Een beter verhaal voor Balkenende

Lubbers, die kon het. Na de demonstraties tegen het voornemen om Amerikaanse kruisrakketten te stationeren in Nederland, omarmde de premier destijds, begin jaren tachtig, de zorgen van de burgers die waren samengestroomd op het Museumplein, en slaagde hij er zodoende in een vertrouwensbreuk tussen kabinet en bevolking te voorkomen. Eén ding zei hij vooral niet: jammer mensen, maar jullie hebben er niks van begrepen.

Helaas is dat precies wat de huidige coalitie de demonstranten van afgelopen zaterdag voorhoudt over hun protest tegen de kabinetsplannen met prepensioen, VUT en andere onderdelen van de sociale zekerheid. Het meest hautaine antwoord op de demonstratie kwam van VVD-fractieleider Jozias van Aartsen, die even zijn opportunistische loyaliteit aan Pim Fortuyn vergat en weer ouderwets op het plebs begon te schelden: die domkoppen laten zich ophitsen door de bonden. Misschien kan hij er de volgende keer ook nog bijroepen dat Nederland wakker moet worden, dan zijn we helemaal terug bij `arrogant Paars'. Partijgenoot en vice-premier Zalm maakte het er niet beter op met onverzettelijk commentaar tegen de achtergrond van het Witte Huis en de jonge premier zelf ligt helaas nog steeds buiten gevecht gesteld in het ziekenhuis.

Waarom ging het mis? Voortdurend hameren deskundigen er nu op dat kabinet, werkgevers en vakbonden elkaar dit voorjaar zo dicht genaderd waren over VUT en prepensioen dat je er geen bierviltje meer tussen kon krijgen. Dat het toen alsnog misliep, verwijten de partijen elkaar: het kabinet opereert arrogant of onhandig (of allebei), de vakbeweging is conservatief en beseft de ernst van de situatie niet. In de coulissen loert de complottheorie: het kabinet stuurt aan op een Thatcheriaanse afrekening met de vakbeweging, of van de andere kant bezien de bonden willen het `rechtse' kabinet ten val brengen.

Dat klinkt allemaal nog als de verhitte, gekrenkte verwijten die je hoort op het schoolplein, als de eerste vuistenroffels achter de rug zijn. Het zal ook best waar zijn, en of het kabinet nu bewust dan wel op de tast de lont heeft gevonden om de overlegeconomie op te blazen, is een mooi onderwerp voor historici. Belangrijker voor Balkenende zal de vraag zijn waarom zijn kabinet zo onthutsend weinig vertrouwen geniet, en er maar niet in slaagt om een groot deel van de bevolking te overtuigen van de noodzaak de sociale zekerheid op een andere leest te schoeien. Ondanks zijn missiebesef, dat kennelijk groeit tegen de verdrukking in, moet het de premier een raadsel zijn: hij begon tenslotte als een idealist, met een mandaat om Nederland na lange scheefgroei weer terug te hijsen in de hengsels. Niet Mat Herben werd erfgenaam van de romantische vernieuwingsdrift die Fortuyn had uitgestraald, maar de jonge antirevolutionair van de Vrije Universiteit.

Ook andere ministers van het kabinet-Balkenende zijn doordrongen van de missie die ze hebben om Nederland een nieuw tijdperk in te loodsen: Verdonk met haar snoeiharde aanpak van het asielvraagstuk die past bij een voormalig topambtenaar uit het gevangeniswezen; De Geus met zijn stoïcijnse ramkoers naar de vakbeweging. Kortom, aan gevoel voor urgentie ontbreekt het intern niet. Maar de boodschap komt beroerd over, en het kabinet slaagt er vooral in met dank aan Van Aartsen zijn eigen oppositie te organiseren. Twee opties dienen zich nu aan voor het kabinet: tanden op elkaar en doorbijten, in de hoop dat licht gloort aan het eind van de tunnel en dat deze crisis nodig is om een doorbraak te forceren in gestagneerde maatschappelijke verhoudingen. Alternatief: de protesten alsnog serieus nemen en op een creatieve manier tegemoet treden, zoals Lubbers deed, omdat het nu eenmaal van cruciaal belang is om zoveel mogelijk steun te mobiliseren voor de gewenste modernisering van het Nederlandse sociaal-economische bestel.

Het probleem van dit kabinet is niet dat de bewindslieden de maatregelen `niet goed uitleggen' of dat `de mensen' het niet begrijpen. Integendeel, wij mensen begrijpen het heel goed. We maken de tumultueuze eindfase mee van een naoorlogse economische ordening die werd gedragen door consensus-gestuurde, collectieve arrangementen. De ingrijpende veranderingen die zich de afgelopen decennia voordoen individualisering van leef- en werkpatronen, globalisering van markten, opkomst van kenniseconomie maken een overgang noodzakelijk naar een nieuw stelsel van sociaal-economische `coördinaten', zoals SER-voorzitter Herman Wijffels het uitdrukte: flexibeler, meer op maat gesneden, en met een grotere handelingsruimte voor het individu. De overheid blijft daarin een taak hebben: allereerst in het toerusten van iedereen om in opleiding, kennis en kansen mee te komen in een moderne samenleving, maar ook in het waarborgen van kansen en nieuwe mogelijkheden voor de `achterblijvers'.

De achilleshiel van Balkenende-II, en een reden waarom dit kabinet nu zoveel mensen tegen zich in het harnas jaagt, is niet eens dat de maatregelen die het wil nemen stuk voor stuk asociaal of verkeerd zijn, maar dat het bij al die pijnlijke ingrepen tegelijk alleen maar een deprimerend, armoedig verhaal heeft: we moeten wel, anders is de boel straks niet meer te betalen. Slikken of stikken dus. Maar die starre, autoritaire houding verdraagt zich slecht met de dynamische, flexibele, meer op individuele maat gesneden toekomst die ons te wachten zou staan. De boodschap dat we allemaal harder moeten gaan werken domweg om te `houden wat we hebben', genereert bovendien niet de energie die nodig is voor zulke modernisering. Integendeel, wie geen nieuw perspectief biedt, geeft vrij spel aan zijn tegenstanders die roepen dat het hier straks een jungle wordt van `ieder voor zich'.

Het ontbreken van een wervende visie is des te pijnlijker, en schadelijker, omdat Balkenende zich juist graag laat voorstaan op het belang van gedeelde normen en waarden. Het debat daarover is inmiddels verdampt tot een gratuite fatsoensvraag: hoe houden we de bushokjes heel in een globaliserende wereld?

Het resultaat zagen we onlangs in Den Haag, waar Balkenende zich verschanste met genodigden uit bedrijfsleven, wetenschap en cultuur voor een nietszeggende conferentie over Europese normen en waarden. Dat is de spagaat waarin zijn kabinet is beland: een verhaal over normen en waarden dat maar niet concreet wil worden, en een pakket zeer concrete ingrepen in de sociale zekerheid dat maar geen verhaal wil worden.