Kroatië en EU: de race is nog niet gelopen

Het jaarlijkse `overgangsrapport' van de Europese Commissie over de toetreding van Kroatië, dat morgen wordt gepubliceerd, wordt gezien als een ultiem examen: of Kroatië zoals gepland in 2007 tot de EU toetreedt wordt morgen duidelijk.

Kroatië is na de dood van de autoritaire president Franjo Tudjman in 1999 aan een succesvolle inhaalrace richting Brussel begonnen. Het EU-lidmaatschap, zo wordt bijna dagelijks in Zagreb gezegd, is Kroatië's absolute prioriteit, en eveneens bijna dagelijks wordt officieel optimisme aan de dag gelegd: die toetreding gaat lukken.

Toch kan Kroatië morgen van een koude kermis thuiskomen, want, zo zei zondag `uitbreidingscommissaris' Günter Verheugen tegen de Bild am Sonntag, het rapport wordt ,,buitengewoon kritisch, kritischer dan de meeste waarnemers verwachten''. Of dat sloeg op alle vier landen waarover morgen rapporten verschijnen – naast Kroatië Turkije, Roemenië en Bulgarije – werd niet helemaal duidelijk, maar The Financial Times wist gisteren te melden dat Kroatië toetreding in 2007 wel kan vergeten: het wordt 2011, of misschien wel 2013. In Brussel heeft de uitbreidingseuforie – zo schreef het blad – plaatsgemaakt voor uitbreidingsmoeheid.

Knelpunten zijn er nog genoeg. Kroatië's grensconflicten met Slovenië zijn een knelpunt – maar niet het grootste: dat conflict werd door buitenlandcoördinator Javier Solana bestempeld als marginaal, en bilateraal op te lossen. Ook economische hervormingen vormen niet het belangrijkste knelpunt, al ligt er nog veel werk te wachten, want de bureaucratie is nog altijd verstikkend, en ondernemers die een bedrijf beginnen of een vergunning nodig hebben moeten zich nog door een oerwoud van dure, ingewikkelde en langdurige procedures worstelen.

Ook ten aanzien van de godsdienst- en persvrijheid en de rechtspraak heeft Kroatië nog achterstanden goed te maken. De radio en televisie staan nog steeds onder politieke controle en zijn niet onafhankelijk. De journalistieke vrijheid is kwetsbaar – bij een onderzoek gaf vorig jaar de helft van de Kroatische journalisten te kennen zich niet vrij te voelen in hun werk. Het wetboek van strafrecht voorziet nog steeds in celstraffen voor smaad en laster. De godsdienstvrijheid is toegenomen sinds 1999, maar – zo meldde de mensenrechtenorganisatie Freedom House vorige maand – etnische en religieuze minderheden hebben ,,beduidend'' minder rechten dan de etnische Kroaten. Freedom House klaagde ook over het enorme tekort aan goed opgeleide rechters. Als gevolg van dat tekort wachten nog zeker 1,4 miljoen rechtszaken op behandeling, duren processen extreem lang en ontbreekt controle op de uitvoering van juridische vonnissen, vooral als ze betrekking hebben op de pogingen van Serviërs om hun afgepakte bezittingen terug te krijgen.

De kwestie van de terugkeer van de tussen 1991 en 1995 gevluchte of verdreven Kroatische Serviërs en hun rechten is het belangrijkste obstakel op de weg naar de EU. Na de dood van Tudjman heeft de toen aangetrden centrum-linkse Kroatische regering weinig gedaan om vluchtelingen de kans te geven terug te keren en hun bezit terug te krijgen. Eigenlijk is pas na het aantreden van de huidige regering van Ivo Sanader – partijgenoot van wijlen Tudjman – schot in de zaak gekomen. Sanader sloot een akkoord met de belangrijkste partij van de Kroatische Serviërs. Vluchtelingen zijn voor het eerst uitgenodigd terug te keren en op grote schaal zijn in de oorlog beschadigde woningen van Serviërs hersteld. Inmiddels zijn volgens de regering in Zagreb 120.000 vluchtelingen teruggekeerd – Servische organisaties houden het op 57.000.

Maar terugkerende vluchtelingen hebben nog altijd problemen. Dat geldt met name voor het herstel van hun woonrecht in woningen die tot 1991 staatsbezit waren, voor het ontvangen van schadevergoeding voor vernield, afgepakt of beschadigd bezit en de deelname van Serviërs aan het lokaal bestuur. De regering kan van goede wil zijn, op lokaal niveau worden Serviërs nog steeds gediscrimineerd als ze werk zoeken, aanspraak maken op uitkeringen of krediet vragen voor de wederopbouw van hun huizen. Zeker 60.000 Serviërs wachten nog altijd op teruggave van dat woonrecht en zeker 3600 Serviërs eisen, tot nu toe zonder resultaat, hun vroegere woning terug. Verder moeten terugkerende Serviërs nog altijd vrezen te worden beschuldigd van oorlogs- of andere misdaden: dit jaar zijn al achttien Servische vluchtelingen gearresteerd na hun terugkeer naar hun oorspronkelijke woonplaats. Het is geen aanmoediging voor de 186.000 Kroatische Serviërs die nog altijd niet naar Kroatië zijn teruggekeerd.

Overigens is de populariteit van de EU in Kroatië aan forse erosie onderhevig, een gevolg van de pijn van het hervormen en van al te grote verwachtingen die niet of niet snel genoeg worden waargemaakt. Volgens een gisteren door de Kroatische televisie gepubliceerde opiniepeiling wil nog maar 49 procent van de Kroaten dat hun land lid wordt, tegen 72,4 procent aan het begin van dit jaar. 41 procent van de Kroaten is tegen toetreding – die 41 procent is vooral te vinden onder de boeren en de bejaarden en op de rechtervleugel van het politieke spectrum.

Minister van Europese Integratie Kolinda Grabar-Kitarovic zei ,,niet geschokt, wel bezorgd'' te zijn.