaats slechts een tussenstation waar mensen worden opgeleid en begeleid waardoor ze op den duur op de arbeidsmarkt terechtkunnen. ,,We willen mensen met een achterstand zo dicht mogelijk tegen de normale arbeidsmarkt aan laten werken.'' Directeur Van den Berg vindt dat deze beweging er nog onvoldoende in zit. Vorig jaar stroomde zo'n 6 procent uit, waarvan het grootste deel door ziekte. Slechts 4 van de 124 uitgestroomden kreeg een vaste baan.

Volgens Van den Berg zijn veel mensen die – met begeleiding – buiten de deur kunnen werken, nog in dienst van de Haeghe Groep. ,,We proberen mensen te ontwikkelen en verder te krijgen, maar VNO-NCW, MKB Nederland en de overheden moeten wel daden stellen'' door werkplekken te creëren waar gehandicapten aan de slag kunnen. ,,In de ontmoetingen zijn werkgevers enthousiast maar als het er op aan komt, worden er nog te weinig vacatures ter beschikking gesteld.''

Op landelijk niveau werkt nu 90 procent van de medewerkers `binnen', dus in de sociale werkplaats, 9 procent `buiten', bijvoorbeeld in de groenvoorziening, en slechts 1 procent via detachering in een ander bedrijf. Biesheuvel heeft het streven deze allemaal op 33 procent te krijgen.

Biesheuvel kan zich, net als Van den Berg, goed vinden in het streven van de staatssecretaris om mensen te weren die niet echt in de werkplaats thuishoren. Wel vrezen beiden andere maatregelen. Van den Berg noemt de bezuinigingen op het gemeentelijk budget, de extra kosten die hij door de nieuwe pensioenwetten kwijt zal zijn en de effecten van de afschaffing van de SPAK. ,,Het gaat om grote bedragen. In vergelijking met andere branches worden we niet direct zwaar getroffen, maar vooral de indirecte en gemeentelijke maatregelen zullen het ons erg moeilijk maken.'' Hij verwacht dat de komende jaren veel sociale werkvoorzieningen in de rode cijfers komen door de maatregelen. ,,De gemeenten zullen het dan weer moeten oplossen, als ze dat überhaupt kunnen. En kijk eens hoe graag deze mensen willen werken. Het is fantastisch dat wij ze zinvol werk kunnen geven.''