Kunst strijdt met politiek

De tentoonstelling Oponthoud in Museum Boijmans draait eigenlijk om één werk: Shoes for Europe van Pavel Braila. Deze film, ook al een kleine hit op de laatste Documenta, toont de absurditeiten die kunnen ontstaan als landen slecht met elkaar communiceren. De verwarring wordt verbeeldt door een grensstation tussen Moldavië en Roemenië, waar iedere trein van onderstel moet wisselen. Deze werkzaamheden werden door Braila en detail gefilmd bij schaars, nachtelijk licht: we horen het gekletter van metaal en het ronken van motoren, we zien het rangeren, het ophijsen en verplaatsen van volledige met passagiers gevulde treincoupés – waarmee de film, in al z'n terloopsheid en absurditeit een perfecte metafoor is voor de miscommunicatie tussen de volkeren.

Hoe bijzonder Shoes for Europe is, blijkt echter pas uit de rest van Oponthoud. De expositie kreeg als ondertitel `kunstenaars op de grens van het oude en nieuwe Europa' en daarmee is duidelijk dat er sociale en politieke aspiraties zijn. Wie de geëxposeerde werken bekijkt, merkt dat weinig zo moeilijk is als goede sociaal-politieke kunst te maken. Sterker nog: het gevoel bekruipt je dat je het hedendaagse kunstenaars niet kunt aandoen zo'n zwaar maatschappelijk juk op hun schouders te leggen – ze zijn er niet aan toe, of, vaker nog, niet mee bezig.

Dat laatste geldt vooral voor de Nederlandse deelnemers. Roderick Hietbrink bijvoorbeeld toont een filminstallatie met beelden van lege, vliegveldachtige architecturen, eigenlijk min of meer hetzelfde thema dat Carla Klein aanpakt in haar grote, kale schilderijen. De foto's van Juul Hondius daarentegen (waaronder mooie, zwaar geënsceneerde beelden van (namaak)vluchtelingen) gaan vooral over perceptie en ingesleten kijkgewoontes – meer over kunst dus dan over politiek. Met `het oude en het nieuwe Europa' hebben ze al helemaal weinig te maken.

Nog lastiger wordt het bij de Oost-Europese deelnemers. Bij hen zie je wel degelijk het verlangen zich te verhouden tot de veranderingen in hun maatschappij, maar zij hebben weer moeite daar een vorm voor te vinden. Zo toont Maja Bajevic twee filmpjes van recente performances; een van een groep wasvrouwen die doeken met geborduurde teksten van Tito `stukwassen' en een van een groep vrouwen die borduren op het steigerdoek voor het museum van Sarajevo – bij beide is de symboliek zo zwaar aangezet dat je meer ergernis voelt dan compassie.

Anri Sala, het `wonderkind' van de Albaneese kunst, laat vooral zien dat hij zich snel aan het westerse kunstidioom heeft aangepast. Hij zette twee grote, lege billboards op twee daken en filmde de (soms indrukwekkend dreunende) lichtreflectie op de vlakken. Politiek is dit een loze geste, maar Sala's kale, schijnbaar doelloze reflectie, doet je wel beseffen dat zijn werk ook heel goed over iets anders zou kunnen gaan: namelijk de onmacht van de kunst om zich tot de wereld te verhouden. En daarin is Sala niet de enige. Als Oponthoud een rode draad heeft dan is het wel dat ze feilloos toont hoe machteloos kunstenaars zijn als het gaat om het geven van adequate reacties op de complexe hedendaagse sociale en politieke ontwikkelingen.

Tegelijk besef je dat je dat misschien ook helemaal niet van kunstenaar moet verwachten. Zowel de foto's van Hondius, de schilderijen van Klein of de film van Sala zijn mooie, intrigerende, dubbelzinnige kunstwerken, die alleen moeten opboksen tegen de verwachting die het museum ze heeft opgelegd. In dat opzicht heeft Braila met zijn Shoes for Europe heel wat op zijn geweten: het idee dat zulke kunstwerken makkelijk te maken zouden zijn. Dat blijkt een misverstand: een opgehesen trein maakt nog geen sociale tentoonstelling.

Tentoonstelling: Oponthoud. Met o.a. Maja Bajevic, Freek Drent & Stella van Voorst van Beest, Predrag Pajdic en Juul Hondius. Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Di-za 10-17u, zo 11-17u. T/m 7-11