Sporter moet verblijfplaats altijd melden

De Nederlandse topsporters moeten binnenkort maandelijks gedetailleerd opgeven waar zij verblijven zodat out-of-competition dopingcontroles kunnen worden verricht.

Die regeling is per 1 oktober van kracht geworden voor zo'n 25 procent van de olympische sporters; de anderen zullen zo snel mogelijk volgen en op langere termijn vallen ook de niet-olympische sporters onder de verplichting.

In eerste aanleg geldt de verscherpte maatregel voor zo'n 1.200 topsporters, wier namen op grond van daarvoor vastgestelde criteria door de bonden moeten worden doorgegeven aan DoCoNed, de instantie die in Nederland verantwoordelijk is voor de uitvoering van dopingcontroles. Het is uiteindelijk de bedoeling dat de verblijfsgegeven worden opgeslagen in een databank, waartoe ook het wereldantidopingbureau WADA toegang heeft. Op dit moment is dat evenwel niet mogelijk, omdat WADA de systeemkoppeling met alle landen nog niet voor elkaar heeft.

Alle olympische sporters moeten op een formulier exact opgeven op welke plekken zij elke maand hun sport beoefenen. Bijvoorbeeld: van 7 tot en met 11 oktober op trainingskamp in Spanje met daags ervoor en erna een reisdag, 23 oktober wedstrijd in Groningen en overige trainingsdagen op de gebruikelijke accommodatie.

De gewijzigde maatregel is een uitvloeisel van de antidopingcode die dit jaar wereldwijd is ingevoerd en voorschrijft dat de nationale bonden verantwoordelijk zijn voor de `whereabouts' van hun atleten. Daarvoor moeten wel reglementen zogenaamd codeproof worden gemaakt. Dat is bij veel bonden geregeld, maar niet bij alle, waarmee is verklaard dat deze week nog niet tot volledige invoering van het controlesysteem kon worden overgegaan.

De verandering houdt ook in dat de sancties zijn aangescherpt. DoCoNed kan in oude situatie weinig uitrichten tegen een sporter die niet beschikbaar was voor een out-of-competition controle. Met het nieuwe systeem wordt bij absentie de naam doorgegeven aan de bond, die op grond van de dopingcode tot bestraffing kan overgaan.

WADA hoopt op deze manier te voorkomen dat een sporter binnen een kort tijdsbestek bezoek krijgt van meerdere dopingcontroleurs. Dat kon gebeuren, omdat verschillende instanties – internationale en nationale bonden, sportkoepels en dopingorganisaties als WADA en DoCoNed – bevoegd waren onverwachte controles uit te voeren. Met de dopingcode heeft WADA die verantwoordelijkheid tot nationaal niveau teruggebracht.