Luister beter naar de burger

Vandaag praten ministers van Europese zaken in Amsterdam over `Communicating Europe'. Centraal staat hoe `Europa' zich beter `in de markt' kan zetten, of, in politieke termen: hoe het dichter bij de burger kan komen. Het is een van de betere ideeën van dit kabinet, dat niet bepaald uitblinkt in communicatie.

De EU is een bureaucratisch, geldverslindend monster, zo menen velen. Bij elke verdragswijzing is daarom gepoogd de burger – vooral via het Europees Parlement – meer invloed te geven en de besluitvormingsprocessen inzichtelijker te maken. Al het lapwerk ten spijt wordt de kloof eerder als wijder dan als smaller ervaren.

Daar komt bij dat de Europese arena steeds meer wordt afgeschilderd als een strijdtoneel waarop winst kan worden gehaald door meer binnen te slepen dan de buren. De recente blijdschap over de portefeuille van Eurocommissaris Kroes illustreert dit: we kregen meer dan ons op basis van onze grootte toekomt en dat vervult ons met vreugde. Aftroeven scoort en dat stimuleert politici om het nationaal belang met veel trompetgeschal te onderstrepen. Wij sturen onze ministers met strak agetimmerde opdrachten naar Brussel en we verwachten dat ze daar halsstarrig zijn, dat ze niet toegeven. Zij op hun beurt communiceren het goede dat uit `Brussel' komt als hun overwinning. Voor minder gelukkige richtlijnen en beleidsresultaten wordt juist de schuld op `Brussel' of op halsstarrige anderen geschoven.

Op de langere termijn is deze strategie niet houdbaar. Wie continu het beeld vormt dat het Nederlandse belang in Europa alleen kan worden veiliggesteld met de hakken in het zand, kan niet serieus verwachten dat het vertrouwen van burgers in de EU stijgt. Wie dat laatste wil, zal eerlijk moeten zeggen dat het Brusselse spel niet altijd gewonnen kan worden, dat het soms zelfs in het Nederlands belang kan zijn iets toe te geven.

Het geeft te denken dat alle formele democratiseringsoperaties niet hebben geleid tot een grotere interesse en binding van burgers met de EU. Nu zijn we zelfs al toe aan het paardenmiddel van de directe democratie: het referendum. Meer democratische structuren zijn kennelijk niet wat de burger wil van Europa – in elk geval niet het enige. Een hint: begin eens met luisteren naar wat burgers op straat zeggen alvorens een besluit te nemen over een nieuwe richtlijn.

Inez de Smidt is communicatiewetenschapper.