Terug naar de tsaar

De tentoonstelling in Amsterdam over de Russische tsarenfamilie maakt veel herinneringen los.

De eerste ontmoeting, op school, was meteen raak. Tijdens een dorre geschiedenisles zat ik verveeld het boek door te bladeren op zoek naar sensatie. Ze stonden achterin, in een hoofdstuk over de Russische revolutie. Vier meisjes in witte jurken, een jongen in matrozenpak op een fiets en een paar honden. Aan de andere kant van de bladzij Raspoetin met zijn lange, vuile haar en hypnotiserende ogen. De bijbehorende tekst maakte indruk en de rest van dat schooljaar lag mijn boek bij geschiedenis ostentatief open op hun bladzij. Van mijn karige zakgeld kocht ik zelfs een biografie.

Eind jaren zestig, student in Amsterdam geworden, moest ik al snel niets meer van hen hebben. Je liet het wel uit je hoofd in die dagen! Als je al niet De Waarheid rondbracht of achter de stencilmachine pamfletten stond te vermenigvuldigen, was flirten met het communisme wel het minste wat je doen kon. Hoorde je over de tsaar, dan was het steevast in politiek-correcte termen van `het volk uitzuigen', `hongerenden laten kreperen' en `opstandigen doodschieten'. Daar pasten de parelkettingen en de kanten mouwen van de vier dochters van de tsaar en de meisjesnachthemden die hun broertje uit zuinigheid moest afdragen niet bij.

Pas in 1992 keerde ik op mijn trouweloze schreden terug, toen – eindelijk – de skeletten van de vermoorde, laatste tsarenfamilie ontdekt werden in een klein massagraf bij Jekaterinenburg. Al snel bleek uit DNA-onderzoek dat de overblijfselen van tsarevitsj Alexej en zijn zuster Maria er niet bij waren en dat was voor mij de aanzet tot de roman Russisch Blauw, over een mislukte geschiedenisleraar die meent af te stammen van Alexej. Zo gaan schrijvers nu eenmaal te werk: je schuift je eigen middelbare-schooldweperij veilig in de schoenen van een romanfiguur en laat die, begeleid door wereldwijze ironisaties, flink op zijn bek gaan.

In elk geval was ik tijdens het schrijven opnieuw omringd door foto's van de Romanovs: de meisjes met manden vol paddestoelen of braaf aan het verstellen, de `beschermmatroos' die achter de kwetsbare Alexej moest aanhollen, de geestdrijverige tsarina met haar iconen, de tsaar over zijn oersaaie dagboek gebogen, het hele gezin dat De Kersentuin speelt.

En nu is de tentoonstelling `Nicolaas en Alexandra' in de Hermitage aan de Amstel. Zes zaaltjes vol schilderijen, galajaponnen, uniformen, foto's, handgeschilderde menukaarten en een paar snuisterijen. Vooral de foto's geven dat schokje van herkenning, alsof het verre familieleden zijn uit een album dat je als kind al kende wel de chique tak van de familie natuurlijk, maar toch vertrouwd. Echt persoonlijke dingen zijn er helaas amper. De ridderorden, voorvaderportretten, kroningsattributen en de vergulde samovar kunnen me gestolen worden, vergeleken met de paar leesboekjes van de kinderen, een teddybeer, een aap met de kop van een Japanner, een pluchen hond en het kamerjasje van Alexej.

Had de Petersburgse Hermitage niet meer kunnen uitlenen, vraag je je af.

Totdat je beseft dat het ontbreken van die dingen nu juist zo typerend is voor het gezin van de laatste tsaar. Toen ze door de bolsjewieken werden overgebracht naar de eerste gevangenis-villa in Tobolsk, waren hun bezittingen in het woonpaleis al grotendeels kapotgeslagen, geroofd en verbrand, maar er konden nog genoeg boeken, kleren, spelletjes, sieraden, etc. mee.

Eenmaal opgesloten in een huis in Jekaterinenburg, waar ze al blij waren als er een van de witgekalkte ramen open mocht, maalden ze al nauwelijks meer om hun spullen behalve dan om de diamanten, die door moeder en dochters steekje voor steekje in de corsetten genaaid werden en die hen tenslotte een nog gruwelijker dood bezorgden dan Lenin toch al in gedachten had: de kogels van het executiepeloton ketsten erop af en de meisjes werden met geweerkolven en bajonetten doodgeslagen en -gestoken.

,,Had ik nog maar een potje nachtcrème'', schreef Alexandra in een van haar brieven, en ze maakte zich zorgen over de broek van haar man, waarvan de gaten op het laatst niet meer te mazen waren. Duizenden foto's heeft het gezin in de loop van de tijd van elkaar gemaakt, maar hun toestellen werden hen in Tobolsk afgenomen en van de in ballingschap meegenomen foto's is niets bewaard gebleven.

Het is de doem van het einde die over deze kleine expositie hangt. De schaduw van de dood, die het laatste tsarenpaar, als representanten van een verwerpelijk en achterhaald regime, nu eenmaal moest treffen, maar ook hun vier schuldeloze dochters en die gekoesterde, veertienjarige brekebeen meedogenloos inhaalde.

Zouden er nog steeds scholieren bestaan die boven hun etherische beeltenissen in het geschiedenisboek zitten weg te dromen? Dat gun ik ze zo.