EU koestert illusies over Turkije

Zou Turkije bij toetreding tot de EU kunnen fungeren als brug naar de islamitische buurlanden? Onzin, menen Maurits Berger en Robert van Roijen. Maar olie zou die functie wél kunnen vervullen.

Dat Turkije als islamitisch land een democratiserende rol zou kunnen spelen in zijn islamitische achterland, is een mythe. Het `islamitische' karakter van Turkije speelt in de verhoudingen met zijn buurlanden nauwelijks een rol. Integendeel, de relaties zijn helemaal niet zo aimabel als men in Europa zou hopen.

Ten eerste hebben de zes buurlanden die Turkije meebrengt bij zijn eventuele toetreding, hun eigen, interne problemen: Georgië dreigt uiteen te vallen, Armenië en Azerbajdzjan hebben hun territoriale conflicten nog niet opgelost, Syrië en Iran behoren tot de `schurkenstaten', met een Baath-dictatuur in Syrië en een theocratisch bewind in Iran, en Irak lijkt af te glijden in een poel van geweld.

Daarnaast onderhouden deze buurlanden moeizame of zelfs gespannen relaties met Turkije. De meeste problemen zijn terug te voeren op de herschikkingen in dit gebied na het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk in 1918 en van de Sovjet-Unie in 1989. De relaties met Turkije zijn voornamelijk getekend door nationalistische en etnische eisen van zelfbeschikking, en door disputen over land, water en olie.

Met Syrië en Irak heeft Turkije bijvoorbeeld onopgeloste waterkwesties uitstaan over de Eufraat. Deze rivier ontspringt in Turkije en loop via Syrië en Irak naar de Perzische Golf. Zowel Turkije als Syrië heeft er dammen in gebouwd.

Dan is er de kwestie van de meer dan 27miljoen Koerden die wonen in het berggebied dat zich uitstrekt over Turkije, Syrië, Irak, Iran en Azerbeidzjan. De onderlinge nationale band van de Koerden is voornamelijk gebaseerd op taal en cultuur – religie speelt geen noemenswaardige bindende rol.

Herhaaldelijk zijn er Koerdische `staten' gesticht, maar die verdwenen altijd weer onder druk van de grote nationale buurstaten. Bedekte of openlijke toezeggingen van westerse mogendheden over Koerdische onafhankelijkheid hebben de Koerden steeds weer hoop gegeven, die even vaak vals is gebleken.

De Koerdische guerrillabewegingen, met name de PKK, zijn regelmatig misbruikt door staten om hun buurlanden onder druk te zetten. Zo heeft Syrië tot 1999 de PKK oogluikend toegestaan om vanaf zijn grondgebied acties tegen Turkije te ondernemen. Sindsdien opereert de PKK vanuit noord-Irak dat sinds 1991 een vorm van Koerdische autonomie geniet.

Ook de Turkse relatie met de Arabische landen houdt niet over. In taal, cultuur, politiek en maatschappelijke en economische ontwikkelingen zijn het twee volledig verschillende werelden. Dit blijkt eens te meer uit het militaire samenwerkingsverband dat Turkije sedert 1996 heeft met Israël. Niet de meest uitgelezen wijze om jezelf geliefd te maken in het Midden-Oosten.

Turkije onderhoudt wel intensieve contacten met de voormalige sovjet-republieken zoals Azerbeidzjan, Oezbekistan en Turkmenistan. De drijfveer is echter niet zozeer de religie, als wel de taal- en cultuurverwantschap die de etnisch Turkse bevolkingsgroepen van deze staten hebben met Turkije.

Deze relaties worden in de regio echter met argwaan bekeken: is Turkije uit op regionale dominantie? Dit wantrouwen werd onlangs opnieuw gevoed toen Turkije zich opwierp als de beschermer van de Turkmeense gemeenschap in noord-Irak.

Nationalisme, en niet de islam, is dus de kenmerkende factor van de relaties tussen Turkije en zijn omgeving. De stille hoop dat het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie zal leiden tot een islamitisch-democratisch domino-effect is dan ook onjuist. De landen in de regio laten zich nu al weinig gelegen liggen aan het Turkse politieke model, en dat zal niet veranderen door toetreding van Turkije tot de EU.

Desalniettemin zal toetreding wel degelijk een weldadige invloed kunnen hebben op de regio. Turkije zal zich dan immers aan Europese beleidslijnen en verdragen moeten houden. Dat kan veel regionale stekeligheden tenietdoen.

De EU zal bijvoorbeeld niet toestaan dat Turkije militair ingrijpt om interne of regionale conflicten te beslechten. De gang via Europese diplomatie, de OVSE of het Europese Hof ligt dan meer voor de hand. Het is zeer goed voorstelbaar dat Turkse buurlanden dan ook naar deze middelen grijpen om hun disputen met Turkije bij te leggen.

Overigens hoeft de EU hier niet alle heil van te verwachten. Doordat het Europese buitenlandse beleid nog steeds bij unanimiteit van stemmen wordt bepaald, zou Turkije als lidstaat de voet dwars kunnen zetten als de eigen nationale belangen in het geding zijn. Maar Turkije zal in ieder geval gedwongen zijn mee te spelen in het complexe EU-spel van geven en nemen.

Er is nog een reden waarom Turkijes lidmaatschap een positieve uitwerking kan hebben op het achterland. Turkije zou de brug kunnen vormen tussen Europa en Azië als doorvoerhaven van energie. Immers, drie van zijn buurlanden – Irak, Iran en Azerbeidzjan – zijn belangrijke olie- en gasleveranciers. De andere twee buurlanden – Syrië en Georgië – hebben oliepijpleidingen, zowel functionerend als in aanbouw, voor de aanvoer naar respectievelijk de Middellandse Zee en de Zwarte Zee.

Olie als democratiserende en stabiliserende factor voor het Midden-Oosten? In deze tijden van oorlog en terrorisme lijkt dat een onmogelijke combinatie. Toch liggen daar de kansen voor de toekomst.

Een EU-beleid dat aanstuurt op olieaanvoer via Turkije zou zeer wel een stabiliserende invloed kunnen uitoefenen in de regio. Een alternatieve route via de `noord'-kant zou immers de focus op de traditionele Golf-route wegnemen.

Men zou zich zelfs een regionaal energieplan kunnen voorstellen. Dit zou voldoen aan behoeften aan beide zijden: de EU heeft als energieconsument al voorzichtige stappen gezet in de richting van een Europees energiebeleid, en de energieproducenten hebben een stabiele regio nodig om de broodnodige inkomsten veilig te stellen.

Afgezien van de economische factor speelt er ook een politieke. Want laten we niet vergeten dat Europa in het Midden-Oosten nog heeft wat Amerika is kwijtgeraakt: vertrouwen. Een concreet Europees energiebeleid dat is gericht op zakendoen in plaats van militair ingrijpen, zou een welkom alternatief zijn.

Er is in deze opzet echter een obstakel, en dat is de Europese Unie zelf.

Ten eerste heeft de EU nauwelijks een energie- en oliebeleid ten aanzien van het Midden-Oosten. Dat ligt in eerste instantie aan de EU zelf, want elke lidstaat draagt zorg voor de eigen energievoorziening, waardoor er nog geen overeenstemming bestaat over een gemeenschappelijk EU-energiebeleid.

Ten tweede zijn de voorzichtige Europese pogingen om wel een dergelijk beleid te ontwikkelen, onder meer door directe relaties aan te knopen met olieproducerende landen, onmiddellijk tegengewerkt door de Verenigde Staten. De EU heeft daarop bakzeil gehaald en lijkt zich vooralsnog te hebben neergelegd bij de Amerikaanse hegemonie op het gebied van energie in de regio.

Wat de EU bij het eventueel toetreden van Turkije moet doen, is dus niet passief zitten wachten op mogelijke democratiserende effecten in de regio, maar het momentum gebruiken om actief een energiebeleid te gaan uitvoeren met als nevendoel daarmee de kans op regionale stabilisering te vergroten.

Maurits Berger is verbonden aan het instituut Clingendael. Robert van Roijen is student geschiedenis in Groningen.

www.nrc.nl/opinie : Eerdere stukken uit deze serie.