Oppositie wil referendum prepensioen

De drie vakcentrales FNV, CNV en MHP bereiden samen met de oppositiepartijen PvdA, GroenLinks en SP een referendum voor tegen het schrappen van het prepensioen. De gelegenheidscoalitie bereikte daarover gisteravond een principeakkoord.

Met het referendum willen de partijen het fiscaal stimuleren van prepensioen behouden. Het kabinet wil deze fiscale stimulans afschaffen. Een meerderheid van VVD, CDA en D66 ging vorige week al op hoofdlijnen akkoord met het afschaffen van het prepensioen. De Tweede Kamer zal naar verwachting op 18 november de wet daartoe behandelen.

Het is voor het eerst dat partijen een referendum willen organiseren en daarbij een beroep doen op de tijdelijke referendumwet. Deze wet, zo besloot een Kamermeerderheid van CDA, VVD, ChristenUnie en SGP vorige week, houdt op 1 januari 2005 op te bestaan. Die afspraak stond ook in het regeerakkoord, maar coalitiepartij D66 stemde toch tegen afschaffing. Als de coalitie van politiek en vakbeweging de prepensioenwet wil tegenhouden, moet zij voor die datum een referendum hebben uitgeschreven.

Volgens de tijdelijke referendumwet kunnen stemgerechtigden een correctief referendum organiseren. Dit betekent dat het referendum alleen achteraf kan worden gehouden, als de wet waar de volksraadpleging over gaat al door de Tweede én Eerste Kamer is aangenomen. De speelruimte die oppositie en vakbeweging nu hebben, ligt dus tussen het aannemen van de wet en het einde van het jaar.

Om toestemming te krijgen voor een referendum zijn in eerste instantie 40.000 handtekeningen nodig die stemgerechtigden op het gemeentehuis moeten zetten. Vervolgens hebben de partijen 600.000 handtekeningen - die per post kunnen worden verstuurd - nodig om het referendum door te laten gaan. Bij de uiteindelijke stembusgang moet een meerderheid voorstemmen. Die meerderheid moet in ieder geval uit dertig procent van de stemgerechtigden bestaan.

De partijen willen een eventueel referendum over het prepensioen samen laten vallen met het referendum over de Europese grondwet, in het voorjaar van 2005. Omdat het referendum op initiatief van kiesgerechtigden, en niet van het kabinet wordt gehouden, is het een raadgevend referendum. Dit betekent dat de regering de uitkomst niet hoeft over te nemen, maar wel gedwongen wordt haar besluit te heroverwegen.

De tijdelijke referendumwet werd in 2002 van kracht met de bedoeling door een beslissend correctief referendum opgevolgd te worden. Voor zo'n beslissend referendum is een wijziging van de grondwet nodig. Hiervoor moeten de Eerste en Tweede Kamer tweemaal - met tussenkomst van een verkiezing - instemmen met de wetsvoorstellen. In 1999 bracht toenmalig VVD-senator Wiegel een beslissende tegenstem uit bij de behandeling in de Eerste Kamer.