`Ik kies ervoor om me uit te sluiten'

De Vrije Universiteit wil `open communicatie' en daarom de gezichtsbedekkende sluier verbieden. Maar studenten zijn tegen.

Docent: ,,Hoe kan ik iemand respecteren die ik niet kan zien? Hoe weet ik of iemand uit vrije wil een burqa draagt?''

Studente (ongesluierd): ,,Het gaat je niets aan of het het mijn wil is of niet, ik kies er zelf voor om me uit te sluiten!''

Fouad Laroui, schrijver, milieu-expert en bovenstaande docent, vreesde dat hij na het debat de collegezaal in burqa zou moeten verlaten. Het scheelde niet veel. Zijn pleidooi voor een verbod op gezichtsbedekkende sluiers aan de Vrije Universiteit stuitte op unaniem verzet uit de zaal. Als het aan de studenten ligt komen er geen kledingvoorschriften op de uit de gereformeerde zuil voortgekomen universiteit.

Het college van bestuur van de Vrije Universiteit (VU) denkt daar anders over. In een notitie, die de diverse inspraakorganen nog moet passeren, stellen zij voor om de huisregels flink aan te scherpen. Uitgangspunt voor deze regels, zo schrijft rector magnificus Taede Sminia, is ,,een open en directe communicatie, zoals die in onze (westerse) cultuur gebruikelijk is''. Afwijking daarvan wordt niet toegestaan. Dat betekent een verbod van gezichtsbedekkende sluiers (niqaab, burqa), rechts-extremistische kleding en naveltruitjes. Ook betekent het ,,dat oogcontact, handdruk en andere sociale omgangsvormen in acht genomen worden''.

Maar liefst acht keer verwijst de anderhalf pagina tellende notitie naar een vermeende tegenstelling tussen `onze cultuur' en `andere culturen', turfde Thomas Spijkerboer, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de VU. Met promovendus Guno Jones schreef hij een opiniestuk dat zich tegen het voorstel van het college van bestuur keert. Volgens Spijkerboer en Jones worden islamitische studenten door het college gestigmatiseerd: ze worden op voorhand beschouwd als gevaarlijke wezens die er inferieure omgangsvormen op na houden en `gedresseerd' moeten worden. De ideologische context van de huisregels is volledig ongepast, menen de twee juristen.

Helaas ontbrak het college van bestuur bij het door Spijkerboer en Jones georganiseerde debat. Een eerder geplande vergadering met de raad van toezicht had voorrang. Wel aanwezig waren tientallen studenten, drie cameraploegen, een handvol fotografen, vier panelleden en historicus James Kennedy als voorzitter. Kennedy wees vooraf op de relatieve mildheid van de omstreden huisregels: sommige christelijke scholen in de Verenigde Staten hanteren een minimale breedte van vrouwelijke schouderbandjes.

Dergelijk relativeringsvermogen was aan de studenten niet besteed. ,,Grenzeloze hypocrisie van het college van bestuur'' was het volgens de jongen die vooraf exemplaren van De Socialist aan de man had gebracht, om over de emancipatie van moslima's te spreken en ze vervolgens uit de collegebanken te weren. Applaus. Dit is een pre-emptive war: nu wordt de burqa verboden, zometeen de hoofddoek, aldus een vierdejaars rechten student. Applaus. Een andere rechtenstudent: ,,Dit is een rechtsstaat. U mag van alles van me vinden, maar u mag me niet beperken.'' Ook de meisjes, met en zonder hoofddoek, keerden zich tegen de plannen. Open communicatie is een betrekkelijk argument, aldus een docente, want iemand die de krant zit te lezen tijdens een hoorcollege is veel storender.

Bij gebrek aan de opstellers van de notitie richtten de studenten hun pijlen op het enige panellid dat het waagde de voorstellen te verdedigen. Fouad Laroui deed er weinig aan om de pijlen te ontwijken, hij provoceerde met zichtbaar plezier. Zijn bezwering dat hij met een hoofddoek geen enkele moeite heeft, alleen met een burqa, mocht niet baten. Volgens Laroui dreigt de ,,mooie traditie van de gematigde islam'' uit Marokko en Turkije in Nederland verloren te gaan door oprukkend Wahabitisch fundamentalisme uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Studente: ,,U hoeft ons niet te beschermen tegen de Wahabieten. Dat kunnen wij moslims zelf heus wel.''

Verschillende sprekers noemden een debat over gezichtsbedekkende sluiers voorbarig en overbodig, omdat er tot nu toe nog geen burqa is gesignaleerd op de Vrije Universiteit.

Initiatiefnemer Thomas Spijkerboer constateerde na afloop dat hij het liever had willen hebben over het voorschrijven van bepaalde, aan `onze cultuur' gekoppelde omgangsvormen. Wat dat voor omgangsvormen zijn, en wat die westerse cultuur inhoudt, daar zou het debat volgens Spijkerboer over moeten gaan. Andere docenten bevestigen dat de werkelijke dilemma's eerder gaan om gedrag dan om kleding. Streng-islamitische jongens die vrouwelijke docenten geen hand willen geven, of andersom, dat levert meer ongemak op.

Goed dat er zoveel aandacht is voor het onderwerp, vindt rector magnificus Sminia, inmiddels op de hoogte gebracht van het debat. ,,Het leeft, de gedachtenwisseling gaat voort.'' Het college van bestuur staat onverkort achter een verbod op gezichtsbedekkende sluiers, aldus Sminia, maar over de omgangsvormen ,,is het laatste debat nog niet gevoerd''. Sminia: ,,Wat mij betreft verbreden we het onderwerp naar academische vorming. Het klassieke Bildungsideaal staat onder druk, daar moeten we het over hebben. Dat gaat bijvoorbeeld ook over de voorbeeldfunctie van docenten. Als je zelf incorrect gekleed voor studenten staat, kun je van hen moeilijk verwachten dat ze je respecteren.''