Krachtige keuzes van zwakke sterke Hélène

De bomen uit het park werpen hun schaduwen door de hoge ramen van het Kröller-Müller Museum. Bewegende blaadjes op de vloer bij de ingang naar de tentoonstelling De favorieten van Hélène. Hélène zelf zou het prachtig hebben gevonden, want ze vond natuur en kunst een ideale combinatie.

Hélène Kröller-Müller, de mooie Duitse vrouw van een rijke Rotterdamse cargadoor, verzamelde voor de Tweede Wereldoorlog in zo'n dertig jaar tijd bijna 800 schilderijen (waaronder 278 Van Goghs), 275 beeldhouwwerken, 5000 werken op papier en vele stukken kunstnijverheid. Hélènes verzameling laat vooral de stormachtige ontwikkelingen in de moderne kunst zien sinds de doorbraak van de impressionisten. Tot haar dood in 1939 was mevrouw Kröller-Müller directeur van het museum dat zij schonk aan de Nederlandse staat. De bouw van het eerste ontwerp van de Belg Henry van der Velde was door de crisis in de Rotterdamse haven stopgezet. Van der Velde maakte een nieuw ontwerp voor een `tijdelijk' museum, het huidige Kröller-Müller.

De tentoonstelling presenteert Hélène met foto's uit familiealbums als een broze heldin met een sterk aura. We zien haar op foto's in haar boudoir waar tussen de snuisterijen hier en daar een impressionist aan de wand hangt, we zien haar werkkamer vol rijen met documentatiemappen. Daar zit ze, als een statige vrouw te bladeren in een boek, daar wandelt ze door het bos of keuvelt ze met de president van Oranje Vrijstaat.

Bij de ingang van de tentoonstelling kijkt ze, meer dan levensgroot, de bezoeker doordringend en een tikje loensend aan. Ze is ingesnoerd in een hoge kraag met roesjes, kleine kroeshaartjes springen uit haar strenge kapsel.

`De wordingsgeschiedenis dezer verzameling', lezen we, `houdt nauw verband met de geschiedenis van mijzelf en is dus van intiemen aard'.

Dan volgt een serie kleine museumzalen, ingedeeld volgens de principes van Hélène, overgenomen van haar adviseur, de kunstpedagoog dr. H.P. Bremmer. Van het realisme kom je via het impressionisme en het pointillisme bij het kubisme, om te eindigen bij de (bijna) abstracte kunst van Mondriaan en Bart van der Leck. Het hart van de verzameling wordt gevormd door de kunstenaar die zij als het meest expressief beschouwde, Vincent van Gogh. Bremmer reisde de wereld af om topstukken voor haar te verzamelen.

Op de foto's en ook op deze tentoonstelling zie je wat H.W. Mesdag een generatie eerder al op kleine schaal probeerde: Hollandse schilders presenteren tussen hun wereldberoemde Franse tijdgenoten. De Hollandse stukken van Hélène kunnen de confrontatie uitstekend aan. De windstoot van Breitner is fris en krachtig tussen de stemmige werken van Fantin Latour, Camille Corot en Sisley. Dat geldt ook voor het grijs-groene landschap met de stoomtrein van de Haagse Schoolschilder Paul Gabriël. En het mooie hautaine zelfportretje van Matthijs Maris hangt uitstekend bij de ingang naar de zaal waar de Van Goghs chronologisch boven en onder elkaar zijn gehangen.

`Moderne kunst zien heeft een pijnlijke kant, het brengt ons innerlijk uit evenwicht'. Die uitspraak van Hélène is te begrijpen wanneer je deze tentoonstelling doorloopt, van de Clown met viool van Renoir, via de spoedcursus Van Gogh tot en met Juan Gris, Severini en Picasso. Het is bijna te veel om in één mensenleven te bevatten. Maar deze tentoonstelling is er om een mythe te versterken. De mythe van de zwakke, sterke vrouw, die veel mannelijke verzamelaars de baas was.

Tentoonstelling: De favorieten van Hélène t/m 1/9 2005. Kröller-Müller Museum, Hoge Veluwe, Otterlo. Inl. 0318- 591241; www.kmm.nl. Publicatie: Piet de Jonge, HKM. Een biografische schets in woord en beeld.