Kwart meisjes lijnt gevaarlijk

Bijna een kwart van de meisjes tussen dertien en achttien jaar maakt gebruik van extreme maatregelen voor gewichtsverlies. Dat zeggen onderzoekers van TNO. Vandaag presenteren zij hun studie naar excessief afslanken door meisjes op een landelijk congres over eetstoornissen in Rotterdam.

Van de ruim 1.100 meisjes op zeventien middelbare scholen die de vragenlijst invulden, gaf tachtig procent aan wel eens aan de lijn te doen. Een derde van de meisjes gebruikt uitsluitend gezonde methoden, zoals het vermijden van tussendoortjes en dikmakend eten, het eten van kleine porties en veel sporten.

Een kwart van de meisjes gebruikt ook ongezonde lijnvormen. Zij slaan bijvoorbeeld maaltijden over, eten heel weinig en drinken vooral, of gebruiken dieetpillen, dieetdranken of afslankkuren. Bijna een kwart van de meisjes neemt hun toevlucht tot extreme en soms gevaarlijke vormen: zij eten soms dagen niet, steken hun vinger in hun keel om het eten uit te braken of gebruiken laxeermiddelen.

Het onderzoek, een opdracht van onderzoeksinstituut voor zorg en preventie Zonmw, is uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de ontwikkeling van eetstoornissen. Het is voor het eerst dat een dergelijk onderzoek is gehouden. Uit onderzoek van de universiteit van Melbourne bleek in 1999 dat meisjes die sterk aan de lijn doen achttien keer meer kans lopen op het ontwikkelen van de eetstoornissen anorexia nervosa of boulimia nervosa. Bij het TNO-onderzoek is de relatie tussen gevaarlijk lijnen en eetstoornissen niet onderzocht.

De onderzoekers waren vooral op zoek naar de redenen van meisjes om te beginnen met lijnen. Zo proberen ze aanwijzingen te vinden om eetstoornissen te voorkomen. Mede-auteur dr. T. Paulussen vindt het dan ook geen probleem dat de steekproef ,,strikt genomen niet representatief is''. Hij schrok van het aantal meisjes dat extreme methoden gebruikt. Van de negen procent meisjes met overgewicht gebruikte 73 procent ongezonde of extreme methoden. De onderzoekers noemen het vooral opvallend dat van de elf procent met ondergewicht twintig procent op een gevaarlijke manier afslankt. ,,Er zijn weinig aanwijzingen dat deze getallen afwijken van de landelijke realiteit'', zegt Paulussen.

Voor de meisjes uit de steekproef die ongezond of extreem lijnen geldt dat zij minder zelfvertrouwen hebben dan andere meisjes. Zij laten zich sneller beïnvloeden door het lijngedrag van vrienden of zussen. Door aan de lijn te doen voelen ze zich sterk en trots. Ze roken veel meer dan andere meisjes.

Eetstoornissen komen veel vaker voor bij vrouwen (ongeveer 95 procent) dan bij mannen en ontwikkelen zich meestal tussen vijftien en 25 jaar. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt om het lespakket `Jeugd en eetstoornissen' voor middelbare scholen te verbeteren.