Iedereen vecht tegen de Israëliërs

Een groot Israëlisch legeroffensief is aan de gang, om de raketbeschietingen op Israëlische doelen vanuit het noorden van de Gazastrook te stoppen. De Palestijnen vechten terug.

Tegen middernacht lijkt iedereen in Jabalya, het VN-kamp voor Palestijnse vluchtelingen aan de rand van Gaza-stad, bij de strijd betrokken. Zware explosies aan de oostelijke rand en aanhoudend geratel van machinegeweren hebben mannelijk jong en oud in een hoge staat van gekte gebracht.

In de stegen, straten en op de pleinen, waar de onmiskenbare Gaza-lucht van open riool, afval, stof en zand hangt en overal rouwtenten zijn opgericht, hebben jochies vuren gemaakt van autobanden. Dat is hun taak. De grijze, smerige rook heeft tot doel hun gewapende en gemaskerde broers en neven te beschermen tegen de Israëlische Apache-helikopters en de met kleine raketten uitgeruste, onbemande vliegtuigjes die onafgebroken boven het kamp ronken.

Vanuit Gaza-stad is het uit 1948 daterende kamp – een doolhof van betonnen blokkendozen, vormeloze bouwsels, greppels met afvalwater – alleen via de westelijke straten probleemloos toegankelijk. Het oostelijk deel, waar 30.000 van de 122.000 inwoners sinds de Israëlische legeroperatie `Dagen van Boetedoening' woensdag begon zijn afgesloten van de buitenwereld, is wegens de tanks en scherpschutters ontoegankelijk, althans afgelopen nacht.

Transstraat is overdag een exotische straat met markten en winkels, maar 's avonds en 's nachts een broeierige verzamelplaats van cellen van de moslimextremistische groepen Hamas en Aqsa-brigades. Oudere mannen en de bejaarden houden, zittend op plastic stoeltjes, het nieuws via Radio Jeugd en Radio Vrijheid in de gaten en geven de chaotische bewegingen van verschillende groepen ,,vechters'' en de tanks door.

Twee mannen, die zichzelf geen strijders, maar ,,burgers'' noemen, delen aan de gemaskerde jongens (en de enkele journalist) smakelijke pita-sandwiches met geprakte falafel uit. Hier krijgen de gemaskerde jongens, behalve koffie en thee, ook gevulde patroonhouders voor hun kalasjnikovs toegestopt. In een van de elektronicawinkeltjes laden zij hun onafscheidelijke mobiele telefoons op.

Voor zover de groepen van Hamas, Aqsabrigades en Islamitische Jihad over een gecoördineerde tactiek beschikken, lijkt het doel te zijn de Israëlische eenheden zo diep mogelijk het kamp in te lokken. In sommige inktzwarte straten zijn onder zand mijnen gelegd, een aantal huizen is voorzien van boobytraps en gepoogd wordt Israëlische patrouilles van paracommando's uit te dagen de stegen in te gaan, zodat zij van dichtbij aangevallen kunnen worden.

Van Jabalya een dodelijk moeras, een graf van Israëlische soldaten maken, is het doel. Na iedere zware explosie melden Hamas en de Aqsa-brigades dat er tanks en pantservoertuigen zijn vernietigd. Geruchten over vijf en tien gedode Israëliërs worden door de twee radiostations gepresenteerd als feiten: meldingen die op hun beurt weer leiden tot demonstraties van verbeten vreugde. De ontploffingen blijken echter te zijn veroorzaakt door de kolossale bulldozers die over de mijnen rijden alsof het onschuldige rotjes zijn.

De Israëlische tanks blijven daarom aan de oostelijke rand van het kamp geposteerd, de soldaten blijven in hun pantservoertuigen en tanks schieten op menigten Palestijnen, omdat zich tussen de straatschoffies vechters bevinden.

,,Wij voeren hier een oorlog en iedereen is daarbij betrokken'', zegt één van de Aqsa-leiders. [Vervolg Gaza

:pagina ]

Gaza

Palestijnen van Jabalya vrezen de dood niet

Hij stelt zich voor als Abu Ahmed, terwijl hij en zijn medevechters zich in de Transstraat hergroeperen. Vijf meter verderop zitten aan hun groene en blauwe uniformen herkenbare soldaten van de nationale veiligheidsdienst, het verschil is dat de soldaten van de Palestijnse Autoriteit niet en de Hamas- en Aqsabrigades wél gewapend zijn. De politiemannen geven via walkie-talkies ontvangen informatie over de Israëlische tankbewegingen door aan de Aqsabrigades. Daar wordt niet geheimzinnig over gedaan.

Abu Ahmed is 35, geboren en getogen in Jabalya, staat op het punt in een van de donkere straten naar een tank te sluipen om een mijn te leggen. Hij wordt begeleid door twee broers en een neef. Twintigers, dertigers: allemaal werkloze mannen, die overdag slapen, tv kijken en bidden en 's nachts strijd voeren. Er is geen ander doel, er wacht bovendien geen baas om klokke acht. Het bestrijden van de Israëlische bezetters, het openen van de grote gevangenis, die de Gazastrook heet te zijn, is het enige doel in hun leven, zo kunnen de nachtelijke gesprekken met de ,,strijders'' worden samengevat. En de dood wordt niet gevreesd. Sterven in een vuurgevecht is net als vechten en rouwen een dagelijkse routine in Jabalya.

Op een ander, bedachtzamer niveau strijden nemen ook de directie en doktoren van het Kamal Adwarziekenhuis aan de rand van het kamp aan de strijd deel. Directeur Mahmoud Asaly en zijn adviseur Salman Hassanat brengen, rokend, pratend en koffiedrinkend, de nacht door in de directeurskamer van het hospitaaltje, waar voortdurend gewonden worden binnengebracht.

Zij zijn geverseerd in de geschiedenis van het conflict, en hoewel zij geen kalasjnikovs dragen, steunen zij de strijders, want met verwijzingen naar internationale conventies en VN-resoluties is er geen andere conclusie meer mogelijk: ,,Wij hebben recht op vrijheid, goed- of kwaadschiks''. Dat de internationale gemeenschap het Palestijns-Israëlische conflict kotsbeu is begrijpen zij, en dat de Palestijnen zich met de Qassem-raketbeschietingen van de Israëlische stad Sderot opnieuw in de voeten hebben geschoten, willen zij ook wel inzien. Maar tegenover de dood van twee Ethiopische immigrantenkinderen staat de dood van tientallen Palestijnse kinderen, die opgroeien in kampen waar geen ontsnapping uit mogelijk is.

,,Sharon wil weg uit de Gazastrook. Zegt hij. En wat doet hij? Hij bezet de Gazastrook met 200 tanks en twee brigades. Dat doet mij denken aan de Vietnamoorloog. Toen zeiden de Amerikanen dat Vietnamese dorpen platgebrand moesten worden om deze dorpen van de Vietcong te bevrijden. Wat denkt hij te bereiken, behalve politiek gewin in eigen land? Denkt hij werkelijk dat hij het afschieten van een paar Qassemraketten voor altijd kan tegenhouden? Is hij uit op een nieuwe bezetting van de Gazastrook? Van het verdoemde Jabalya? En tegen welke prijs?'' vraagt Hassanat, die jarenlang voor het Rode Kruis heeft gewerkt en ook adviseur is van de Palestijnse minister van Buitenlandse Zaken Sha'ath. Sirenes onderbreken de conversatie, nieuwe gewonden zijn in aantocht.