Onder water loert het gevaar

Financiële fraudes zijn net ijsbergen.

Wanneer de onregelmatigheden aan het licht komen en bedragen worden genoemd, is het gevaar voor beleggers en werknemers nog niet geweken. Wat schemert daar onder het wateroppervlak? De werkelijke schade of omvang van financiële affaires overtreffen vrijwel steevast de eerste schattingen van opgetrommelde accountants en gealarmeerde toezichthouders.

De affaire bij het Havenbedrijf Rotterdam rond betwiste en verzwegen garanties aan de kredietverschaffers van zakenman J. van de Nieuwenhuyzen bevestigt de wetmatigheid. In eerste instantie dacht het Havenbedrijf dat de geschorste directeur voor ongeveer 100 miljoen euro aan garanties had verstrekt, het blijkt nu om 180 miljoen euro te gaan.

De taxatie van het potentiële schadebedrag voor de gemeente Rotterdam is maar mondjesmaat naar boven bijgesteld: eerst 100 miljoen, nu 107 miljoen.

Het is overigens geen exclusief Nederlands fenomeen. Ook de boekhoudschandalen bij de Amerikaanse energiehandelaar Enron en het telefoonbedrijf WorldCom overtroffen ruimschoots eerdere aankondigingen.

Bij de boekhoudkundige onregelmatigheden die Ahold ruim anderhalf jaar geleden openbaarde was het van hetzelfde laken een pak. Het eerste bericht repte van een gat in het bedrijfsresultaat van 500 miljoen dollar in 2001 en 2002 samen, een paar maanden later bleek het om een gat te gaan in de nettowinst van samen 1,6 miljard euro in die jaren.

Bij energiebedrijf Koninklijke/Shell viel de ijsberg tegen. De eerste aankondiging repte van overschatte reserves van 3,9 miljard vaten per eind 2002. Dat steeg later tot 4,35 miljard plus 0,5 miljard vaten per eind 2003.

Niet alleen de ijsberg bij het Rotterdamse Havenbedrijf geeft een déjà-vu gevoel. Ook de timing van de meest cruciale verhoging, op 28 december 2002, doet oude tijden herleven. Toen Van den Nieuwenhuyzen begin jaren negentig steds meer moeite had om de winstverwachtingen van zijn beursgenoteerde industriële concern Begemann waar te maken, stonden de laatste dagen van het jaar garant voor dolle dwaze dagen: bedrijven kopen of verkopen om de winstprognose te halen.

Eind 1991 zag Begemann een grote overname afketsen, maar bood een charmeoffensief soelaas om beleggers te plezieren. In 1994 goochelde hij tot op oudejaarsdag met de verkoop van meerdere dochterbedrijven tegelijk. Een paar jaar ervoor was Van den Nieuwenhuyzen tot ver in het nieuwe jaar bezig om een groot dochterbedrijf te verkopen en de opbrengst in het al afgesloten kalenderjaar te boeken.