Paul Biegel laat muziek horen in `Swing'

Voor de vijftigste kinderboekenweek, die vanavond begint, heeft Paul Biegel het geschenkboek Swing geschreven. Het verhaal over de omzwervingen van een jongen en zijn dierbare trompet is zijn eerste muzikale boek, zei Biegel onlangs bij een bijeenkomst: ,,Ik heb nooit eerder over muziek geschreven.'' Maar is dat laatste helemaal waar?

Juist in het omvangrijke oeuvre van Biegel, die zich wel heeft beklaagd over de onmogelijkheid gezichtsuitdrukkingen en stembuigingen in boeken weer te geven, klinkt vaak een onhoorbare muziek.

Zo speelt De Kleine Kapitein trompet en zingen zijn reisgenoten liederen, waarvan de teksten staan afgedrukt. De schitterende verhalen in Het Sleutelkruid zijn bijna-balladen, die er haast om vragen te worden getoonzet. Beide boeken zijn genomineerd voor de Griffel der Griffels, die vanavond wordt uitgereikt.

Swing heeft muziek als thema – net als de kinderboekenweek – en speelt in Afrika. Op een eilandje in het Victoriameer krijgt de kleine Joshua een trompet van een oude man. Als Joshua het mondstuk kust, produceert de trompet plotseling betoverende klanken. Zijn gave is zijn noodlot, want menigeen die het trompetspel hoort wil zijn voordeel doen met de jonge trompetspeler. Van de man die hem na zijn optreden op een huwelijksfeest wil verkopen, tot de Amerikaanse producer die miljoenen met hem verdient.

Tussen deze twee uitbuiters ligt een lange zwerftocht van Joshua en zijn hartsvriendin Teri langs de Nijl, van het Victoriameer tot de monding bij Kairo. De rivier is met de trompet de motor van het verhaal, zozeer dat Teri zich op een gegeven moment afvraagt of ze de trompet achterna reizen of door de stroom worden meegevoerd. Biegel heeft daarbij behoorlijk wat werk gemaakt van de couleur locale. Zo reanimeert hij een Afrikaanse legende over krokodillen, waarvoor hij de bron zelfs in een voetnoot vermeldt.

De verhaallijn in Swing is echter minder dwingend dan die in bijvoorbeeld De Kleine Kapitein of Het Sleutelkruid. Zo lang en bochtig is de rivier dat de avonturen eromheen iets wijdlopigs en willekeurigs krijgen. Waarom niet nog een rover, vraag je je soms af, waarom niet een slechterik minder? Het personage Joshua is daarbij een beetje saai: een soort idiot savant, die haast niets zegt en alleen maar wil spelen op zijn trompet.

Heel erg zijn deze tekortkomingen niet. Veel meer dan een avonturenverhaal is Swing namelijk een boek over de ziel van de muziek en de tragiek van de muzikant. Met het groeiende succes in het rijke westen verliest Joshua's muziek zijn zuiverheid, ontdekt Teri, die met haar gevoeligheid en praktische zin een prachtig personage is: ,,Maar nu wist ze het, nu begreep ze het: in de schittering van de witte wereld was Joshua's tover kapotgespeeld.'' Teri is de hoedster van Joshua en van zijn muziek.

In Teri komt de muziek in Swing tot leven, net als in de ontroering die Joshua's trompetspel keer op keer weet op te wekken bij toehoorders. Biegel weet de onbeschrijflijke muziek te laten vangen met trefzekere formuleringen en poëtische beelden. Zo hangt boven Joshua's bed de trompet aan een touwtje. Als het op een dag breekt, dan zal Joshua het mondstuk ,,kussen als een teruggevonden geliefde, en de aller-allermooiste tonen over Nyanza blazen''.

De lezer hoort die muziek nu al klinken.

Paul Biegel: Swing. Uitgave van de stichting CPNB. Gratis bij een besteding van minimaal €9,90 aan kinderboeken.